Raad van State: 20% eigen risico faunaschade melkveehouder toegestaan
ECLI:NL:RVS:2026:5176, Raad van State, 02-09-2026, 202500235/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade van € 8.985,47 toegekend. [wederpartij] exploiteert een melkveehouderij in Amstelveen. Op 27 mei 2021 heeft hij een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade, als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de Wnb, ingediend voor de schade die (voornamelijk) grauwe ganzen aan zijn percelen grasland hebben toegebracht. De tegemoetkoming is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2021 tot en met 1 september 2021. Het college heeft aan [wederpartij] een tegemoetkoming in faunaschade toegekend. Het college is hierbij uitgegaan van een schadebedrag van € 11.296,32 en heeft hierop een eigen risico van 20% ingehouden. Dit percentage is ontleend aan artikel 5, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 6a, van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (de Beleidsregel), zoals die sinds 1 mei 2021 luidde. Vóór deze datum werd een eigen risico van 5% gehanteerd.
Kern van de zaak
Een melkveehouder in Amstelveen vroeg een tegemoetkoming aan voor faunaschade door grauwe ganzen aan zijn grasland over de periode maart-september 2021. Het college paste een eigen risico van 20% toe op basis van een gewijzigde beleidsregel (voorheen 5%). De rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was gemotiveerd.
Beslissing van de rechter
De Raad van State honoreert het hoger beroep van het college en oordeelt dat een eigen risico van 20% bij faunaschade is toegestaan, ook zonder individueel onderzoek naar de schadelast per grondeigenaar. Het percentage is niet zo hoog dat het zonder meer leidt tot een onevenredig zware last, en afwijking op grond van artikel 4:84 Awb blijft mogelijk.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor agrariërs in Noord-Holland en biedt duidelijkheid over de motiveringseisen bij gestandaardiseerde eigen risico's, maar betreft een specifiek provinciaal beleidsdomein zonder fundamentele nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Wet natuurbescherming (Wnb) vóór 1 januari 2024 is van toepassing op deze aanvraag uit 2021
- 2Het eigen risico werd per 1 mei 2021 verhoogd van 5% naar 20% via de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland
- 3Standaardisering van het normale maatschappelijke risico is toegestaan, maar vereist doorgaans inzicht in de individuele schadelast (RvS 16 juni 2021)
- 4De Raad van State oordeelt dat 20% niet zodanig hoog is dat het automatisch tot onevenredige last leidt, ondanks ontbrekend individueel onderzoek
- 5Aanvragers kunnen op grond van artikel 4:84 Awb afwijking van de standaard bepleiten als zij bijzondere omstandigheden aantonen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat bestuursorganen een gestandaardiseerd eigen risicopercentage mogen hanteren bij faunaschade-tegemoetkomingen, zonder verplicht individueel onderzoek, zolang het percentage niet evident onevenredig is. Dit nuanceert de strengere motiveringseisen uit de uitspraak van 16 juni 2021.
Praktische impact
Melkveehouders en andere grondeigenaren in Noord-Holland worden geconfronteerd met een eigen risico van 20% bij faunaschade, wat aanzienlijk hoger is dan het vorige percentage van 5%. Zij kunnen alleen via de hardheidsclausule van artikel 4:84 Awb een lagere bijdrage bepleiten.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector betekent deze uitspraak dat provincies bij faunaschadebeleid ruime beleidsruimte hebben om eigen risicopercentages te verhogen, wat de financiële druk op boeren bij schade door beschermde diersoorten vergroot.
Samenvatting
Een melkveehouder uit Amstelveen diende in mei 2021 een aanvraag in voor een tegemoetkoming in faunaschade op grond van de Wet natuurbescherming, veroorzaakt door grauwe ganzen op zijn grasland in de periode maart tot september 2021. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland kende een tegemoetkoming toe, maar paste op basis van een gewijzigde beleidsregel een eigen risico van 20% toe op het vastgestelde schadebedrag van ruim € 11.000. Vóór 1 mei 2021 gold een eigen risico van slechts 5%. De rechtbank oordeelde dat het college dit besluit onvoldoende had gemotiveerd, omdat het de standaardisering van het normale maatschappelijke risico op 20% niet had onderbouwd met inzicht in de individuele schadelast van de grondeigenaar, zoals vereist na de Afdelingsuitspraak van 16 juni 2021. In hoger beroep draait de Raad van State dit oordeel terug. De Afdeling erkent weliswaar dat individueel onderzoek naar schadelast in beginsel gewenst is voor een deugdelijke onderbouwing van een gestandaardiseerd percentage, maar oordeelt dat het ontbreken daarvan in dit geval niet tot vernietiging leidt. Het gekozen percentage van 20% is niet dermate hoog dat hieruit zonder nadere beoordeling volgt dat de aanvrager een onevenredig zware last draagt. Bovendien bestaat de mogelijkheid om op grond van artikel 4:84 van de Awb van de standaard af te wijken, indien de aanvrager bijzondere omstandigheden aannemelijk maakt die niet in het beleid zijn verdisconteerd. Het college heeft daarmee binnen zijn beslissingsruimte gehandeld. De uitspraak bevestigt de ruime beleidsvrijheid van provincies bij het vaststellen van eigen risicopercentages in faunaschadebeleid, en stelt grenzen aan de rechterlijke toetsing daarvan.