JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag8/100

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk zonder motivering

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge RaadUitspraak: 11 september 2026Publicatie: 10 september 2026
Zaaknummer:26/00139
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Hoge Raad
Cassatie
Niet Ontvankelijk
Belastingrecht
Artikel 80a Wet Ro

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Kern van de zaak

Een partij stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2025:3547), die op haar beurt voortbouwde op uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in belastingzaken (nrs. BRE 22/1201, 22/1205, 22/5351 en 22/5352). De exacte inhoudelijke gronden van het geschil zijn uit de uitspraak niet kenbaar.

Beslissing van de rechter

Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet RO, omdat de Hoge Raad van oordeel is dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

8van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een standaard artikel 80a Wet RO-afdoening zonder inhoudelijke overwegingen of nieuwe rechtsregels; de maatschappelijke en juridische impact is beperkt tot de betrokken partijen.

Belangrijkste punten

  • 1Hoge Raad past artikel 80a Wet RO toe: beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard
  • 2Toepassing van de 'duidelijk niet kan slagen'-drempel: verkorte afdoening zonder inhoudelijke behandeling
  • 3Zaak betreft belastingrecht, gelet op de zaaksnummers bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (BRE-prefix)
  • 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd
  • 5Inhoudelijke gronden van het geschil zijn uit de gepubliceerde uitspraak niet kenbaar (onzekerheid over onderwerp)

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de standaard toepassing van artikel 80a Wet RO als filtermechanisme bij de Hoge Raad; er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en er is geen precedentwerking.

Praktische impact

Voor de betrokken partij betekent dit dat de uitkomst van het hoger beroep definitief vaststaat en verdere rechtsmiddelen zijn uitgeput; de proceskosten van de cassatieprocedure blijven voor eigen rekening.

Onderwerp-impact

Binnen het belastingrecht heeft deze uitspraak geen inhoudelijke betekenis; de 80a-afdoening sluit verdere discussie over de onderliggende fiscale kwestie definitief af.

Samenvatting

Op 11 september 2026 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieprocedure die zijn oorsprong vond in belastingzaken bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (zaaknummers BRE 22/1201, 22/1205, 22/5351 en 22/5352). Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had in hoger beroep uitspraak gedaan (ECLI:NL:GHSHE:2025:3547), waarna de verzoekende partij cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en de procureur-generaal heeft een advies uitgebracht. De centrale juridische vraag in cassatie was of de klachten tegen de hofuitspraak kansrijk genoeg waren voor inhoudelijke behandeling. De Hoge Raad beantwoordde die vraag ontkennend: hij oordeelde dat het cassatieberoep 'duidelijk niet kan slagen' en maakte gebruik van de bevoegdheid neergelegd in artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Dit filtermechanisme stelt de Hoge Raad in staat zaken die geen kans van slagen hebben of geen rechtsvraag van voldoende belang bevatten, versneld af te doen. De Hoge Raad zag geen aanleiding om een proceskostenveroordeling op te leggen. De uitspraak is inhoudelijk minimaal: er worden geen nieuwe rechtsregels geformuleerd en er is geen sprake van precedentwerking. De exacte fiscale kwestie die aan het geschil ten grondslag lag, is uit de gepubliceerde tekst niet kenbaar, hetgeen de analyse beperkt. Voor de betrokken partij heeft de beslissing een definitief karakter: de hofuitspraak staat onherroepelijk vast en verdere rechtsmiddelen staan niet open.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 11 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1465, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01140

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1454Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1454, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00280

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1455Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1455, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00281

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied