Omgevingsvergunning tandartsenpraktijk vernietigd wegens ontbrekend raadsadvies
ECLI:NL:RVS:2026:5425, Raad van State, 15-09-2026, 202602080/2/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 14 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bred aan Sabbia Dent B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit "wijzigen van gebruik" ten behoeve van de vestiging van een zelfstandige tandartsenpraktijk en voor de omgevingsplanactiviteit "het aanleggen van een uitweg/uitrit" op het perceel aan de Bremhorst 9 in Teteringen. Sabbia Dent B.V. heeft een tandartsenpraktijk aan de Bremhorst 9 in Teteringen. De praktijk is sinds de jaren ’70 ter plaatse aanwezig en verbonden met de woning op het perceel. Op 5 januari 2024 heeft Sabbia Dent B.V. een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit "wijzigen van gebruik" ten behoeve van de vestiging van een zelfstandige tandartsenpraktijk en voor de omgevingsplanactiviteit "aanleggen van een uitweg/uitrit". Sabbia Dent B.V. wil het kadastrale perceel splitsen in twee percelen, waardoor een nieuw bouwperceel ontstaat met daarop een eigen hoofdgebouw, de tandartsenpraktijk. De praktijk wordt dan losgekoppeld van de woning. Uit de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Teteringen" volgt dat aan het perceel de bestemming "Wonen" en de aanduiding "waarde-archeologie" is toegekend. Dit bestemmingsplan maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Breda als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet. Een zelfstandige tandartsenpraktijk is ter plaatse niet toegestaan.
Kern van de zaak
Sabbia Dent B.V. wil haar tandartsenpraktijk in Teteringen losmaken van de bijbehorende woning door kadastrale splitsing. Het college van B&W verleende daarvoor een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit, maar verzuimde de gemeenteraad om verplicht advies te vragen. Omwonenden [wederpartijen] kwamen hiertegen in beroep.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter van de Raad van State wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De rechtbank had het besluit op bezwaar van 17 juli 2025 al vernietigd omdat het college niet bevoegd was de vergunning te verlenen zonder voorafgaand advies van de gemeenteraad op grond van artikel 16.15a, onder b, onder 1°, van de Omgevingswet.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is een voorlopige voorzieningenprocedure bij de Raad van State en heeft daarmee een beperkt precedentkarakter, maar bevestigt een relevante bevoegdheidsregel onder de Omgevingswet die voor gemeenten en aanvragers van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten praktisch significant is.
Belangrijkste punten
- 1Het college had op grond van artikel 16.15a, onder b, onder 1°, Omgevingswet verplicht de gemeenteraad om advies moeten vragen vóór verlening van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
- 2Het perceel heeft de bestemming 'Wonen'; een zelfstandige tandartsenpraktijk is op grond van het tijdelijke omgevingsplan van Breda ter plaatse niet toegestaan.
- 3De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar ambtshalve wegens onbevoegdheid van het college, zonder dat partijen dit punt hadden aangevoerd.
- 4De voorzieningenrechter beoordeelt slechts een voorlopig karakter; het oordeel bindt de bodemprocedure niet.
- 5Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van de wederpartijen tot € 975,65, waarvan € 934,00 voor rechtsbijstand.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat het vereiste raadsadvies ex artikel 16.15a Omgevingswet een bevoegdheidsvoorwaarde is die door de rechter ambtshalve wordt getoetst en waarvan schending leidt tot vernietiging van de vergunning. Dit onderstreept de dwingendrechtelijke aard van de adviesplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Praktische impact
Sabbia Dent B.V. kan de tandartsenpraktijk vooralsnog niet zelfstandig exploiteren op het gesplitste perceel; het college zal een nieuwe besluitvormingsprocedure moeten doorlopen waarbij de gemeenteraad tijdig om advies wordt gevraagd.
Onderwerp-impact
Voor tandartspraktijken en andere zorgaanbieders die zich in woonbestemmingen willen vestigen, benadrukt deze zaak het belang van correcte procedurele stappen onder de Omgevingswet, inclusief verplichte raadsadvisering bij afwijkingen van het omgevingsplan.
Samenvatting
Sabbia Dent B.V. exploiteert al decennia een tandartsenpraktijk aan de Bremhorst 9 in Teteringen, verbonden aan een woning op hetzelfde perceel. Om de praktijk zelfstandig te kunnen voortzetten op een afgesplitst kadastral perceel, vroeg Sabbia Dent in januari 2024 een omgevingsvergunning aan voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (wijziging van gebruik) en voor het aanleggen van een uitrit. Het perceel heeft de bestemming 'Wonen' in het tijdelijke omgevingsplan van Breda, zodat een zelfstandige tandartsenpraktijk ter plaatse planologisch niet is toegestaan. Het college van B&W van Breda verleende de vergunning in maart 2024 en handhaafde dit besluit op bezwaar in juli 2025. Omwonenden stelden beroep in bij de rechtbank, die het besluit op bezwaar ambtshalve vernietigde. De rechtbank stelde vast dat het college had nagelaten de gemeenteraad om advies te vragen, zoals artikel 16.15a, onder b, onder 1°, van de Omgevingswet verplicht stelt bij de verlening van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Dit adviesverzuim maakte het college onbevoegd om de vergunning te verlenen. Sabbia Dent wendde zich vervolgens tot de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met een verzoek om voorlopige voorziening, teneinde de vernietiging te schorsen. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af. Het oordeel heeft een voorlopig karakter en bindt de bodemprocedure niet, maar bevestigt impliciet dat de rechtbank terecht de adviesplicht als een bevoegdheidsvoorwaarde heeft aangemerkt. Het college wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van de wederpartijen. De zaak illustreert dat gemeenten bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de verplichte raadsadvisering niet mogen overslaan, op straffe van onbevoegdheid en vernietiging van de vergunning.