Tabakshop Amsterdam verliest beroep over souvenirsverkoop
ECLI:NL:RVS:2026:5147, Raad van State, 02-09-2026, 202406632/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de Tabakshop een last onder bestuursdwang opgelegd om in de winkel op het adres [locatie] in Amsterdam de met het bestemmingsplan strijdige verkoop van headshopartikelen, minisupermarkt gerelateerde artikelen en souvenirs te staken en gestaakt te houden. De Tabakshop exploiteert een winkel in het pand aan de [locatie] in Amsterdam. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden", zoals dat is gewijzigd door het paraplubestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum", is in de winkel detailhandel toegestaan, met uitzondering van smartshops, sekswinkels, minisupermarkten, souvenirwinkels, headshops, seedshops en growshops, tenzij op de verbeelding aangeduid. Toezichthouders van de gemeente hebben tussen 26 september 2022 en 30 januari 2023 verschillende controles uitgevoerd in de winkel. Zij hebben daarbij geconstateerd dat de Tabakshop in strijd met het bestemmingsplan souvenirs verkoopt, omdat die souvenirs niet achter in de winkel staan en meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak beslaan. Verder is geconstateerd dat de Tabakshop de winkel in strijd met het bestemmingsplan als headshop en minisupermarkt gebruikt. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft het college de Tabakshop gelast om dit met het bestemmingsplan strijdige gebruik binnen drie weken te beëindigen.
Kern van de zaak
Een tabakshop in Amsterdam verkocht souvenirs die meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak besloegen en niet achterin de winkel stonden. De gemeente Amsterdam legde een last onder bestuursdwang op wegens strijd met het bestemmingsplan. De tabakshop en mede-appellant Flamagas S.A. gingen in hoger beroep tegen deze handhavingsbeslissing.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart het hoger beroep van Flamagas S.A. niet-ontvankelijk en het hoger beroep van de tabakshop alsmede het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, waarbij het college wel proceskosten van €934,00 aan de tabakshop moet vergoeden vanwege het incidenteel hoger beroep.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een relatief feitelijke handhavingszaak op lokaal niveau zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de juridische vragen over overgangsrecht Omgevingswet zijn reeds gevestigd en de beslissing heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke Amsterdamse planregels.
Belangrijkste punten
- 1Op de opgelegde last onder bestuursdwang van 20 februari 2023 blijft de Wabo van toepassing vanwege overgangsrecht Omgevingswet (art. 4.23 lid 1 Invoeringswet Omgevingswet).
- 2Het bestemmingsplan 'Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden', gewijzigd door paraplubestemmingsplan 'Winkeldiversiteit Centrum', verbiedt souvenirsverkoop tenzij anders aangeduid op de verbeelding.
- 3Gemeentelijke toezichthouders stelden vast dat souvenirs meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak besloegen en niet achterin de winkel waren geplaatst.
- 4Flamagas S.A. werd niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep, vermoedelijk wegens gebrek aan procesbelang of ontvankelijkheidsvereisten.
- 5Het college dient €934,00 aan proceskosten te vergoeden wegens het door haar zelf ingestelde incidenteel hoger beroep.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de handhavingsbevoegdheid van gemeenten op basis van paraplubestemmingsplannen ter regulering van winkeldiversiteit in het centrum, en verduidelijkt de toepasselijkheid van het Wabo-overgangsrecht bij lasten onder bestuursdwang die vóór 1 januari 2024 zijn opgelegd.
Praktische impact
De tabakshop dient de strijdige souvenirsverkoop te staken of aan de planvoorschriften te voldoen; het college handhaaft zijn last onder bestuursdwang en kan tot tenuitvoerlegging overgaan.
Onderwerp-impact
Voor winkeliers in Amsterdamse centrumgebieden benadrukt deze uitspraak dat paraplubestemmingsplannen inzake winkeldiversiteit strikt worden gehandhaafd, ook voor nevenassortimenten zoals souvenirs.
Samenvatting
Deze zaak betreft een tabakshop aan de [locatie] in Amsterdam die in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan souvenirs verkocht. Het bestemmingsplan 'Haarlemmerbuurt/Westelijke eilanden', zoals gewijzigd door het paraplubestemmingsplan 'Winkeldiversiteit Centrum', verbiedt in dit gebied detailhandel in onder meer souvenirwinkels, tenzij op de verbeelding anders aangeduid. Gemeentelijke toezichthouders constateerden tussen september 2022 en januari 2023 bij meerdere controles dat de tabakshop souvenirs verkocht die meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak besloegen en niet achterin de winkel waren geplaatst, hetgeen in strijd is met de planregels. Op 20 februari 2023 legde het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een last onder bestuursdwang op. Omdat deze last vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 was opgelegd, blijft op grond van artikel 4.23 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van mede-appellant Flamagas S.A. niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep van de tabakshop zelf wordt ongegrond verklaard: de geconstateerde overtredingen rechtvaardigen de opgelegde last en het college heeft rechtmatig gehandeld. Ook het door het college ingestelde incidenteel hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak van de lagere rechter wordt bevestigd. Omdat het college een ongegrond incidenteel hoger beroep instelde, wordt het veroordeeld tot vergoeding van €934,00 aan proceskosten aan de tabakshop. De uitspraak onderstreept dat Amsterdamse paraplubestemmingsplannen voor winkeldiversiteit serieus worden gehandhaafd en dat winkeliers ook voor een nevenassortiment als souvenirs aan de planregels gebonden zijn.