JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5078Laag18/100

Schorsingsverzoek composteringsbedrijf tegen woonwijk afgewezen

ECLI:NL:RVS:2026:5078, Raad van State, 28-08-2026, 202505986/3/R3

Raad van StateUitspraak: 28 augustus 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:202505986/3/R3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Milieu
Ruimtelijke Ordening
Voorlopige Voorziening
Tam Omgevingsplan
Geurhinder
Onherroepelijke Vergunning
Composteringsbedrijf

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In het besluit van 15 oktober 2025 heeft de raad van de gemeente Waddinxveen het "TAM-omgevingsplan Triangel I3 Park Vredenburgh" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Waddinxveen vastgesteld. Het plan gaat over het laatste deelgebied Park Vredenburgh van de nieuwe woonwijk Park Triangel. Het plan maakt in dit deelgebied woningen, maatschappelijke voorzieningen en groen mogelijk. Waddinxveense Groenrecycling Wagro B.V. exploiteert een composteringsbedrijf in de omgeving van het plangebied en heeft de voorzieningenrechter verzocht om het TAM-omgevingsplan te schorsen om te voorkomen dat geurgevoelige objecten in het plangebied, zoals de woningen en de school, in gebruik genomen worden.

Kern van de zaak

Waddinxveense Groenrecycling Wagro B.V. exploiteert een composteringsbedrijf nabij de nieuwe woonwijk Park Triangel in Waddinxveen. De gemeente stelde een TAM-omgevingsplan vast dat woningen, een school en maatschappelijke voorzieningen mogelijk maakt. Wagro verzocht om schorsing van dit plan om te voorkomen dat geurgevoelige objecten in gebruik worden genomen.

Beslissing van de rechter

Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen omdat het spoedeisende belang ontbreekt. De omgevingsvergunningen voor het kindcentrum en de woningen zijn reeds onherroepelijk, waardoor schorsing van het TAM-omgevingsplan het door Wagro beoogde doel niet kan bereiken.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele voorzieningenuitspraak zonder inhoudelijk oordeel over de planologische afweging; de beslissing is sterk casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1TAM-omgevingsplan 'Triangel I3 Park Vredenburgh' vastgesteld door gemeente Waddinxveen op 15 oktober 2025
  • 2Omgevingsvergunningen voor kindcentrum en woningen zijn onherroepelijk, zodat ingebruikname al toegestaan is
  • 3Schorsing van het omgevingsplan kan niet voorkomen dat reeds vergunde geurgevoelige objecten in gebruik worden genomen
  • 4Geen andere aanvragen voor nieuwe geurgevoelige objecten binnen het plangebied bekend
  • 5Bij ontbreken van spoedeisend belang wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een verzoek om schorsing van een omgevingsplan geen effect heeft wanneer de betrokken activiteiten al zijn vergund via onherroepelijke omgevingsvergunningen. Het ontbreken van spoedeisend belang is doorslaggevend voor de afwijzing.

Praktische impact

Wagro kan de ingebruikname van de woningen en het kindcentrum niet tegenhouden via schorsing van het omgevingsplan; de bodemprocedure biedt nog de enige mogelijkheid tot aantasting van het plan, maar zal geen invloed hebben op reeds onherroepelijk vergunde objecten.

Onderwerp-impact

Voor ontwikkelaars en gemeenten bevestigt dit dat onherroepelijke omgevingsvergunningen een sterke bescherming bieden tegen schorsingsverzoeken van omwonende bedrijven die hinder vrezen van nieuwe geurgevoelige objecten.

Samenvatting

De gemeente Waddinxveen stelde op 15 oktober 2025 het TAM-omgevingsplan 'Triangel I3 Park Vredenburgh' vast als wijziging van het gemeentelijke omgevingsplan. Dit plan betreft het laatste deelgebied van de nieuwe woonwijk Park Triangel en maakt woningen, maatschappelijke voorzieningen en groen mogelijk. Waddinxveense Groenrecycling Wagro B.V., exploitant van een composteringsbedrijf in de nabijheid van het plangebied, verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om het TAM-omgevingsplan te schorsen. Wagro wilde daarmee voorkomen dat geurgevoelige objecten — zoals de geplande woningen en een kindcentrum — in gebruik zouden worden genomen, vanwege de geurhinder die haar bedrijfsvoering met zich meebrengt. De juridische vraag was of een spoedeisend belang aanwezig was dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde. De voorzieningenrechter beantwoordde deze vraag ontkennend. Doorslaggevend was dat voor zowel het kindcentrum als de woningen al omgevingsvergunningen voor de omgevingsplanactiviteit bouwen — als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef onder a, van de Omgevingswet — waren verleend en dat deze vergunningen inmiddels onherroepelijk zijn geworden. Dit betekent dat de betrokken gebouwen reeds in gebruik mogen worden genomen, ongeacht de status van het TAM-omgevingsplan. Een schorsing van het omgevingsplan zou er dus niet toe leiden dat Wagro haar doel — het voorkomen van ingebruikname van geurgevoelige objecten — bereikt. Bovendien waren er geen nieuwe aanvragen voor geurgevoelige objecten ingediend binnen het plangebied. Nu het spoedeisende belang ontbrak, wees de voorzieningenrechter het verzoek af. De gemeente hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitkomst van de bodemprocedure staat nog open, maar zal naar verwachting geen effect hebben op de reeds vergunde en onherroepelijke situatie.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied