Beroep ongegrond maar €2.000 schadevergoeding wegens trage procedure
ECLI:NL:RVS:2026:5654, Raad van State, 23-09-2026, 202503460/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In het besluit van 30 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. [partij] heeft op 25 mei 2018 een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en veranderen van uitritten aangevraagd. Het college heeft bij besluit van 6 juli 2018 aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, handelen in strijd met de regels van een bestemmingsplan en het aanleggen of veranderen van drie uitritten. Het bezwaar van [appellant] tegen de omgevingsvergunning is bij het besluit van 11 december 2018 ongegrond verklaard.
Kern van de zaak
Appellant tekent bezwaar en beroep aan tegen een in 2018 verleende omgevingsvergunning voor bouwen en uitritwijzigingen in Alphen aan den Rijn. Na jarenlange procedures bij rechtbank en Raad van State wordt het beroep uiteindelijk ongegrond verklaard. Appellant verzoekt tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep ongegrond, waarmee de omgevingsvergunning in stand blijft. Tegelijkertijd wordt het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen en wordt het college van B&W van Alphen aan den Rijn veroordeeld tot betaling van €2.000,00.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande jurisprudentie toe inzake redelijke termijn en overgangsrecht Omgevingswet zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de zaak is feitelijk en casuïstisch van aard.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing.
- 2De omgevingsvergunning voor bouwen, afwijking bestemmingsplan en drie uitritten werd in 2018 verleend en na eerdere vernietiging hernieuwd in 2021.
- 3Na meerdere rechterlijke ronden (rechtbank 2020, 2022; Afdeling 2024) wordt het beroep uiteindelijk ongegrond verklaard.
- 4De totale doorlooptijd van de procedure (2018–2026) overschrijdt de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM.
- 5Schadevergoeding van €2.000,00 wordt toegekend op grond van overschrijding van de redelijke termijn, ten laste van het bestuursorgaan.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat bij langdurige bestuursrechtelijke procedures schadevergoeding wegens termijnoverschrijding kan worden toegewezen, ook als het inhoudelijke beroep ongegrond is. Tevens wordt het overgangsrecht Omgevingswet correct toegepast.
Praktische impact
Voor appellant levert de jarenlange juridische strijd geen inhoudelijk succes op; de vergunning blijft geldig. De toegekende €2.000,00 biedt beperkte compensatie voor de lange procesduur van ruim acht jaar.
Onderwerp-impact
Voor de bouw- en omgevingsrechtpraktijk onderstreept deze zaak dat complexe vergunningprocedures met meerdere bestuurlijke en rechterlijke rondes een aanzienlijk risico op termijnoverschrijding en bijbehorende schadevergoedingsverplichtingen meebrengen voor gemeenten.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een langlopende omgevingsvergunningkwestie in Alphen aan den Rijn. In mei 2018 vroeg een partij een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een bouwwerk, het afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen of wijzigen van drie uitritten. Het college van B&W verleende deze vergunning in juli 2018, maar appellant maakte hiertegen bezwaar. Na een ongegrondverklaring in bezwaar volgde een beroepsprocedure bij de rechtbank Den Haag, die in 2020 het besluit vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen. Het college herriep de oorspronkelijke vergunning en verleende deze opnieuw in februari 2021, waarna de rechtbank het beroep in 2022 ongegrond verklaarde. De Afdeling verklaarde vervolgens in oktober 2024 het hoger beroep gegrond, waarna de zaak opnieuw werd behandeld. In de onderhavige uitspraak van september 2026 verklaart de Afdeling het beroep van appellant uiteindelijk ongegrond: de omgevingsvergunning houdt stand. Een belangrijk procedureel punt betreft het overgangsrecht van de Omgevingswet: omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing op de gehele procedure. Hoewel appellant inhoudelijk geen gelijk krijgt, honoreert de Afdeling wel het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De procedure heeft van aanvraag tot definitieve uitspraak meer dan acht jaar geduurd, hetgeen de in artikel 6 EVRM verankerde redelijke termijn aanzienlijk overschrijdt. Het college van B&W van Alphen aan den Rijn wordt veroordeeld tot betaling van €2.000,00 aan appellant. De uitspraak illustreert hoe complexe bestuursrechtelijke procedures met herhaalde rechterlijke tussenkomsten kunnen leiden tot aanzienlijke vertragingen met financiële gevolgen voor het bestuursorgaan, ook wanneer de inhoudelijke beroepsgronden niet slagen.