Hoger beroep vreemdelingenzaak ongegrond verklaard door RvS
ECLI:NL:RVS:2026:5612, Raad van State, 29-09-2026, BRS.25.001936
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Kern van de zaak
Een appellant, bijgestaan door advocaat mr. K. Yousef, stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank in een vreemdelingenzaak. De minister (vermoedelijk van Asiel en Migratie) was verwerende partij. De exacte onderliggende feitelijke toedracht is niet uit de uitspraak kenbaar.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De Afdeling paste de zogenoemde 'kale bevestiging' toe op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een standaard kale bevestiging ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 zonder inhoudelijke motivering of rechtsontwikkeling; zij heeft uitsluitend betekenis voor de direct betrokken partij en stelt geen nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van artikel 91 lid 2 Vw 2000: vereenvoudigde afdoening zonder nadere motivering
- 2De Afdeling neemt de motivering van de rechtbank (r.o. 4.1.2, 4.1.3 en 4.1.4) integraal over
- 3Geen proceskostenveroordeling voor de minister
- 4Het hogerberoepschrift bevat geen rechtsvragen van algemeen belang
- 5Uitspraak is een standaard bevestiging zonder inhoudelijke toetsing door de Afdeling zelf
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak heeft geen zelfstandige juridische precedentwerking; de 'kale bevestiging' ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 impliceert expliciet dat er geen rechtsvragen van algemeen belang spelen. De rechtsontwikkeling op het terrein van vreemdelingenrecht wordt door deze uitspraak niet beïnvloed.
Praktische impact
Voor appellant betekent de bevestiging dat de beslissing van de minister in stand blijft en er geen verdere rechtsgang openstaat bij de Afdeling. Appellant draagt zijn eigen proceskosten.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenprocedures bevestigt deze uitspraak de reguliere praktijk van vereenvoudigde afdoening in zaken die geen principiële vragen opwerpen, wat de doorlooptijden beperkt houdt.
Samenvatting
Op 29 september 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in een vreemdelingenzaak waarin appellant, vertegenwoordigd door mr. K. Yousef, hoger beroep had ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank. De inhoudelijke achtergrond van de zaak — de aard van het bestreden besluit van de minister en de specifieke gronden van appellant — blijkt niet uit de gepubliceerde tekst van de uitspraak. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Daarbij paste de Afdeling de zogenoemde 'verkorte afdoening' toe op grond van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Dit wettelijk instrument maakt het mogelijk dat de Afdeling een uitspraak bevestigt zonder deze nader te motiveren, mits het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. Aan die voorwaarde was in dit geval voldaan. De Afdeling nam de inhoudelijke motivering van de rechtbank — neergelegd in overwegingen 4.1.2, 4.1.3 en 4.1.4 van de aangevallen uitspraak — integraal over, zonder zelf een nadere inhoudelijke beoordeling te geven. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak heeft geen zelfstandige juridische precedentwaarde en draagt niet bij aan de rechtsontwikkeling. Voor appellant heeft de beslissing de praktische consequentie dat het besluit van de minister onherroepelijk is geworden en er geen verdere rechtsgang meer openstaat. Het betreft een routinematige afdoening die typerend is voor de wijze waarop de Afdeling haar werklast in vreemdelingenzaken beheert.