JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5632Middel38/100

Zonnepark vrijgesteld van ontheffingsplicht grondwaterbeschermingsgebied

ECLI:NL:RVS:2026:5632, Raad van State, 23-09-2026, 202304100/1/R3

Raad van StateUitspraak: 23 september 2026Publicatie: 23 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202304100/1/R3
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Milieu
Ruimtelijke Ordening
Energie
Omgevingsverordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Ontheffing
Zonnepark
Grondwaterbeschermingsgebied

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 16 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan Zonnepark Holten B.V. een ontheffing van het verbod uit artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 verleend. Zonnepark Holten B.V. is de exploitant van een zonnepark nabij de Beumersteeg 13 in Holten (het zonnepark). Voor dit zonnepark heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten bij besluit van 13 november 2019 een omgevingsvergunning verleend. Het college van gedeputeerde staten van Overijssel heeft zich toen op het standpunt gesteld dat een ontheffing nodig is van het verbod uit artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 (de Omgevingsverordening). Dit artikel bepaalt dat het in een grondwaterbeschermingsgebied verboden is om buiten inrichtingen grote en grootschalige projecten tot stand te brengen, te wijzigen of uit te breiden, voor zover de risico’s op verontreiniging van het grondwater voor de waterwinning toenemen. Zonnepark Holten B.V. heeft vervolgens, onder protest, deze ontheffing aangevraagd, omdat zij van mening is dat er geen sprake is van strijd met het verbod en dat het college dus niet bevoegd is om een ontheffing daarvan te verlenen. Toen de ontheffing bij besluit van 16 september 2021 werd verleend, is Zonnepark Holten B.V. daar om die reden tegen in bezwaar gegaan. Dit bezwaar is bij besluit van 31 maart 2022 ongegrond verklaard, en haar beroep tegen dat besluit is bij uitspraak van 11 mei 2023 door de rechtbank ongegrond verklaard.

Kern van de zaak

Zonnepark Holten B.V. exploiteert een zonnepark nabij Holten in een grondwaterbeschermingsgebied. De provincie Overijssel stelde dat een ontheffing vereist was van het verbod op grote projecten in zulke gebieden. Zonnepark Holten B.V. betwistte dat het verbod überhaupt van toepassing was en ging onder protest in bezwaar en beroep.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst onvolledig; de einduitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is niet weergegeven. Wel staat vast dat de rechtbank het beroep op 11 mei 2023 ongegrond verklaarde. De kernvraag is of het zonnepark valt onder het verbod van artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 en of de provincie bevoegd was een ontheffing te verlenen.

38van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een specifieke provinciale verordening en één concreet zonnepark, maar heeft bredere betekenis voor de energietransitie en de toepasselijkheid van overgangsrecht bij de Omgevingswet. De impactscore is gematigd omdat de volledige uitspraak ontbreekt en de precedentwerking daardoor moeilijk te beoordelen is.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de ontheffingsaanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft het oude recht (Wet milieubeheer en Omgevingsverordening Overijssel 2017) van toepassing.
  • 2Zonnepark Holten B.V. betwist niet de verleende ontheffing op inhoudelijke gronden, maar bestrijdt de bevoegdheid van GS om überhaupt een ontheffing te verlenen.
  • 3Artikel 3.2.2.4 Omgevingsverordening Overijssel 2017 verbiedt grote en grootschalige projecten in grondwaterbeschermingsgebieden die het risico op grondwaterverontreiniging doen toenemen.
  • 4GS Overijssel verleende de ontheffing bij besluit van 16 september 2021; bezwaar en beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
  • 5De uitspraaktekst is onvolledig; het oordeel van de Afdeling in hoger beroep ontbreekt.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak verduidelijkt de reikwijdte van het overgangsrecht bij de Omgevingswet en de bevoegdheid van provincies tot ontheffingsverlening voor zonneparken in grondwaterbeschermingsgebieden.

Praktische impact

Voor exploitanten van zonneparken in of nabij grondwaterbeschermingsgebieden bepaalt deze uitspraak in hoeverre zij een provinciale ontheffing moeten aanvragen, ook als zij menen dat hun project niet onder een verbodsbepaling valt. De uitkomst kan invloed hebben op vergelijkbare projecten in Overijssel en andere provincies.

Onderwerp-impact

Voor de energietransitie en de uitrol van zonneparken op gevoelige locaties schept deze zaak meer duidelijkheid over de milieurechtelijke randvoorwaarden en de noodzaak van provinciale ontheffingen in beschermde gebieden.

Samenvatting

Zonnepark Holten B.V. exploiteert een zonnepark nabij de Beumersteeg 13 in Holten, gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied in de provincie Overijssel. Nadat in 2019 een omgevingsvergunning was verleend door het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten, stelde het college van gedeputeerde staten van Overijssel (GS) dat het zonnepark tevens een ontheffing behoefde van het verbod in artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017. Dit verbod ziet op het tot stand brengen, wijzigen of uitbreiden van grote en grootschalige projecten in grondwaterbeschermingsgebieden, voor zover daarmee het risico op verontreiniging van grondwater voor de drinkwaterwinning toeneemt. Zonnepark Holten B.V. diende de ontheffing in 2021 onder protest aan, omdat zij stelde dat haar project helemaal niet onder het verbod viel en dat GS dus niet bevoegd was een ontheffing te verlenen. Nadat de ontheffing was verleend, doorliep zij de volledige rechtsmiddelenketen: bezwaar (ongegrond, 2022) en beroep bij de rechtbank (ongegrond, mei 2023). Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een relevante procedurekwestie betreft het overgangsrecht: omdat de ontheffingsaanvraag dateert van vóór 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing, waaronder de Wet milieubeheer en de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De kern van het geschil is dus niet de inhoud van de ontheffing, maar de bevoegdheidsvraag: valt het zonnepark überhaupt onder het verbodsbereik van de verordening? De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig en bevat geen eindoordeel van de Afdeling, waardoor de definitieve uitkomst in hoger beroep onzeker blijft. De zaak is niettemin relevant voor de energietransitie en de toepassing van provinciale milieubeschermingsregels bij zonneparken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 23 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vergunningen
Milieu
ECLI:NL:RVS:2026:5680

Omgevingsvergunning paardenhouderij Veluwe alsnog in stand gelaten

28/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5657

Bestemmingsplan Kasteel Limbricht vernietigd door Raad van State

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RVS:2026:5638

Raad van State buigt zich over militair radarstation Herwijnen

38/100Bekijk
Raad van State·23 sep 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
ECLI:NL:RVS:2026:5626

Omgevingsvergunning poorten geweigerd wegens strijd met welstand

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied