RvS: omgevingsvergunning woningsplitsing buitengebied in stand
ECLI:NL:RVS:2026:5653, Raad van State, 23-09-2026, 202402635/1/R2.
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan splitsen van een woonboerderij in twee woningen aan de [locatie] in De Mortel. [partij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van de woonboerderij aan de [locatie] in twee woningen. Ten tijde van belang gold het bestemmingsplan "Gemert-Bakel buitengebied 2017". Op het perceel gold de bestemming "Wonen". Het bouwplan is in strijd met artikel 17.2.1, onder b, van de planregels, omdat dit artikel bepaalt dat per bestemmingsvlak maar één woning mag worden gebouwd.
Kern van de zaak
Een omwonende (appellant) verzet zich tegen een verleende omgevingsvergunning voor het splitsen van een woonboerderij in twee woningen in het buitengebied van Gemert-Bakel. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, maar het college verleende toch vergunning via de kruimelgevallenregeling. Appellant vreest onder meer voor parkeeroverlast.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verwerpt het betoog van appellant over het niet ontvangen van stukken, omdat hij niet heeft geconcretiseerd welke stukken dit betreft en niet is gebleken dat hij in hoger beroep niet over alle stukken beschikte. De uitspraak is onvolledig weergegeven, maar op basis van de beschikbare tekst worden de bezwaren van appellant niet gehonoreerd.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische toepassing van bekende overgangsrecht- en kruimelgevallenregelgeving zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak is bovendien slechts gedeeltelijk beschikbaar, wat verdere duiding bemoeilijkt.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag is ingediend op 2 juni 2022 (vóór 1 januari 2024), blijft de Wabo van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2Het bouwplan is in strijd met artikel 17.2.1, onder b, van de planregels (maximaal één woning per bestemmingsvlak), maar vergunning is verleend via de kruimelgevallenregeling (art. 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo jo. art. 4 onder 9 bijlage II Bor).
- 3Het betoog over procedurele onregelmatigheden (niet ontvangen stukken) faalt wegens gebrek aan concretisering door appellant.
- 4De bestemming op het perceel is 'Wonen' binnen bestemmingsplan 'Gemert-Bakel buitengebied 2017'.
- 5De uitspraak is slechts gedeeltelijk weergegeven; de volledige beoordeling van inhoudelijke gronden (waaronder parkeeroverlast) is niet zichtbaar.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de mogelijkheid om via de kruimelgevallenregeling af te wijken van een bestemmingsplan voor woningsplitsing. Procedurele klachten over niet-ontvangen stukken dienen voldoende geconcretiseerd te worden.
Praktische impact
Voor omwonenden betekent dit dat bezwaren tegen verleende omgevingsvergunningen inhoudelijk en concreet onderbouwd moeten worden; algemene stellingen over procedurefouten worden niet gehonoreerd. De woningsplitsing kan daarmee in beginsel doorgang vinden.
Onderwerp-impact
Voor projecten in het buitengebied biedt deze uitspraak bevestiging dat woningsplitsing via de kruimelgevallenregeling mogelijk is, ook als het bestemmingsplan dit formeel niet toestaat, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Samenvatting
In deze zaak bij de Raad van State gaat het om een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woonboerderij aan de [locatie] in de gemeente Gemert-Bakel in twee afzonderlijke woningen. De aanvraag werd ingediend op 2 juni 2022, ruim vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet) blijft de Wabo van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. Het bouwplan is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Gemert-Bakel buitengebied 2017', dat per bestemmingsvlak slechts één woning toestaat. Het college van burgemeester en wethouders heeft desondanks een omgevingsvergunning verleend met gebruikmaking van de zogenoemde kruimelgevallenregeling: artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wabo in samenhang met artikel 4, onder 9, van bijlage II bij het Bor. Een omwonende, die tegenover het perceel woont, heeft beroep en hoger beroep ingesteld. Hij vreest onder meer voor parkeeroverlast als gevolg van de extra woning. In hoger beroep voert hij daarnaast aan dat de rechtbankprocedure onregelmatig was omdat hij bepaalde stukken niet zou hebben ontvangen. De Raad van State verwerpt dit procedurele betoog, omdat appellant niet heeft geconcretiseerd om welke stukken het gaat en evenmin is gebleken dat hij in hoger beroep niet over alle relevante stukken beschikte. De uitspraak is slechts gedeeltelijk beschikbaar, waardoor de beoordeling van de inhoudelijke gronden — waaronder de gestelde parkeeroverlast — niet volledig kan worden beoordeeld. Op basis van de beschikbare overwegingen worden de bezwaren van appellant echter niet gehonoreerd en lijkt de verleende omgevingsvergunning in stand te blijven.