JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5324Middel38/100

Dwangsom kamerverhuur arbeidsmigranten getoetst aan Dienstenrichtlijn

ECLI:NL:RVS:2026:5324, Raad van State, 09-09-2026, 202300277/1/R3

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202300277/1/R3
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Omgevingsrecht
Arbeidsrelaties
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Arbeidsmigranten
Bestemmingsplan
Last Onder Dwangsom
Kamerverhuur
Dienstenrichtlijn

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse Mployment onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse door meer dan één huishouden te beëindigen en blijvend beëindigd te houden. Naar aanleiding van handhavingsverzoeken van [partij A] en andere omwonenden heeft het college controles uitgevoerd naar de bewoning van de woning aan de Heereweg 384A in Lisse (de woning). Tijdens deze controles is geconstateerd dat Mployment in de woning woonruimtes verhuurde aan verschillende huishoudens. Dit gebruik is volgens het college in strijd met artikel 2.12 onder b van het bestemmingsplan "Herziening begrippen", in samenhang met de bestemmingsplannen "Lisse Dorp" en "Eerste herziening Lisse Dorp". Daardoor overtreedt Mployment artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft daarom een last onder dwangsom opgelegd, waarin Mployment is opgedragen om de overtreding voor 20 april 2022 te beëindigen en beëindigd te houden.

Kern van de zaak

Verhuurder Mployment verhuurt kamers in een woning in Lisse aan meerdere huishoudens (arbeidsmigranten). Het college legt een last onder dwangsom op wegens strijd met het bestemmingsplan. Mployment bestrijdt de rechtmatigheid van de verbodsbepaling en beroept zich op de Dienstenrichtlijn.

Beslissing van de rechter

De uitkomst van de beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig vast te stellen (de uitspraaktekst is onvolledig). De rechtbank heeft het beroep van Mployment ongegrond verklaard; de Raad van State behandelt het hoger beroep, waarbij de centrale vraag is of de bestemmingsplanverbodsbepaling evident in strijd is met artikel 15 van de Dienstenrichtlijn en of de verbodsbepaling indirect discriminerend is jegens aanbieders van huisvesting voor arbeidsmigranten.

38van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een principiële vraag over de verhouding tussen bestemmingsplanhandhaving en de Dienstenrichtlijn bij kamerverhuur aan arbeidsmigranten, maar de beschikbare tekst is onvolledig en de definitieve beslissing van de Raad van State is niet kenbaar, wat de impactbeoordeling beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Oud recht (Wabo) blijft van toepassing op de opgelegde last onder dwangsom van 20 januari 2022, ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 (overgangsrecht art. 4.23 Invoeringswet Omgevingswet).
  • 2Mployment verhuurt kamers in strijd met het bestemmingsplan, dat bedrijfsmatige kamerverhuur aan meerdere huishoudens verbiedt (art. 2.1 lid 1 onder c Wabo jo. art. 2.12 onder b bestemmingsplan).
  • 3Mployment betoogt dat de verbodsbepaling evident in strijd is met artikel 15 Dienstenrichtlijn, nu een rechtvaardiging voor de beperking ontbreekt in plantoelichting en beslissing op bezwaar.
  • 4Mployment stelt dat de verbodsbepaling indirect discriminerend is omdat deze feitelijk gericht is op het tegengaan van huisvesting van arbeidsmigranten.
  • 5De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard; in hoger beroep beoordeelt de Raad van State de verenigbaarheid van het planvoorschrift met het EU-dienstenrecht.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt aan de verhouding tussen nationaal bestemmingsplanrecht en de Europese Dienstenrichtlijn, met name de vraag of een verbod op bedrijfsmatige kamerverhuur als een gerechtvaardigde en niet-discriminerende beperking van de dienstverleningsvrijheid kan worden aangemerkt. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst onzeker.

Praktische impact

Voor verhuurders die bedrijfsmatig woonruimte aanbieden aan arbeidsmigranten is de uitkomst relevant: een bestemmingsplanverbod op kamerverhuur kan een last onder dwangsom rechtvaardigen, tenzij het evident in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Handhavende gemeenten dienen de rechtvaardiging van dergelijke verbodsbepalingen deugdelijk te motiveren.

Onderwerp-impact

De uitspraak is relevant voor gemeenten die via bestemmingsplanregels de huisvesting van arbeidsmigranten willen reguleren, en voor aanbieders van (bedrijfsmatige) woonruimte die zich op Europees dienstenrecht willen beroepen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een handhavingskwestie waarbij het college van burgemeester en wethouders van Lisse aan Mployment een last onder dwangsom heeft opgelegd wegens het bedrijfsmatig verhuren van kamers in een woning aan meerdere huishoudens, in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De last is opgelegd op 20 januari 2022 op grond van de Wabo. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 rijst de vraag welk recht van toepassing is; op grond van het overgangsrecht (art. 4.23 Invoeringswet Omgevingswet) blijft de Wabo van toepassing op reeds voor die datum opgelegde lasten. De rechtbank verklaarde het beroep van Mployment ongegrond. In hoger beroep bij de Raad van State voert Mployment twee hoofdargumenten aan. Ten eerste stelt zij dat de verbodsbepaling in het bestemmingsplan evident in strijd is met artikel 15 van de Dienstenrichtlijn, omdat een rechtvaardiging voor de beperking van de dienstverlening ontbreekt in zowel de plantoelichting als de beslissing op bezwaar, terwijl Mployment dit uitdrukkelijk heeft bestreden. Ten tweede betoogt Mployment dat de verbodsbepaling indirect discriminerend is: uit de plantoelichting blijkt dat het verbod feitelijk is gericht op het tegengaan van huisvesting van arbeidsmigranten, wat een beschermde categorie vormt in het licht van het Unierecht. De Raad van State dient te beoordelen of de bestemmingsplanregel een gerechtvaardigde, evenredige en niet-discriminerende beperking vormt van de vrijheid van dienstverlening zoals gewaarborgd door de Dienstenrichtlijn. De definitieve beslissing van de Raad van State is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de procedure raakt fundamentele vragen over de verhouding tussen ruimtelijke ordeningsrecht en Europees dienstenrecht bij de regulering van arbeidsmigranten-huisvesting.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied