SIS-signalering vernietigd: terugkeerbesluit vereist illegaal verblijf in uitvaardigende lidstaat
ECLI:NL:RVS:2026:5294, Raad van State, 11-09-2026, BRS.26.000193
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, haar opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en haar meegedeeld dat zij vanwege dat terugkeerbesluit in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd wordt.
Kern van de zaak
Een Bengaalse vrouw met een Nederlandse verblijfsvergunning als gezinslid zag haar vergunning ingetrokken nadat haar echtgenoot stopte met studeren. Omdat zij inmiddels naar Portugal was verhuisd, bestreed zij het terugkeerbesluit en de daarop gebaseerde SIS-signalering. De vraag was of Nederland een terugkeerbesluit kan uitvaardigen aan iemand die niet (meer) op Nederlands grondgebied verblijft.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Den Haag is vernietigd. De Raad van State oordeelt dat voor het uitvaardigen van een terugkeerbesluit vereist is dat de vreemdeling illegaal verblijft op het grondgebied van de lidstaat die het besluit neemt; omdat appellant ten tijde van het besluit in Portugal verbleef, was het terugkeerbesluit en de SIS-signalering onrechtmatig.
Impactscore
HoogDe uitspraak betreft een principiële bevoegdheidsvraag over de reikwijdte van de Terugkeerrichtlijn die direct relevant is voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk van de IND en de positie van een grote groep vreemdelingen die na intrekking naar andere EU-lidstaten vertrekken.
Belangrijkste punten
- 1Een terugkeerbesluit vereist dat de vreemdeling illegaal verblijft op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, niet slechts ergens binnen de EU.
- 2De Raad van State verwijst naar HvJ-arresten M.D. (C-2023:341) en Affum (C-2016:408) en het Terugkeerhandboek als grondslag voor dit vereiste.
- 3Het terugkeerbesluit en de SIS-signalering worden herroepen omdat appellant op het moment van het besluit al in Portugal woonde.
- 4De rechtbank Den Haag had ten onrechte geoordeeld dat aanwezigheid in de uitvaardigende lidstaat niet vereist is, mits de vreemdeling nog binnen de EU verblijft.
- 5De uitspraak van de Raad van State treedt in de plaats van het vernietigde besluit van 24 september 2024.
Impactanalyse
Juridische impact
De Raad van State verduidelijkt dat de Terugkeerrichtlijn vereist dat illegaal verblijf bestaat op het grondgebied van de beslissende lidstaat zelf, wat de bevoegdheid van Nederland om terugkeerbesluiten te nemen aanzienlijk begrenst bij vreemdelingen die al naar een andere lidstaat zijn vertrokken.
Praktische impact
Vreemdelingen die na intrekking van hun verblijfsvergunning naar een andere EU-lidstaat zijn vertrokken, kunnen niet zonder meer worden onderworpen aan een terugkeerbesluit en SIS-signalering door de oorspronkelijke lidstaat; de IND zal haar werkwijze hierop moeten aanpassen.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenrechtelijke zaken waarbij verblijfsvergunningen worden ingetrokken wegens gewijzigde omstandigheden, geldt voortaan als harde eis dat de betrokkene nog op Nederlands grondgebied verblijft voordat een terugkeerbesluit rechtsgeldig kan worden genomen.
Samenvatting
Een Bengaalse vrouw verkreeg in februari 2023 een Nederlandse verblijfsvergunning als gezinslid van haar studerende echtgenoot. Toen haar echtgenoot stopte met zijn studie, trok de minister de vergunning in april 2024 in met terugwerkende kracht tot 1 september 2023. Gelijktijdig legde de minister een terugkeerbesluit op en signaleerde de vrouw in het Schengeninformatiesysteem (SIS). De vrouw was op dat moment echter al naar Portugal verhuisd en bestreed zowel het terugkeerbesluit als de SIS-signalering. De rechtbank Den Haag oordeelde aanvankelijk dat een terugkeerbesluit geldig is zolang de vreemdeling nog ergens binnen de EU verblijft, omdat een terugkeerbesluit geldt voor het gehele EU-grondgebied en een andere uitleg afbreuk zou doen aan de doeltreffendheid van het EU-terugkeerbeleid. De Raad van State volgt dit oordeel niet. Onder verwijzing naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie — in het bijzonder de arresten M.D. (2023) en Affum (2016) — en de relevante paragrafen van het Terugkeerhandboek, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat illegaal verblijf op het grondgebied van de lidstaat die het terugkeerbesluit neemt, een harde voorwaarde is. Het enkele feit dat de vreemdeling nog binnen de EU verblijft, volstaat niet. Omdat appellant ten tijde van het bestreden besluit in Portugal verbleef en dus niet illegaal in Nederland aanwezig was, ontbrak de bevoegdheidsgrondslag voor het terugkeerbesluit en de daaruit voortvloeiende SIS-signalering. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het bezwaar gegrond en herroept het terugkeerbesluit inclusief de SIS-signalering. De uitspraak heeft directe gevolgen voor de Nederlandse uitvoeringspraktijk: de IND kan bij vreemdelingen die na intrekking van hun vergunning al zijn vertrokken naar een andere lidstaat, niet langer rechtsgeldig een terugkeerbesluit uitvaardigen.