JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5042Laag18/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting hangende hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:5042, Raad van State, 31-08-2026, BRS.26.003684

Raad van StateUitspraak: 31 augustus 2026Publicatie: 27 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003684
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Asiel
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en heeft tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening: geen uitzetting hangende het hoger beroep en het verkrijgen van opvang en verstrekkingen.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft de gevraagde voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00. De doorslaggevende reden is gelegen in hetgeen door verzoeker is aangevoerd, beoordeeld aan de hand van de vaste lijn uit de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige voorlopige voorzieningsprocedure op basis van vaste jurisprudentie zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de uitspraak heeft slechts effect in de individuele zaak en stelt geen nieuwe rechtsregels.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: schorsing uitzetting hangende hoger beroep
  • 2Toepassing van vaste jurisprudentie RvS inzake voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken (ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 3Verzoek om opvang en verstrekkingen mede ingediend naast schorsingsverzoek
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld in proceskosten ad € 934,00 (rechtsbijstand)
  • 5Uitspraak is een ordemaatregel en geen eindoordeel over de rechtmatigheid van het besluit

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de vaste voorzieningenrechterlijn toe in vreemdelingenzaken en heeft als zodanig beperkte zelfstandige precedentwerking; zij bevestigt dat bij voldoende aangevoerde gronden een schorsing van uitzetting hangende hoger beroep wordt verleend.

Praktische impact

De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak heeft gedaan in het hoger beroep, wat hem de mogelijkheid biedt zijn rechtspositie via de rechter te laten beoordelen zonder het risico van gedwongen vertrek in de tussentijd.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken bevestigt deze uitspraak dat de voorzieningenrechter bereid is uitzettingen te schorsen wanneer een hoger beroep is ingesteld en daarvoor voldoende gronden worden aangevoerd, wat de rechtsbescherming van asielzoekers en migranten in de praktijk versterkt.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie en tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening zijn uitzetting te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. Daarnaast verzocht hij om opvang en verstrekkingen gedurende die periode. De centrale juridische vraag was of er voldoende aanleiding bestond om een voorlopige voorziening te treffen, gelet op hetgeen verzoeker heeft aangevoerd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen en bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang de bodemprocedure in hoger beroep nog loopt. De grondslag hiervoor is de vaste uitspraaklijn van de Afdeling, zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), die het kader biedt voor de beoordeling van dergelijke verzoeken in vreemdelingenzaken. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is van beperkte zelfstandige juridische betekenis: zij is een ordemaatregel die uitsluitend voor de duur van de hogerberoepsprocedure geldt en geen oordeel geeft over de inhoudelijke rechtmatigheid van het onderliggende besluit. Voor de betrokken vreemdeling heeft de voorziening echter directe en ingrijpende praktische betekenis, omdat zij hem beschermt tegen uitzetting in een fase waarin zijn zaak nog niet definitief is beoordeeld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied