JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag5/100

Hoge Raad verklaart WOZ-cassatieberoep niet-ontvankelijk

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge RaadUitspraak: 11 september 2026Publicatie: 11 september 2026
Zaaknummer:26/00945
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vastgoed
Vergunningen
Cassatie
Niet Ontvankelijk
Artikel 80a Ro
Woz
Onroerendezaakbelasting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Kern van de zaak

Een belastingplichtige heeft beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022. De exacte inhoud van het geschil is niet volledig uit de uitspraak kenbaar, maar het betreft een waarderingskwestie in het kader van de Wet waardering onroerende zaken.

Beslissing van de rechter

Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

5van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is volledig procedureel van aard en stelt geen nieuwe rechtsnormen. Toepassing van art. 80a Ro bij WOZ-cassaties is een gebruikelijke en veelvuldig voorkomende afdoeningswijze zonder precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Toepassing van art. 80a Ro: versnelde afdoening zonder nadere motivering bij klaarblijkelijk kansloze cassatieklachten
  • 2Het geschil betreft een WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelastingen voor belastingjaar 2022
  • 3De procureur-generaal heeft een advies uitgebracht voorafgaand aan de beslissing
  • 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd door de Hoge Raad
  • 5De inhoudelijke klachten zijn niet beoordeeld; de uitspraak is puur procedureel van aard

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak heeft geen zelfstandige rechtsontwikkelende waarde: toepassing van art. 80a Ro is een standaardprocedure bij kansloze cassatieberoepen en stelt geen nieuwe rechtsregels. De WOZ-rechtspraak van het Hof Amsterdam blijft ongewijzigd in stand.

Praktische impact

Voor de belastingplichtige betekent dit dat de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam definitief is en de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelastingen 2022 daarmee onherroepelijk vaststaan.

Onderwerp-impact

Voor WOZ-procedures geldt dat de drempel voor cassatie hoog blijft; de Hoge Raad maakt actief gebruik van de versnelde afdoeningsroute bij geschillen die geen rechtsvraag van principieel belang opwerpen.

Samenvatting

De Hoge Raad heeft op 11 september 2026 een beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard dat was ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor het belastingjaar 2022. De precieze inhoud van de cassatieklachten is uit de uitspraak niet kenbaar, maar na beoordeling daarvan — mede na advies van de procureur-generaal — oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep klaarblijkelijk niet kon slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie is het cassatieberoep vervolgens zonder inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard. Dit artikel biedt de Hoge Raad de mogelijkheid om zaken die evident geen kans van slagen hebben versneld af te doen, teneinde de werklast te beheersen en cassatiecapaciteit te reserveren voor zaken met rechtsvormende betekenis. Een proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken. De uitspraak heeft daarmee uitsluitend procedureel karakter: er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en de feitelijke vaststellingen van het Hof Amsterdam worden niet inhoudelijk beoordeeld. Voor de betrokken belastingplichtige heeft de beslissing wel een definitief karakter: de hofuitspraak staat nu onherroepelijk vast, waarmee de WOZ-waarde en de bijbehorende aanslag onroerendezaakbelastingen definitief zijn. De uitspraak illustreert de toegangsdrempel tot cassatie in belastingzaken en het actieve gebruik dat de Hoge Raad maakt van de versnelde afdoeningsprocedure bij WOZ-geschillen zonder principieel rechtsvraagstuk.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1469Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1469, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00999

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
12/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1455Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1455, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00281

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied