Hoge Raad verklaart WOZ-cassatieberoep niet-ontvankelijk
ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Kern van de zaak
Een partij stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen een hofuitspraak over de WOZ-waarde en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022. De klachten richtten zich tegen de beslissing van het Hof in deze belastingzaak.
Beslissing van de rechter
Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten duidelijk niet konden slagen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Impactscore
LaagDe uitspraak is procedureel van aard en stelt geen nieuwe rechtsregels. Het betreft een routinematige toepassing van artikel 80a Wet RO zonder inhoudelijke beoordeling van de WOZ-problematiek.
Belangrijkste punten
- 1Hoge Raad past artikel 80a Wet RO toe: cassatieberoep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard
- 2Zaak betreft WOZ-waardering en aanslag onroerendezaakbelastingen 2022
- 3Procureur-generaal heeft de gelegenheid gekregen advies uit te brengen vóór de beslissing
- 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd
- 5De zaak is inhoudelijk niet behandeld; de drempel van artikel 80a RO is een filter voor kansloze cassatieberoepen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het gebruik van de 80a-procedure als selectiemechanisme voor kennelijk ongegronde cassatieberoepen in belastingzaken. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige betekent dit dat de hofuitspraak over de WOZ-waarde en de aanslag OZB 2022 onherroepelijk is geworden. Verdere rechtsmiddelen zijn niet meer beschikbaar.
Onderwerp-impact
In WOZ- en OZB-geschillen bevestigt deze uitspraak dat de Hoge Raad snel kan ingrijpen om kansloze cassatiepogingen te filteren, wat de doorlooptijd in vastgoedgerelateerde belastingprocedures beïnvloedt.
Samenvatting
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 11 september 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure over de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en een aanslag onroerendezaakbelastingen voor het belastingjaar 2022. Een belastingplichtige had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof, waarbij klachten waren geformuleerd over de vastgestelde WOZ-waarde en de daaraan gekoppelde OZB-aanslag. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en daarbij de procureur-generaal in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen. Na deze beoordeling is de Hoge Raad tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad gebruik gemaakt van de mogelijkheid het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Dit artikel fungeert als een selectiemechanisme waarmee de Hoge Raad cassatieberoepen die evident kansloos zijn snel kan afdoen, zonder inhoudelijk in te gaan op de aangevoerde klachten. Er is geen aanleiding gevonden om een proceskostenveroordeling op te leggen. Het gevolg van deze beslissing is dat de uitspraak van het hof in kracht van gewijsde is gegaan en daarmee onherroepelijk is geworden. Voor de belastingplichtige betekent dit dat de vastgestelde WOZ-waarde en de bijbehorende aanslag OZB voor 2022 definitief vaststaan. De uitspraak heeft geen precedentwerking en introduceert geen nieuwe rechtsregels; het is een puur procedurele beslissing die de bestaande filterfunctie van artikel 80a Wet RO bevestigt.