JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5316Laag28/100

Omgevingsvergunning sociale huurwoningen Oegstgeest deels beoordeeld

ECLI:NL:RVS:2026:5316, Raad van State, 09-09-2026, 202306768/1/R3

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:202306768/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Bestemmingsplan
Kruimelgevallenregeling
Sociale Huurwoningen

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 19 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest aan Holland Property Development B.V. een omgevingsvergunning verleend voor wijzigen van het pand Lijtweg 3-7 in Oegstgeest (de locatie) in 10 woningen. Holland Property Development is sinds 2016 eigenaar van het pand aan de Lijtweg 3-7 in Oegstgeest. Dit pand maakte samen met het naastgelegen dorpscentrum, een kerk en een scholengemeenschap deel uit van een cluster van panden die in onder meer het bestemmingsplan "Voscuyl en Bloemenbuurt" zijn bestemd en worden of werden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen. Holland Property Development en [appellant] hebben op 22 december 2017 een aanvraag ingediend voor een wijziging van het gebruik van het perceel van de functie "Maatschappelijk" naar de functie "Wonen" en voor een inpandige verbouwing van het pand naar 10 sociale huurappartementen.

Kern van de zaak

Holland Property Development en een mede-appellant vroegen in 2017 een omgevingsvergunning aan om een pand aan de Lijtweg 3-7 in Oegstgeest te verbouwen van maatschappelijke bestemming naar 10 sociale huurappartementen. Stichting Dorpscentrum Oegstgeest en anderen maakten bezwaar en gingen in beroep. De woningen waren al in gebruik genomen voordat de procedure was afgerond.

Beslissing van de rechter

De Raad van State beoordeelt de zaak op grond van het oude recht (Wabo vóór 1 januari 2024), omdat de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De beslissing ten gronde is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren, maar de uitspraak ziet op de heroverweging van de verleende omgevingsvergunning waarbij het college alle relevante belangen opnieuw moet afwegen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak betreft een feitelijk specifieke zaak over één pand in Oegstgeest en stelt geen nieuwe rechtsregels. De tekst is bovendien onvolledig, waardoor de definitieve beslissing niet volledig te beoordelen is.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 blijven onder de Wabo vallen tot het besluit onherroepelijk is (art. 4.3 Invoeringswet Omgevingswet).
  • 2De vergunning werd verleend via de kruimelgevallenregeling: art. 2.12 lid 1 sub a onder 2° Wabo jo. art. 4 lid 9 bijlage II Bor.
  • 3De woningen zijn al op 30 april 2019 opgeleverd en per 1 mei 2019 in gebruik genomen, wat de zaak feitelijk complex maakt.
  • 4Op grond van art. 7:11 Awb is het college bij een nieuw besluit op bezwaar verplicht het aangevochten besluit volledig te heroverwegen.
  • 5Het college heeft beleidsruimte bij het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan; de rechter toetst marginaal.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en onderstreept dat lopende Wabo-procedures volledig onder het oude regime blijven. De verplichting tot volledige heroverweging ex art. 7:11 Awb bij een nieuw besluit op bezwaar wordt bekrachtigd.

Praktische impact

Voor Holland Property Development en de bewoners van de tien sociale huurwoningen – die al jaren in gebruik zijn – brengt de voortdurende juridische procedure rechtsonzekerheid over de planologische legitimiteit van hun woonsituatie. Stichting Dorpscentrum Oegstgeest behoudt via deze procedure invloed op de bestemming van het cluster van maatschappelijke voorzieningen.

Onderwerp-impact

De uitspraak raakt de schaarse sociale huurwoningmarkt in Oegstgeest: een onherroepelijke vergunning zou de woningen definitief legaliseren, terwijl vernietiging de maatschappelijke bestemming zou herstellen en de woningen op losse schroeven zou zetten.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Raad van State van 9 september 2026 betreft een langlopend planologisch geschil over de verbouwing van een pand aan de Lijtweg 3-7 in Oegstgeest. Holland Property Development, eigenaar sinds 2016, vroeg samen met een mede-appellant op 22 december 2017 een omgevingsvergunning aan om het pand – onderdeel van een cluster van maatschappelijke voorzieningen – te transformeren naar tien sociale huurappartementen. Het college van burgemeester en wethouders verleende de vergunning op grond van de zogeheten kruimelgevallenregeling (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2° Wabo juncto artikel 4 lid 9 bijlage II Bor). Stichting Dorpscentrum Oegstgeest en anderen kwamen hiertegen in bezwaar en vervolgens in beroep. De woningen werden hangende de procedure al opgeleverd en in gebruik genomen op respectievelijk 30 april en 1 mei 2019. De centrale juridische vraag is of de verleende omgevingsvergunning in stand kan blijven. Een preliminaire kwestie betreft het toepasselijke recht: omdat de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, bepaalt artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet dat de Wabo van toepassing blijft totdat het besluit onherroepelijk is. De Raad van State bevestigt dit overgangsrecht. Verder wordt benadrukt dat het college bij het nemen van een nieuw besluit op bezwaar op grond van artikel 7:11 Awb gehouden is tot een volledige heroverweging van alle relevante feiten en belangen, waarbij het college beleidsruimte toekomt en de bestuursrechter marginaal toetst. De definitieve beslissing ten gronde is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren. De uitspraak heeft beperkte precedentwaarde maar is relevant voor vergelijkbare overgangsrechtelijke situaties en voor de bescherming van maatschappelijke bestemmingen in bestemmingsplannen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied