JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5317Laag28/100

Last onder bestuursdwang voor mastinspectie woonschip gehandhaafd

ECLI:NL:RVS:2026:5317, Raad van State, 09-09-2026, 202503332/1/A3

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202503332/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vastgoed
Vergunningen
Last Onder Bestuursdwang
Groningen
Woonschip
Mastinspectie
Gemeentelijk Toezicht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellante] is eigenaar van het varend woonschip ‘[naam]’ (woonschip) dat ligt aan de Noorderhaven in Groningen. Een omwonende heeft bij de gemeente zorgen geuit over de kwaliteit van de mast van het woonschip. Naar aanleiding daarvan heeft een toezichthouder van het college op 30 juni 2022 vanaf de kade de mast bekeken. De toezichthouder heeft een kromming van de mast en zichtbare scheuren in het hout van de mast waargenomen. Een dag later heeft een deskundige vanaf de kade geoordeeld dat er diepe scheurvorming in de mast aanwezig is, alsmede een kromming en tordering van de mast. Volgens de deskundige is voor een deugdelijke beoordeling van de staat van de mast een complete mastinspectie noodzakelijk.

Kern van de zaak

Eigenares van een varend woonschip in de Noorderhaven van Groningen kreeg van het college een last onder bestuursdwang opgelegd om de mast te strijken na zorgen van een omwonende over de veiligheid ervan. Een toezichthouder en deskundige constateerden scheurvorming, kromming en tordering van de mast. Appellante betwistte de opgelegde last en de rechtmatigheid van het optreden van het college.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare tekst blijkt dat het college de bezwaren van appellante ongegrond heeft verklaard (met gewijzigde motivering) en dat de zaak bij de Raad van State in hoger beroep is behandeld; de doorslaggevende reden voor de last was de geconstateerde gebrekkige staat van de mast die een veiligheidsrisico opleverde.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individueel handhavingsbesluit over één woonschip zonder bredere precedentwerking; de uitspraak is bovendien onvolledig, waardoor de juridische impact beperkt en onzeker is.

Belangrijkste punten

  • 1Last onder bestuursdwang opgelegd wegens vermoedelijk onveilige mast op varend woonschip (scheurvorming, kromming, tordering).
  • 2Beoordeling geschiedde aanvankelijk uitsluitend vanaf de kade; deskundige achtte een complete mastinspectie noodzakelijk voor deugdelijke beoordeling.
  • 3College bood appellante aan de mastinspectie te faciliteren, op voorwaarde van verplaatsing van het schip buiten de haven.
  • 4Bezwaar ongegrond verklaard met gewijzigde motivering; proceskosten vergoed wegens motiveringswijziging.
  • 5Uitspraak is onvolledig; eindoordeel Raad van State over rechtmatigheid last kan niet volledig worden vastgesteld.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de toepassingsvoorwaarden voor een last onder bestuursdwang bij vermoedelijk onveilige bouwwerken of vaartuigen en de eisen aan de onderbouwing via deskundigenoordeel. Vanwege de onvolledige uitspraak is de precieze rechtsregel die de Raad van State stelt niet te bepalen.

Praktische impact

Eigenaren van varende woonschepen kunnen worden verplicht kostsame mastinspecties te laten uitvoeren en hun schip tijdelijk te verplaatsen als toezichthouders veiligheidsproblemen signaleren. Weigering kan leiden tot bestuursdwang op kosten van de eigenaar.

Onderwerp-impact

De uitspraak is relevant voor het toezicht op varende woonschepen en de bevoegdheid van gemeenten om handhavend op te treden bij vermoedelijk gevaarlijke constructies, wat van belang is voor de woonsector en vastgoed in haven- en watergebieden.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil tussen de eigenares van een varend woonschip aan de Noorderhaven in Groningen en het college van burgemeester en wethouders. Naar aanleiding van zorgen van een omwonende over de toestand van de mast van het schip, heeft een gemeentelijke toezichthouder op 30 juni 2022 de mast vanaf de kade geïnspecteerd en een kromming en zichtbare scheuren waargenomen. Een dag later bevestigde een ingeschakelde deskundige diepe scheurvorming, alsmede kromming en tordering, en achtte hij een volledige mastinspectie noodzakelijk voor een deugdelijk oordeel over de veiligheid. Op basis hiervan legde het college op 15 mei 2023 een last onder bestuursdwang op: de eigenares diende de mast uiterlijk op 27 juni 2023 te strijken en gestreken te houden totdat de veiligheid was aangetoond. Bij niet-naleving zou het college het schip laten verslepen op kosten van appellante. Het college bood tevens aan de mastinspectie te faciliteren, mits het schip buiten de haven werd gebracht. In bezwaar handhaafde het college de last, zij het met een gewijzigde motivering, en vergoedde het de proceskosten vanwege die wijziging. Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State. De juridische vraag betreft de rechtmatigheid van de last onder bestuursdwang: was er voldoende grondslag voor handhavend optreden en voldeed de beoordeling aan de daaraan te stellen eisen? De aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig, waardoor het eindoordeel van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare informatie is voorzichtigheid geboden bij het trekken van definitieve conclusies over de uitkomst en de rechtsregels die in deze zaak zijn gesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied