Omgevingsvergunning poké bowl Deventer binnenstad beoordeeld
ECLI:NL:RVS:2026:5650, Raad van State, 23-09-2026, 202401521/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In het besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een poké bowl horecavestiging op het perceel [locatie 1] in Deventer (het perceel).
Kern van de zaak
Bedrijf vraagt omgevingsvergunning aan voor een poké bowl horecavestiging aan de Brink in Deventer. Het bestemmingsplan staat maximaal 35 horecabedrijven toe, een maximum dat al bereikt is. Het college verleende toch vergunning via een buitenplanse afwijkingsprocedure (Wabo/Bor).
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig weergegeven; de Raad van State beoordeelt of het college de betrokken belangen correct heeft afgewogen bij de verlening van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve uitkomst (toewijzing of vernietiging) niet met zekerheid vast te stellen.
Impactscore
LaagHet betreft een zaak over een individuele omgevingsvergunning voor één horecavestiging in Deventer zonder aanwijsbare richtinggevende rechtsvragen; de juridische principes over overgangsrecht en beleidsruimte zijn reeds vaste jurisprudentie. De onvolledige tekst beperkt bovendien de beoordeling.
Belangrijkste punten
- 1Aanvraag ingediend op 10 januari 2022, vóór inwerkingtreding Omgevingswet, waardoor de Wabo (oud recht) van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht.
- 2Perceel aan de Brink Deventer heeft bestemming 'Horecagebied-01' en dubbelbestemming 'Waarde-Beschermd stadsgezicht'; het planmaximum van 35 horecabedrijven was al bereikt.
- 3College heeft vergunning verleend via artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2° Wabo jo. artikel 4 lid 9 Bijlage II Bor (buitenplanse kleine afwijking) én via binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor fietsparkeren.
- 4De bestuursrechter toetst terughoudend: het college heeft beleidsruimte bij de belangenafweging; de rechter beoordeelt slechts rechtmatigheid, niet zelf de ruimtelijke aanvaardbaarheid.
- 5Centrale toetsvraag is of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot het belang bij verlening van de vergunning (evenredigheidstoets).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepasselijkheid van het Wabo-overgangsrecht bij vóór 1 januari 2024 ingediende aanvragen en verduidelijkt de rechterlijke terughoudendheid bij beleidsruimte van het college bij buitenplanse afwijkingsbesluiten. Vanwege de onvolledige tekst kan de precieze precedentwerking niet volledig worden vastgesteld.
Praktische impact
Voor het betrokken bedrijf is de vergunde horecavestiging aan de Brink in Deventer afhankelijk van de uitkomst; omwonenden en concurrerende horecaondernemers hebben belang bij handhaving van het planmaximum van 35 vestigingen.
Onderwerp-impact
De zaak raakt de spanning tussen lokaal horecabeleid (maximering aantal vestigingen in een beschermd stadsgezicht) en de mogelijkheid voor gemeenten om via afwijkingsbevoegdheden individuele uitzonderingen te maken.
Samenvatting
Op 10 januari 2022 diende een bedrijf een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor een poké bowl horecavestiging aan de Brink in Deventer, het centrale plein van de historische binnenstad. Het perceel valt onder het bestemmingsplan 'Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B', met de bestemmingen 'Horecagebied-01' en 'Waarde-Beschermd stadsgezicht'. Het bestemmingsplan stelt een maximum van 35 horecabedrijven, een plafond dat ten tijde van de aanvraag al was bereikt. Daarmee was de aanvraag in strijd met de planregels, evenals de fietsparkeeroplossing. Het college van burgemeester en wethouders verleende op 6 mei 2022 toch een omgevingsvergunning door gebruik te maken van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2° Wabo in samenhang met artikel 4 lid 9 Bijlage II Bor, en voor het fietsparkeren via de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 — de inwerkingtreding van de Omgevingswet — werd ingediend, blijft op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet het oude Wabo-recht van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is. De Raad van State beoordeelt in hoger beroep de rechtmatigheid van de verleende vergunning. Daarbij geldt dat het college bij de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid beleidsruimte heeft en de betrokken belangen moet afwegen; de bestuursrechter toetst slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn. De uitspraaktekst is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State — bekrachtiging of vernietiging van de vergunning — niet met zekerheid kan worden vastgesteld.