Hoger beroep vreemdeling ongegrond: SIS-signalering en Terugkeerrichtlijn
ECLI:NL:RVS:2026:5380, Raad van State, 11-09-2026, BRS.26.000351
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.
Kern van de zaak
Een vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank in een vreemdelingenzaak. Het geschil draaide om de vraag of sprake was van een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn en de evenredigheid van een SIS-signalering inzake terugkeer.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De doorslaggevende reden is dat het hogerberoepschrift geen rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, nu de relevante rechtsvragen reeds eerder door de Afdeling zijn beantwoord in een uitspraak van 17 juli 2026.
Impactscore
LaagHet betreft een vereenvoudigde afdoening zonder inhoudelijke motivering, waarbij enkel bestaande jurisprudentie wordt bevestigd en geen nieuwe rechtsvragen worden beantwoord.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van artikel 91, tweede lid, Vw 2000: vereenvoudigde afdoening zonder nadere motivering
- 2Rechtsvragen over artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn (verblijfstoestemming Portugal) eerder beantwoord in ECLI:NL:RVS:2026:4177
- 3Geen nieuwe vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht (conform HvJ-arrest Remling, ECLI:EU:C:2026:243)
- 4SIS-signalering inzake terugkeer en evenredigheidsbeginsel waren al beoordeeld in eerdere Afdelingsjurisprudentie
- 5Geen proceskostenveroordeling voor de minister
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande lijn over de toepassing van artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn en SIS-signaleringen en voegt geen nieuwe rechtsontwikkeling toe. De vereenvoudigde afdoening via artikel 91 lid 2 Vw 2000 illustreert dat de Afdeling dergelijke herhaalde rechtsvragen routinematig afwijst.
Praktische impact
Voor de vreemdeling betekent de bevestiging van de rechtbankuitspraak dat de SIS-signalering en de terugkeerprocedure ongewijzigd van kracht blijven. Er is geen recht op proceskostenvergoeding.
Onderwerp-impact
De uitspraak heeft beperkte zelfstandige betekenis voor de vreemdelingenpraktijk, nu zij voortbouwt op eerder gewezen jurisprudentie over de Terugkeerrichtlijn en SIS-signaleringen zonder nieuwe normen te stellen.
Samenvatting
In deze zaak stelde een vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een uitspraak van de rechtbank. De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van een andere toestemming tot verblijf in Portugal in de zin van artikel 6, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn, alsmede de evenredigheid van een SIS-signalering inzake terugkeer. De Afdeling past artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 toe en oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Dit oordeel hoeft ingevolge die bepaling niet nader te worden gemotiveerd, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. De Afdeling overweegt daartoe dat de relevante rechtsvragen — over de uitleg van artikel 6 lid 2 Terugkeerrichtlijn en de toetsing van het evenredigheidsbeginsel in relatie tot de SIS-signalering — reeds zijn beantwoord in haar uitspraak van 17 juli 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4177). Het hoger beroep biedt geen aanleiding in dit geval anders te oordelen. Voorts roept het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen op over de uitleg of geldigheid van een bepaling van Unierecht, in lijn met het arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026 (Remling, ECLI:EU:C:2026:243). Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De vreemdeling heeft geen recht op een proceskostenvergoeding. De uitspraak heeft een beperkte zelfstandige juridische betekenis, nu zij geen nieuwe rechtsontwikkelingen introduceert maar uitsluitend bestaande jurisprudentie toepast.