Minister vergoed proceskosten na intrekking terugkeerbesluit en SIS-signalering
ECLI:NL:RVS:2026:5369, Raad van State, 11-09-2026, BRS.26.000185
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en hem meegedeeld dat hij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.
Kern van de zaak
Een vreemdeling ging in hoger beroep tegen een terugkeerbesluit en SIS-signalering van de minister van Asiel en Migratie. Na een verzoek om nadere inlichtingen trok de minister beide besluiten in. Verzoeker trok daarop het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
Beslissing van de rechter
Het verzoek om proceskostenvergoeding is toegewezen: de minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot betaling van € 3.468,00. De doorslaggevende reden is dat de minister door intrekking van het terugkeerbesluit en de SIS-signalering geheel aan verzoeker is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a Awb, zonder een andere grond voor de intrekking aan te voeren.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen bestaande jurisprudentie over artikel 8:75a Awb en heeft geen precedentwerking; het betreft een enkelvoudige proceskostenbeslissing in een individuele vreemdelingenzaak.
Belangrijkste punten
- 1Hoger beroep ingetrokken na volledige tegemoetkoming door de minister (art. 8:75a lid 1 Awb)
- 2Minister trok zowel het terugkeerbesluit als de SIS-signalering in na een verzoek om nadere schriftelijke inlichtingen
- 3Geen andere grond voor intrekking aangevoerd, dus tegemoetkoming wordt aangenomen
- 4Proceskostenvergoeding bedraagt € 3.468,00, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand
- 5Vergoeding omvat kosten van bezwaar, beroep én hoger beroep
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat intrekking van een besluit zonder nadere grond kwalificeert als tegemoetkoming ex artikel 8:75a Awb, waardoor een proceskostenveroordeling volgt. Er wordt geen nieuw recht gesteld.
Praktische impact
De minister moet € 3.468,00 aan proceskosten vergoeden; voor de vreemdeling betekent de intrekking van terugkeerbesluit en SIS-signalering dat de terugkeerplicht en de daarmee samenhangende Europese signalering komen te vervallen.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken onderstreept deze uitspraak dat bestuursorganen die besluiten intrekken na kritische toetsing risico lopen op volledige proceskostenvergoeding over alle procesfasen heen.
Samenvatting
In deze zaak had de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit en een bijbehorende SIS-signalering opgelegd aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadat de Afdeling de minister had verzocht om nadere schriftelijke inlichtingen over het hogerberoepschrift, trok de minister zowel het terugkeerbesluit als de SIS-signalering in. Op basis daarvan trok de vreemdeling zijn hoger beroep in en verzocht hij de Afdeling om vergoeding van de proceskosten over alle procesfasen — bezwaar, beroep en hoger beroep. De juridische vraag was of de intrekking van de besluiten kwalificeert als een volledige tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:108, eerste lid, Awb. De Afdeling beantwoordt die vraag bevestigend. Doorslaggevend is dat de minister geen andere grond voor de intrekking heeft aangevoerd, zodat aangenomen moet worden dat de intrekking plaatsvond vanwege de door de vreemdeling in hoger beroep aangevoerde bezwaren. Daarmee is aan het wettelijke vereiste van volledige tegemoetkoming voldaan. De Afdeling veroordeelt de minister tot betaling van € 3.468,00 aan proceskosten, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is in lijn met vaste jurisprudentie over de toepassing van artikel 8:75a Awb en heeft geen zelfstandige precedentwerking. Voor de praktijk benadrukt zij wel dat bestuursorganen die besluiten intrekken als reactie op een rechtsmiddel — ook wanneer zij daarvoor geen expliciete reden geven — in beginsel de volledige proceskosten van alle doorlopen fasen dragen.