Raad van State vernietigt bestuursdwangbesluit jachtwerf recreatiewoning
ECLI:NL:RVS:2026:4995, Raad van State, 26-08-2026, 202502786/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In het besluit van 13 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [wederpartij] onder oplegging van een dwangsom gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) te beëindigen en beëindigd te houden door zijn ponton met (recreatie)woning, gelegen in de Alde Feanen, te verwijderen en verwijderd te houden uit het gehele grondgebied van de gemeente Leeuwarden. [wederpartij] exploiteert de jachtwerf '[naam] - Alde Feanen Boten'. Naast reparatie en onderhoud heeft [wederpartij] sinds 2019 een ponton met daarop een opbouw afgemeerd in het water. [wederpartij] verhuurt deze als recreatiewoning. Het gaat in deze zaak om de vraag of de ponton met opbouw een bouwwerk is.
Kern van de zaak
Een jachtwerf exploitant in Warten verhuurt sinds 2019 een afgemeerde ponton met opbouw als recreatiewoning. Het college van B&W trad meerdere malen handhavend op via lasten onder dwangsom en bestuursdwang wegens overtreding van de Wabo (bouwen/gebruik zonder omgevingsvergunning). De exploitant vecht deze besluiten aan bij de rechter.
Beslissing van de rechter
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestuursdwangbesluit van 19 december 2024 gegrond en vernietigde dat besluit; het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Het college heeft nadien bij besluit van 4 september 2025 het bezwaar tegen de last onder dwangsom van 13 december 2023 gegrond verklaard en dat besluit herzien, waarbij de overtreding van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo als resterende grondslag werd gehandhaafd.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een individueel handhavingsgeschil over een specifieke recreatiewoning op een ponton; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de directe casus, al is de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet instructief voor de praktijk.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: op de last onder dwangsom van vóór 1 januari 2024 blijft het oude recht (Wabo) van toepassing; op het bestuursdwangbesluit van 19 december 2024 geldt de nieuwe Omgevingswet.
- 2De jachtwerf exploiteert een afgemeerde ponton als recreatiewoning zonder de vereiste omgevingsvergunning, wat een overtreding oplevert van art. 2.1 lid 1 sub a en/of c Wabo.
- 3Het college heeft meerdere handhavingsbesluiten genomen: een dwangsombesluit (2020, 2023) en een bestuursdwangbesluit (2024), waarbij de rechtbank het laatste vernietigde.
- 4De rechtbank verwees de beslissing over het invorderingsbesluit van september 2024 terug naar het college.
- 5Het college herzag de last onder dwangsom van 13 december 2023 na gegrondverklaring van het bezwaar, waarbij overtreding van art. 2.1 lid 1 sub c Wabo als grondslag resteert.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: welk recht van toepassing is hangt af van het tijdstip van oplegging van de last, niet van het moment van de uitspraak. Dit heeft betekenis voor lopende handhavingstrajecten rond de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Praktische impact
De exploitant van de jachtwerf behaalt een gedeeltelijke overwinning doordat het bestuursdwangbesluit is vernietigd, maar de handhaving via de last onder dwangsom (op basis van Wabo) loopt door en de overtreding dient ongedaan te worden gemaakt.
Onderwerp-impact
Voor exploitanten van drijvende recreatiewoningen en jachthavens benadrukt deze zaak dat het afmeren en verhuren van pontons met opbouw als recreatiewoning vergunningplichtig is en dat gemeenten actief handhaven, ook bij langdurige situaties.
Samenvatting
Deze zaak betreft een handhavingsgeschil tussen het college van B&W en de exploitant van jachtwerf 'Alde Feanen Boten' te Warten. De exploitant heeft sinds 2019 een ponton met opbouw afgemeerd en verhuurt deze als recreatiewoning, zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Het college trad reeds in 2020 handhavend op en herhaalde dit in december 2023 (last onder dwangsom) en december 2024 (last onder bestuursdwang). Een centrale rechtsvraag in de procedure betreft het toepasselijke recht na inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Op grond van artikel 4.23, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet geldt dat voor lasten die vóór die datum zijn opgelegd, het oude recht van toepassing blijft totdat de last volledig is uitgevoerd of opgeheven. Voor de last onder dwangsom van 13 december 2023 geldt daarmee de Wabo; voor het bestuursdwangbesluit van 19 december 2024 geldt de nieuwe Omgevingswet. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestuursdwangbesluit van december 2024 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tevens verwees de rechtbank de beslissing over het invorderingsbesluit van september 2024 terug naar het college. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Parallel daaraan heeft het college bij besluit van 4 september 2025 het bezwaar van de exploitant tegen de last onder dwangsom van 13 december 2023 gegrond verklaard, dat besluit herzien en een nieuwe last opgelegd wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, sub c, van de Wabo. De zaak illustreert de complexiteit van lopende handhavingstrajecten rondom de systeemwisseling naar de Omgevingswet en de vergunningplicht voor drijvende recreatiewoningen.