Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting hangende hoger beroep
ECLI:NL:RVS:2026:4977, Raad van State, 25-08-2026, BRS.26.004457
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.
Kern van de zaak
Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitzettingsbesluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter van de Raad van State. Hij verzocht om niet te worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en om recht op opvang en verstrekkingen.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00. De beslissing is gebaseerd op de vaste lijn van de Afdeling (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).
Impactscore
LaagHet betreft een routinematige toewijzing van een voorlopige voorziening in een individuele vreemdelingenzaak op basis van vaste jurisprudentie, zonder nieuwe rechtsontwikkeling of bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Voorlopige voorziening toegewezen: schorsing van de uitzetting hangende hoger beroep
- 2Toepassing van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) als grondslag voor het treffen van de voorziening
- 3Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
- 4De uitspraak betreft uitsluitend een voorlopige voorziening; de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volgt nog
- 5Opvang en verstrekkingen zijn mede verzocht maar de beslissing daarover is niet expliciet uit de gepubliceerde tekst af te leiden
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste praktijk dat de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak een uitzetting kan schorsen hangende hoger beroep op basis van de in 2019 uitgezette lijn. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.
Praktische impact
De vreemdeling mag voorlopig in Nederland verblijven en wordt niet uitgezet totdat de Afdeling het hoger beroep inhoudelijk heeft beoordeeld. De minister draagt de proceskosten van de rechtsbijstand.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenzaken biedt dit type voorlopige voorziening een effectief instrument om uitzetting te voorkomen zolang de rechtmatigheid van het besluit nog niet onherroepelijk vaststaat.
Samenvatting
In deze zaak heeft een vreemdeling bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd in het kader van een lopend hoger beroep tegen een uitzettingsbesluit. Hij verzocht primair om niet te worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en tevens om recht op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat de vreemdeling niet kan worden uitgezet zolang het hoger beroep nog aanhangig is. Als grondslag verwijst de voorzieningenrechter naar de vaste uitspraaklijn van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), op basis waarvan de voorzieningenrechter in dit soort gevallen een voorziening treft. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling tot een bedrag van € 934,00, volledig toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De gepubliceerde uitspraaktekst is beknopt en bevat geen uitgebreide motivering; de verwijzing naar de vaste jurisprudentie suggereert dat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat gelet op hetgeen is aangevoerd, aanleiding bestaat de uitzetting te schorsen. Over het verzoek om opvang en verstrekkingen wordt in de beslissing niet expliciet apart beslist, wat mogelijk duidt op onvolledigheid in de gepubliceerde tekst of samenloop met de schorsing. Deze uitspraak heeft geen richtinggevende betekenis en betreft een individuele procedurele beslissing in een vreemdelingenzaak. De inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volgt in een afzonderlijke procedure.