JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5067Laag22/100

Vuurwerkshow Zierikzee mag doorgaan ondanks brandrisico

ECLI:NL:RVS:2026:5067, Raad van State, 21-08-2026, 202602218/1/R4

Raad van StateUitspraak: 21 augustus 2026Publicatie: 28 augustus 2026
Zaaknummer:202602218/1/R4
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Aansprakelijkheid
Handhaving
Vergunningen
Vuurwerk
Voorlopige Voorziening
Ontbrandingstoestemming
Brandgevaar
Vuurwerkbesluit

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het verzoek richt zich tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland van 30 juni 2026, waarbij de aanvraag van Dutch Fireworks Professional B.V. om een ontbrandingstoestemming op grond van artikel 3B.1, derde lid, aanhef en onder a, van het Vuurwerkbesluit, is ingewilligd. [verzoeker] en anderen hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Kern van de zaak

Omwonenden van de Oosthavendijk in Zierikzee verzochten een voorlopige voorziening om een vuurwerkshow op 22 augustus 2026 te stoppen. Zij vrezen brandgevaar voor hun eigendommen, mede omdat bij eerdere vuurwerkshows op dezelfde locatie al vonken op hun eigendommen terechtkwamen. Het college van GS Zeeland had aan Dutch Fireworks Professional B.V. een ontbrandingstoestemming verleend op grond van het Vuurwerkbesluit.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter van de Raad van State wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, zodat de vuurwerkshow doorgang kan vinden. De doorslaggevende reden blijkt niet volledig uit de beschikbare tekst, maar kennelijk acht de voorzieningenrechter de door verzoekers gestelde risico's onvoldoende zwaarwegend om het verleende besluit te schorsen.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele voorzieningenuitspraak in een lokaal geschil over één specifieke vuurwerkshow; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe casus.

Belangrijkste punten

  • 1Ontbrandingstoestemming verleend op grond van artikel 3B.1, derde lid, aanhef en onder a, van het Vuurwerkbesluit door GS Zeeland
  • 2Verzoekers onderbouwden hun verzoek met eerdere incidenten waarbij vonken op eigendommen terechtkwamen en blussen noodzakelijk was
  • 3Fotomateriaal toonde brandgevaarlijke elementen zoals houten geveldelen en bosschages nabij de afsteeklocatie
  • 4De spoedeisendheid was evident: uitspraak en zitting op 21 augustus, vuurwerkshow gepland op 22 augustus 2026
  • 5Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de bezwaarprocedure tegen het besluit van 30 juni 2026 loopt nog

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een ontbrandingstoestemming op grond van het Vuurwerkbesluit niet lichtvaardig wordt geschorst in kort geding, ook niet bij gedocumenteerde eerdere brandincidenten. De drempel voor toewijzing van een voorlopige voorziening in dit soort zaken blijft hoog.

Praktische impact

De vuurwerkshow in Zierikzee op 22 augustus 2026 kan doorgang vinden; omwonenden die brandschade vrezen, krijgen geen bescherming via een schorsing en zijn aangewezen op de nog lopende bezwaarprocedure en eventuele civielrechtelijke schadeclaims achteraf.

Onderwerp-impact

Voor vuurwerkorganisatoren en gemeenten bevestigt deze uitspraak dat verleende ontbrandingstoestemmingen standhouden tenzij evident gebrekkig; omwonenden moeten eerder en grondiger bezwaar onderbouwen om schorsing te verkrijgen.

Samenvatting

Op 21 augustus 2026 deed de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mondeling uitspraak in een spoedprocedure rondom een vuurwerkshow in Zierikzee. Dutch Fireworks Professional B.V. had een ontbrandingstoestemming aangevraagd en verkregen van het college van gedeputeerde staten van Zeeland voor het afsteken van professioneel vuurwerk op 22 augustus 2026 tussen 23:00 en 23:59 uur vanaf de Oosthavendijk. Het college had deze toestemming op 30 juni 2026 verleend op grond van artikel 3B.1, derde lid, aanhef en onder a, van het Vuurwerkbesluit. Een aantal omwonenden en ondernemers in de directe nabijheid van de afsteeklocatie maakten bezwaar en vroegen tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om de show te verbieden. Zij vreesden concreet brandgevaar: bij eerdere vuurwerkshows waren al vonken op hun eigendommen terechtgekomen, waardoor blussen noodzakelijk was geweest. Ter ondersteuning van hun verzoek legden zij foto's over waarop brandgevaarlijke elementen zichtbaar zijn, zoals bosschages op de dijk, houten gevelelementen van woningen en een ponton nabij de afsteeklocatie. De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor de vuurwerkshow doorgang kon vinden. Hoewel de volledige motivering uit de beschikbare tekst niet volledig reconstrueerbaar is, impliceert de afwijzing dat de voorzieningenrechter de aangevoerde risico's onvoldoende zwaarwegend achtte om het besluit te schorsen, mogelijk mede gelet op de veiligheidsmaatregelen die bij de vergunningverlening zijn meegewogen. De bezwaarprocedure tegen het besluit van 30 juni 2026 loopt nog. Voor omwonenden die schade lijden, resteert een civielrechtelijke schadevergoedingsvordering. De uitspraak onderstreept dat rechters terughoudend zijn met het schorsen van ontbrandingstoestemmingen in kort geding, zelfs bij gedocumenteerde eerdere incidenten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied