Huurtoeslag geweigerd voor chalet op vakantiepark Vinkeveen
ECLI:NL:RVS:2026:5331, Raad van State, 09-09-2026, 202600027/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant] om huurtoeslag afgewezen. [appellant] woont sinds 2015 in een chalet op de camping De Tachtig Morgen aan de Vinkenkade 75-[…] in Vinkeveen. De rechtbank heeft onder meer de volgende overwegingen aan haar beslissing ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag (Wht) wordt in deze wet en de bepalingen die daarop berusten onder huurder verstaan: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in een door hem gehuurde woning, daaronder begrepen een woonwagen, tenzij de woning onderdeel uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf, ongeacht de duur van de huurovereenkomst.
Kern van de zaak
Een bewoner van een chalet op camping De Tachtig Morgen in Vinkeveen woont daar sinds 2015 permanent en vraagt huurtoeslag aan. De Dienst Toeslagen weigert dit omdat de woning deel uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf. Appellant bestrijdt dit bij de rechter.
Beslissing van de rechter
De aanvraag voor huurtoeslag is afgewezen; de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Doorslaggevend is dat het bestemmingsplan permanente bewoning niet toestaat en appellant geen uitdrukkelijke gedoogbeschikking van de gemeente heeft overgelegd, terwijl dat volgens vaste rechtspraak de enige weg is om aan te tonen dat de woning niet langer deel uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen de bestaande vaste rechtspraak van de Afdeling en voegt geen nieuwe rechtsnorm toe; de bevestiging van het bestaande kader heeft beperkte precedentwaarde.
Belangrijkste punten
- 1Op grond van artikel 1 sub c Wet op de huurtoeslag is een woning op een vakantiepark waar permanente bewoning niet is toegestaan in beginsel een vakantiebestedingsbedrijf, waardoor geen recht op huurtoeslag bestaat.
- 2Vaste Afdelingsrechtspraak (o.a. ECLI:NL:RVS:2019:2443) vereist een uitdrukkelijke gemeentelijke gedoogbeschikking om dit vermoeden te weerleggen.
- 3Ontvangen energietoeslag en vernietiging van een aanslag forensenbelasting zijn onvoldoende om impliciet gedogen door de gemeente aan te nemen.
- 4Een civiel vonnis over de aard van de huurovereenkomst is niet relevant voor de vraag of de gemeente permanente bewoning gedoogt.
- 5De bewijslast ligt bij de aanvrager: hij moet aannemelijk maken dat zijn woning geen deel (meer) uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste Afdelingslijn dat uitsluitend een uitdrukkelijke gemeentelijke gedoogbeschikking volstaat als tegenbewijs bij recreatiewoningen, en dat indirecte aanwijzingen van gemeentelijk beleid of andere toeslagen daarvoor onvoldoende zijn.
Praktische impact
Bewoners van chalets of recreatiewoningen die permanent bewonen zonder formeel gedoogbesluit van de gemeente, kunnen ook bij langdurig verblijf geen huurtoeslag krijgen, ongeacht feitelijke gedoogsituaties.
Onderwerp-impact
Voor de toeslagenpraktijk betekent dit dat Dienst Toeslagen bij recreatieparken strikt mag vasthouden aan de eis van een formele gedoogbeschikking, zonder rekening te houden met andere overheidsbeslissingen die op feitelijke acceptatie van permanente bewoning kunnen wijzen.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Raad van State betreft een bewoner van een chalet op camping De Tachtig Morgen in Vinkeveen, waar hij sinds 2015 permanent verblijft. Hij had huurtoeslag aangevraagd bij de Dienst Toeslagen, maar dit werd geweigerd op grond van artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet op de huurtoeslag (Wht). Die bepaling sluit huurders uit van het recht op huurtoeslag wanneer hun woning deel uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf. De centrale juridische vraag was of appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn chalet niet langer tot een vakantiebestedingsbedrijf behoort, zodat hij toch als huurder in de zin van de Wht kon worden aangemerkt. Niet in geschil was dat het bestemmingsplan permanente bewoning van de recreatiewoning niet toestaat. Appellant beriep zich op een aantal indirecte aanwijzingen dat de gemeente permanente bewoning feitelijk zou accepteren: hij had in 2022 en 2023 energietoeslag ontvangen, de gemeente had een aanslag forensenbelasting vernietigd, en hij legde een civiel vonnis over waarin zijn huurovereenkomst als reguliere huur werd gekwalificeerd. De Afdeling volgt de redenering van de rechtbank en bevestigt de vaste rechtslijn dat uitsluitend een uitdrukkelijke gemeentelijke gedoogbeschikking volstaat om het vermoeden te weerleggen dat een recreatiewoning op een vakantiepark deel uitmaakt van een vakantiebestedingsbedrijf. De door appellant aangedragen argumenten zijn daarvoor onvoldoende: energietoeslag en de vernietiging van een forensenbelastingaanslag zeggen niets over gemeentelijk gedoogbeleid ten aanzien van permanente bewoning, en het civiele vonnis heeft slechts betrekking op de privaatrechtelijke kwalificatie van de huurovereenkomst. Omdat appellant geen formele gedoogbeschikking kon overleggen, heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn woning buiten de uitzondering van artikel 1 sub c Wht valt. De huurtoeslag blijft daarmee terecht geweigerd. De uitspraak bevestigt bestaande rechtspraak zonder nieuwe normen toe te voegen.