Omgevingsvergunning poorten geweigerd wegens strijd met welstand
ECLI:NL:RVS:2026:5626, Raad van State, 23-09-2026, 202405483/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van het hekwerk aan de voorzijde van de woning op het perceel [locatie1] in Wassenaar. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Wassenaar. Op 14 januari 2021 heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vervangen van het hekwerk aan de voorzijde van zijn woning, door het plaatsen van een nieuw vast hekwerk met daarin twee nieuwe toegangspoorten. Omdat het niet mogelijk was om een vergunning te krijgen voor een vast hekwerk van meer dan 1 m hoog langs de hele voorzijde van de woning, heeft [appellant] zijn vergunningaanvraag gewijzigd. Na de wijziging betreft de aanvraag alleen nog het plaatsen van twee poorten, één voor de entree en één voor de oprit. De poorten bestaan uit 1,5 m hoge stalen hekwerken bevestigd aan vierkante stalen kolommen. Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen vanwege strijd met redelijke eisen van welstand. Het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 18 mei 2022 ongegrond verklaard.
Kern van de zaak
Een inwoner van Wassenaar vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van twee stalen poorten (1,5 m hoog) aan de voorzijde van zijn woning. Het college weigerde de vergunning wegens strijd met redelijke eisen van welstand. Na ongegrond bezwaar en beroep ging appellant in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt (naar alle waarschijnlijkheid op basis van de beschikbare tekst) de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde. De doorslaggevende reden is dat appellant geen concrete aanknopingspunten heeft aangedragen die twijfel rechtvaardigen aan de zorgvuldigheid van het welstandsadvies van de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar.
Impactscore
LaagHet betreft een relatief kleine, casuïstische zaak over een individuele vergunningweigering op welstandsgronden, waarbij geen nieuwe rechtsvragen worden beantwoord en de vaste bestuursrechtelijke lijn rond welstandsadviezen wordt bevestigd.
Belangrijkste punten
- 1Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet.
- 2De aanvraag werd gedurende de procedure al beperkt: een vast hekwerk van meer dan 1 m langs de volledige voorzijde bleek niet vergunbaar, waarna alleen twee poorten werden aangevraagd.
- 3Het college weigerde de vergunning wegens strijd met redelijke eisen van welstand, gebaseerd op een advies van de welstandscommissie.
- 4Appellant slaagde er niet in concrete aanknopingspunten aan te dragen die twijfel wekken aan de zorgvuldigheid van het welstandsadvies.
- 5De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond; de Raad van State toetst dit oordeel in hoger beroep (uitspraak is slechts gedeeltelijk beschikbaar).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een welstandsadvies in beginsel gevolgd mag worden, tenzij de aanvrager concrete gebreken in de zorgvuldigheid of motivering van dat advies aantoont. Het toepasselijke overgangsrecht (Wabo bij aanvragen vóór 1 januari 2024) wordt helder toegepast.
Praktische impact
Voor appellant betekent dit dat de omgevingsvergunning voor de stalen poorten definitief geweigerd blijft en hij het bestaande hekwerk niet op de gewenste wijze mag vervangen. Burgers die vergunningen aanvragen voor bouwwerken met een welstandstoets, moeten inhoudelijk onderbouwen waarom een welstandsadvies onjuist of onzorgvuldig is.
Onderwerp-impact
In het omgevingsrecht benadrukt deze zaak het belang van onafhankelijke welstandsadvisering bij vergunningverlening voor bouwwerken in de openbare ruimte; zonder concrete kritiek op het advies staat het bestuur sterk.
Samenvatting
Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State ingesteld door een inwoner van Wassenaar die een omgevingsvergunning wilde voor het plaatsen van twee stalen toegangspoorten (elk 1,5 m hoog) aan de voorzijde van zijn woning. De aanvraag werd ingediend op 14 januari 2021, ruim vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht neergelegd in artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet blijft daarom de Wabo (zoals die gold vóór 1 januari 2024) van toepassing gedurende de gehele procedure. Oorspronkelijk had appellant een ruimere aanvraag ingediend voor een vast hekwerk van meer dan 1 m hoog langs de volledige voorzijde van de woning, maar omdat hiervoor geen vergunning mogelijk bleek, werd de aanvraag beperkt tot alleen de twee poorten. Het college van burgemeester en wethouders weigerde echter ook deze beperkte aanvraag, omdat de poorten in strijd waren met redelijke eisen van welstand. Dit oordeel was gebaseerd op een advies van de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed Voorschoten en Wassenaar. Na een ongegrond bezwaar bevestigde ook de rechtbank het standpunt van het college. De centrale juridische vraag is of het college het welstandsadvies aan de weigering ten grondslag mocht leggen. Vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie schrijft voor dat een bestuursorgaan een welstandsadvies in beginsel mag volgen, tenzij de aanvrager concrete aanknopingspunten aandraagt die wijzen op onzorgvuldigheid of inhoudelijke gebreken in dat advies. Appellant heeft dergelijke concrete bezwaren niet kunnen onderbouwen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State toetst dit oordeel. Op basis van de beschikbare tekst volgt de Raad van State de redenering van de rechtbank. De uitkomst illustreert de beperkte ruimte die aanvragers hebben om een negatief welstandsadvies succesvol te bestrijden zonder inhoudelijke onderbouwing.