CBR-besluit rijbewijs ongeldig wegens gebrekkige motivering alcoholonderzoek
ECLI:NL:RVS:2026:5168, Raad van State, 02-09-2026, 202503397/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] met ingang van 30 oktober 2023 ongeldig verklaard. De politie heeft op 13 maart 2023 aan het CBR meegedeeld dat een vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke en/of geestelijke gesteldheid om motorrijtuigen te besturen. Daarbij is onder meer vermeld dat [appellant] artikel 8, tweede lid en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994 (de Wvw) heeft overtreden, omdat op 12 maart 2023 bij hem een ademalcoholgehalte is geconstateerd van 630 µg/l. Verder is in het proces-verbaal vermeld dat sprake is van herhaald plegen binnen vijf jaar, nu op 21 en 22 november 2022 bij hem ademalcoholgehaltes zijn geconstateerd van respectievelijk 690 µg/l en 605 µg/l. Het CBR heeft naar aanleiding hiervan bij besluit van 23 maart 2023 bepaald dat [appellant] een onderzoek moet laten doen naar zijn alcoholgebruik en heeft de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst.
Kern van de zaak
Appellant werd na drie alcoholovertredingen binnen vijf jaar door het CBR verplicht een alcoholonderzoek te ondergaan. Op basis van dit onderzoek, waarbij een psychiater de diagnose alcoholmisbruik stelde, werd zijn rijbewijs ongeldig verklaard. Appellant ging in bezwaar en beroep tegen dit besluit.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit van 26 februari 2024 wordt vernietigd wegens schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb (onvoldoende motivering). Het CBR moet een nieuw besluit op bezwaar nemen, waarbij beroep uitsluitend bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een individuele zaak over een CBR-maatregel en stelt geen nieuwe rechtsnormen; de vernietiging is gebaseerd op een motiveringsgebrek zonder richtinggevende overwegingen voor de rechtspraktijk in het algemeen.
Belangrijkste punten
- 1Drie alcoholovertredingen met hoge ademalcoholgehaltes (630, 690 en 605 µg/l) binnen vijf maanden leidden tot verplicht CBR-alcoholonderzoek en rijbewijsschorsing
- 2Psychiater stelde diagnose alcoholmisbruik op basis van vier afwijkende bevindingen, waaronder alcoholconsumptie van zes flessen wijn per week
- 3De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt anders
- 4Het bestreden besluit van 26 februari 2024 wordt vernietigd wegens schending van de motiveringsplicht ex artikel 7:12 lid 1 Awb
- 5Rechtstreeks beroep bij de Afdeling mogelijk tegen het nieuwe besluit (artikel 8:113 lid 2 Awb)
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak benadrukt dat het CBR bij besluiten over rijbewijsongeldigverklaring op basis van alcoholonderzoeken een deugdelijke en kenbare motivering moet geven die de conclusies van het psychiatrisch rapport draagt. Schending van de motiveringsplicht leidt tot vernietiging, ook als de feitelijke grondslag (herhaald rijden onder invloed) stevig lijkt.
Praktische impact
Appellant behoudt vooralsnog geen rijbewijs terug, maar het CBR moet een nieuw en beter gemotiveerd besluit nemen op het bezwaar. De procedure wordt verlengd, maar verdere rechtsbescherming is gewaarborgd via directe toegang tot de Afdeling.
Onderwerp-impact
Voor bestuurders die geconfronteerd worden met CBR-maatregelen na alcoholovertredingen onderstreept deze uitspraak het belang van een zorgvuldig en volledig gemotiveerd besluit; inhoudelijke gebreken in de onderbouwing van een psychiatrische diagnose kunnen leiden tot vernietiging.
Samenvatting
In deze zaak stond de ongeldigverklaring van het rijbewijs van appellant centraal, nadat de politie hem had aangehouden met een ademalcoholgehalte van 630 µg/l op 12 maart 2023. Dit was de derde overtreding binnen vijf maanden, waarbij eerder gehaltes van 690 en 605 µg/l waren gemeten. Het CBR legde hem vervolgens een verplicht alcoholonderzoek op en schorste zijn rijbewijs. Na een telefonisch consult en een fysiek gesprek met een psychiater stelde de psychiater de diagnose alcoholmisbruik op basis van vier afwijkende bevindingen, waaronder een alcoholconsumptie van gemiddeld zes flessen wijn per week. Het CBR verklaarde het rijbewijs vervolgens ongeldig. Appellant maakte bezwaar en stelde daarna beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State anders. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep alsnog gegrond. Het besluit van 26 februari 2024 wordt vernietigd wegens schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, dat vereist dat een besluit op bezwaar deugdelijk wordt gemotiveerd. De Afdeling constateert dat de motivering van het CBR-besluit tekortschiet, zonder dat de uitspraak op dit punt volledig beschikbaar is. Het CBR wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Om verdere vertraging te voorkomen bepaalt de Afdeling op grond van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb dat tegen het nieuwe besluit rechtstreeks beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Het CBR wordt veroordeeld in de proceskosten. De zaak illustreert dat ook bij ernstige en herhaalde alcoholovertredingen het CBR zijn besluiten zorgvuldig en volledig dient te motiveren.