JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5150Laag22/100

Beroep tegen uitbreiding recreatiepark Nolderwoud ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:5150, Raad van State, 02-09-2026, 202502956/1/R3

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202502956/1/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Ruimtelijke Ordening
Recreatiepark
Gebruiksrechten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 24 april 2025 heeft de raad van de gemeente De Wolden het bestemmingsplan "Buitengebied, deelplan Nolderwoud" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de transformatie van het recreatiepark Het Nolderwoud in Zuidwolde mogelijk. De beoogde ontwikkeling voorziet aan de zuidkant van het recreatiepark in het toevoegen van een aantal nieuwe lodges rondom de visvijver, de bouw van nieuwe groepsaccommodaties en de realisatie van een kantine en winkel ten behoeve van vissers die gebruik maken van de visvijver. [appellant] en anderen zijn het niet eens met dit besluit. Zij zijn allen eigenaar van recreatiewoningen aan de noordzijde van het recreatiepark. Zij vrezen als gevolg van dit plan in hun gebruiksrechten te worden geschaad. [appellant] en anderen betogen dat het besluitvormingsproces onzorgvuldig heeft plaatsgevonden. Zij vinden dat zij als particuliere eigenaren van de recreatiewoningen aan de noordzijde van het plangebied onvoldoende zijn betrokken bij de plannen. Ook vinden zij dat zij als direct belanghebbenden ten onrechte niet op de hoogte zijn gebracht van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan.

Kern van de zaak

Eigenaren van recreatiewoningen aan de noordzijde van recreatiepark Het Nolderwoud in Zuidwolde gingen in beroep tegen het bestemmingsplan dat uitbreiding van het park mogelijk maakt. Het plan voorziet in nieuwe lodges, groepsaccommodaties en een kantine bij de visvijver aan de zuidkant. Appellanten vreesden schade aan hun gebruiksrechten.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de gemeenteraad binnen zijn beleidsruimte heeft gehandeld en de betrokken belangen op een ruimtelijk aanvaardbare wijze heeft afgewogen; de nadelige gevolgen zijn niet onevenredig in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een enkelvoudige kameruitspraak over een specifiek lokaal bestemmingsplan zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking buiten dit concrete geval.

Belangrijkste punten

  • 1Op deze procedure is het recht vóór 1 januari 2024 van toepassing (Wro), omdat het ontwerpplan op 28 december 2023 ter inzage is gelegd – net vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet.
  • 2Het bestemmingsplan maakt transformatie van recreatiepark Het Nolderwoud mogelijk, waaronder nieuwe lodges, groepsaccommodaties en een vissersfaciliteit.
  • 3Appellanten zijn eigenaren van recreatiewoningen aan de noordzijde en vrezen aantasting van hun gebruiksrechten.
  • 4De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts rechtmatigheid aan de hand van de beroepsgronden.
  • 5Provinciale Omgevingsverordening Drenthe artikel 2.21 stelt eisen aan levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie ter voorkoming van permanente bewoning.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: bestemmingsplannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd blijven onder het oude Wro-regime vallen. De beoordelingsruimte van de gemeenteraad bij bestemmingsplanvaststelling wordt opnieuw bevestigd.

Praktische impact

Eigenaren van recreatiewoningen in Het Nolderwoud kunnen de geplande uitbreiding aan de zuidzijde niet tegenhouden; het bestemmingsplan krijgt rechtskracht en de ontwikkeling van lodges, groepsaccommodaties en vissersvoorzieningen kan worden uitgevoerd.

Onderwerp-impact

Voor recreatieparken in Drenthe geldt onverkort de provinciale eis van langjarige bedrijfsmatige exploitatie als voorwaarde voor uitbreiding, wat permanente bewoning moet voorkomen en de recreatieve bestemming borgt.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 september 2026 betreft het beroep van eigenaren van recreatiewoningen aan de noordzijde van recreatiepark Het Nolderwoud in Zuidwolde tegen het bestemmingsplan dat de transformatie en uitbreiding van het park mogelijk maakt. Het plan voorziet onder meer in de aanleg van nieuwe lodges rondom een visvijver, de bouw van groepsaccommodaties en de realisatie van een kantine en winkel voor vissers, alle gelegen aan de zuidzijde van het park. Appellanten vreesden dat deze ontwikkeling hun gebruiksrechten als eigenaren van recreatiewoningen zou schaden. Een eerste relevante kwestie betreft het toepasselijke recht. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op 28 december 2023 ter inzage is gelegd — dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (inclusief de Wet ruimtelijke ordening) van toepassing totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. De Afdeling stelt voorop dat zij niet zelf beoordeelt of het plan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, maar slechts toetst of het besluit in overeenstemming is met het recht. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen. Relevant is ook artikel 2.21 van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, dat eist dat een ruimtelijk plan regels stelt ter waarborging van levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van een park, zodat permanente bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. De gemeenteraad heeft gehandeld binnen zijn beleidsruimte en de belangen van appellanten zijn niet onevenredig geschaad in verhouding tot de met het plan te dienen ruimtelijke doelen. Er worden geen proceskosten vergoed.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied