JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4977Laag18/100

Vreemdeling krijgt schorsing uitzetting hangende hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4977, Raad van State, 25-08-2026, BRS.26.004457

Raad van StateUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.004457
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting
Schorsing

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitzettingsbesluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter van de Raad van State. Hij verzocht om niet te worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en om recht op opvang en verstrekkingen.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00. De beslissing is gebaseerd op de vaste lijn van de Afdeling (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige toewijzing van een voorlopige voorziening in een individuele vreemdelingenzaak op basis van vaste jurisprudentie, zonder nieuwe rechtsontwikkeling of bredere precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: schorsing van de uitzetting hangende hoger beroep
  • 2Toepassing van vaste jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) als grondslag voor het treffen van de voorziening
  • 3Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
  • 4De uitspraak betreft uitsluitend een voorlopige voorziening; de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volgt nog
  • 5Opvang en verstrekkingen zijn mede verzocht maar de beslissing daarover is niet expliciet uit de gepubliceerde tekst af te leiden

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste praktijk dat de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak een uitzetting kan schorsen hangende hoger beroep op basis van de in 2019 uitgezette lijn. Er worden geen nieuwe rechtsregels gesteld.

Praktische impact

De vreemdeling mag voorlopig in Nederland verblijven en wordt niet uitgezet totdat de Afdeling het hoger beroep inhoudelijk heeft beoordeeld. De minister draagt de proceskosten van de rechtsbijstand.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken biedt dit type voorlopige voorziening een effectief instrument om uitzetting te voorkomen zolang de rechtmatigheid van het besluit nog niet onherroepelijk vaststaat.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd in het kader van een lopend hoger beroep tegen een uitzettingsbesluit. Hij verzocht primair om niet te worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en tevens om recht op opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat de vreemdeling niet kan worden uitgezet zolang het hoger beroep nog aanhangig is. Als grondslag verwijst de voorzieningenrechter naar de vaste uitspraaklijn van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), op basis waarvan de voorzieningenrechter in dit soort gevallen een voorziening treft. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling tot een bedrag van € 934,00, volledig toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De gepubliceerde uitspraaktekst is beknopt en bevat geen uitgebreide motivering; de verwijzing naar de vaste jurisprudentie suggereert dat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat gelet op hetgeen is aangevoerd, aanleiding bestaat de uitzetting te schorsen. Over het verzoek om opvang en verstrekkingen wordt in de beslissing niet expliciet apart beslist, wat mogelijk duidt op onvolledigheid in de gepubliceerde tekst of samenloop met de schorsing. Deze uitspraak heeft geen richtinggevende betekenis en betreft een individuele procedurele beslissing in een vreemdelingenzaak. De inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep volgt in een afzonderlijke procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied