Raad van State: moratorium Syrië verlengt beslistermijn niet rechtsgeldig
ECLI:NL:RVS:2026:5232, Raad van State, 09-09-2026, BRS.25.000770
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Kern van de zaak
Een Syrische asielzoeker diende in maart 2024 een asielaanvraag in. Nadat de minister niet tijdig besliste en een besluit- en vertrekmoratorium instelde dat de beslistermijn met een jaar verlengde, stelde betrokkene beroep in wegens het uitblijven van een besluit.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en oordeelt dat de minister de beslistermijn in de asielzaak niet rechtsgeldig met een jaar heeft kunnen verlengen via het instellen van het moratorium. De minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag.
Impactscore
HoogDe uitspraak van de hoogste bestuursrechter heeft uitdrukkelijk zaaksoverstijgende werking, raakt een groot aantal Syrische asielzoekers en begrenst een centraal beleidsinstrument van de minister; hoewel de uitspraak geen fundamenteel nieuw rechtsbeginsel vestigt, is de beleidsmatige en praktische impact zeer groot.
Belangrijkste punten
- 1Het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië (december 2024 – juni 2025) verlengde de beslistermijn voor Syrische asielaanvragen met een jaar tot maximaal 21 maanden op grond van artikel 43 Vw 2000 jo. artikel 31 lid 4 Procedurerichtlijn.
- 2De Afdeling oordeelt dat deze verlenging via het moratorium niet rechtsgeldig is; de minister kon de beslistermijn in deze individuele zaak niet langs deze weg opschorten.
- 3De vraag of het moratorium zelf terecht is ingesteld, is uitdrukkelijk buiten de beoordeling gelaten.
- 4De uitspraak heeft zaaksoverstijgende werking en geldt als richtsnoer voor alle lopende en toekomstige zaken van Syrische asielzoekers die de termijnverlenging aanvechten.
- 5De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen op de asielaanvraag.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak stelt fundamentele grenzen aan de mogelijkheid van de minister om via een moratorium de wettelijke beslistermijn in individuele asielzaken te verlengen, en heeft door zijn zaaksoverstijgende strekking directe werking voor alle vergelijkbare lopende en toekomstige Syrische asielzaken.
Praktische impact
Syrische asielzoekers wier beslistermijn op grond van het moratorium werd verlengd, kunnen met succes aanvoeren dat de verlenging onrechtmatig is, wat de minister dwingt binnen acht weken alsnog te beslissen en hen mogelijk aanspraak geeft op dwangsommen.
Onderwerp-impact
De uitspraak dwingt de Immigratie- en Naturalisatiedienst tot versnelde besluitvorming in een grote groep Syrische asielzaken, wat de werkdruk aanzienlijk verhoogt en het gebruik van moratoriumsbeleid als capaciteitsinstrument ernstig beperkt.
Samenvatting
Een Syrische asielzoeker die in maart 2024 een asielaanvraag indiende, ontving maar geen tijdige beslissing van de minister van Asiel en Migratie. In december 2024 stelde de minister voor Syrische asielzoekers een besluit- en vertrekmoratorium in, waardoor de beslistermijn op grond van artikel 43 Vw 2000 – de implementatie van artikel 31 lid 4 van de Procedurerichtlijn – met een jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden. Betrokkene stelde beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats 's-Hertogenbosch) verklaarde dat beroep op 28 mei 2025 ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling buigt zich over de centrale juridische vraag of de minister de beslistermijn in de individuele asielzaak van betrokkene rechtsgeldig met een jaar heeft kunnen verlengen door het instellen van een moratorium. De vraag of het moratorium zelf rechtmatig is ingesteld, blijft buiten beschouwing. De Raad van State oordeelt dat de minister de beslistermijn langs deze weg niet heeft kunnen verlengen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt alsnog gegrond verklaard en het fictief besluit wordt vernietigd. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen op de asielaanvraag. Bijzonder aan deze uitspraak is haar uitdrukkelijk zaaksoverstijgende karakter: de Afdeling formuleert haar motivering algemeen en richtinggevend, zodat uitkomst en redenering direct doorwerken in alle lopende en toekomstige zaken van Syrische asielzoekers die de termijnverlenging via het moratorium gemotiveerd aanvechten. Dit maakt de uitspraak beleidsmatig en praktisch van grote betekenis voor de werkwijze van de IND en de rechtspositie van een omvangrijke groep asielzoekers.