Hoge Raad verklaart cassatie zorgbijdrage 2018 niet-ontvankelijk
ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Kern van de zaak
Een belastingplichtige stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor het jaar 2018. De klachten werden door de Hoge Raad beoordeeld met inschakeling van de procureur-generaal.
Beslissing van de rechter
Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten duidelijk niet konden slagen. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Impactscore
LaagDe uitspraak is een routinematige procedurele beslissing op grond van artikel 80a RO zonder inhoudelijke motivering of rechtsontwikkeling; de betekenis reikt niet verder dan de individuele zaak.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van artikel 80a RO: versnelde niet-ontvankelijkverklaring zonder verdere motivering
- 2De zaak betreft de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over belastingjaar 2018
- 3De procureur-generaal heeft advies uitgebracht voorafgaand aan de beslissing
- 4Geen proceskostenveroordeling opgelegd
- 5Onderliggende hofuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2026:794
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het gebruik van de 80a RO-procedure als filtermechanisme bij kansloze cassatieklachten in belastingzaken, zonder inhoudelijke rechtsontwikkeling. Er is geen nieuwe rechtsregel gesteld.
Praktische impact
Voor de belastingplichtige betekent dit dat de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw 2018 definitief vaststaat en verdere rechtsmiddelen zijn uitgeput.
Onderwerp-impact
In de zorgsector bevestigt dit dat geschillen over de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw via de reguliere belastingrechtspraak worden beslecht, waarbij de Hoge Raad kansloos cassatieberoep efficiënt filtert.
Samenvatting
De Hoge Raad heeft op 11 september 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure over een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor het belastingjaar 2018. De belastingplichtige had cassatieberoep ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2026:794), dat eerder al in het nadeel van de belastingplichtige had beslist. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en de procureur-generaal in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Na deze beoordeling oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep 'duidelijk niet kan slagen'. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad de bevoegdheid om in een dergelijk geval het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Van deze filterprocedure heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt. De beslissing luidt dan ook dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Er is geen aanleiding gevonden voor een proceskostenveroordeling, zodat de kosten van de procedure voor rekening van de belastingplichtige blijven. Deze uitspraak heeft uitsluitend procedurele betekenis: zij bevestigt de werking van het 80a RO-mechanisme als efficiënt filtermiddel tegen kansloze cassatieberoepen in belastingzaken. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld en er is geen richtinggevende uitleg gegeven over de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. Voor de betrokken belastingplichtige is de rechtstrijd hiermee definitief geëindigd en staat de aanslag over 2018 onherroepelijk vast.