Ingebrekestelling via Advocatenportaal ongeldig na beleidswijziging minister
ECLI:NL:RVS:2026:5603, Raad van State, 29-09-2026, BRS.25.000697
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Kern van de zaak
Een asielzoekster diende op 25 juni 2024 via het Advocatenportaal een ingebrekestelling in wegens het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag van maart 2023. De minister weigerde deze ingebrekestelling als geldig te erkennen, omdat hij vanaf mei 2024 digitale indiening (anders dan per post of fax) had gesloten. De asielzoekster stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het incidenteel hoger beroep ongegrond. De proceskostenveroordeling van de rechtbank wordt vernietigd, omdat de via het Advocatenportaal ingediende ingebrekestelling na de beleidswijziging van mei 2024 niet langer een geldige wijze van indiening was en de minister dus niet in de kosten kon worden veroordeeld.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktisch belang voor de asiel- en vreemdelingenrechtpraktijk omtrent de geldigheid van digitale ingebrekestellingen, maar is beperkt in reikwijdte doordat het recht vóór de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer van toepassing is en de zaak procedureel van aard is.
Belangrijkste punten
- 1Tussen juni 2022 en mei 2024 konden advocaten in asielzaken digitaal (via Advocatenportaal, e-mail, MijnOverheid) of per post/fax in gebreke stellen.
- 2Vanaf mei 2024 sloot de minister alle digitale kanalen voor ingebrekestellingen, met uitzondering van post en fax.
- 3De ingebrekestelling via het Advocatenportaal op 25 juni 2024 werd door de minister als ongeldig aangemerkt; de geldige ingebrekestelling per post volgde pas op 30 juli 2024.
- 4Het recht van toepassing is het recht vóór inwerkingtreding van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (1 januari 2026).
- 5De Raad van State oordeelt dat de minister niet in de proceskosten veroordeeld mocht worden, nu de ingebrekestelling via het Advocatenportaal niet geldig was.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak verduidelijkt dat bestuursorganen de toegestane kanalen voor indiening van ingebrekestellingen eenzijdig mogen beperken, en dat een niet via het opengestelde kanaal ingediende ingebrekestelling geen rechtsgevolgen heeft voor de proceskostenveroordeling. Zij betreft het recht vóór de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer en is daarmee beperkt van toekomstig belang.
Praktische impact
Advocaten in asielzaken moeten er rekening mee houden dat de minister bevoegd is digitale indieningskanalen te sluiten, en dat ingebrekestellingen via een niet langer opengesteld kanaal als ongeldig worden beschouwd, met alle gevolgen voor termijnen en proceskosten van dien.
Onderwerp-impact
In asielzaken is tijdige en correcte ingebrekestelling cruciaal voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen; een ongeldige ingebrekestelling kan leiden tot niet-ontvankelijkheid of het mislopen van proceskostenvergoeding.
Samenvatting
In deze zaak draait het om de vraag of een asielzoekster de minister op geldige wijze in gebreke heeft gesteld via het Advocatenportaal op 25 juni 2024. De asielzoekster had in maart 2023 een asielaanvraag ingediend waarop de minister niet tijdig besliste. Haar gemachtigde stelde de minister op 25 juni 2024 in gebreke via het Advocatenportaal, maar de minister wees deze ingebrekestelling af als ongeldig. Dit was het gevolg van een beleidswijziging per mei 2024, waarbij de minister alle digitale indieningskanalen voor ingebrekestellingen in asielzaken had gesloten, met uitzondering van post en fax. Tot die tijd was digitale indiening via onder meer het Advocatenportaal wel mogelijk geweest. Nadat de advocaat op 30 juli 2024 alsnog een geldige ingebrekestelling per post had ingediend en beroep had ingesteld wegens niet tijdig beslissen, wees de minister de asielaanvraag uiteindelijk op 24 december 2024 in. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het inmiddels genomen besluit, maar veroordeelde de minister wel in de proceskosten, omdat zij meende dat de minister de ingebrekestelling via het Advocatenportaal had moeten aanvaarden. De Raad van State oordeelt anders. Op grond van het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (1 januari 2026) was de minister bevoegd de toegestane indieningskanalen voor ingebrekestellingen te beperken tot post en fax. De via het Advocatenportaal ingediende ingebrekestelling was daarmee ongeldig. De proceskostenveroordeling van de minister door de rechtbank was dan ook ten onrechte opgelegd. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, het incidenteel hoger beroep ongegrond, en vernietigt de proceskostenveroordeling.