JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4974Laag18/100

Verzoek voorlopige voorziening asielzoeker afgewezen wegens ontbrekend spoedeisend belang

ECLI:NL:RVS:2026:4974, Raad van State, 27-08-2026, BRS.26.003695

Raad van StateUitspraak: 27 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.003695
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Voorlopige Voorziening
Asielaanvraag
Vreemdelingenwet
Rechtmatig Verblijf
Spoedeisend Belang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 21 mei 2025 heeft de minister van Asiel en migratie aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van verzoeker te hebben gewijzigd.

Kern van de zaak

Een asielzoeker verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat hij niet zou worden uitgezet en dat hij opvang en verstrekkingen zou ontvangen, in afwachting van een beslissing op zijn hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen. Doorslaggevend was dat de verzoeker geen spoedeisend belang had, omdat hij op grond van artikel 8, aanhef en onder f, onderdeel 2, Vw 2000 reeds rechtmatig verblijf in Nederland heeft zolang op zijn asielaanvraag nog niet is beslist.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele, op de feiten toegespitste afwijzingsbeslissing van een voorzieningenrechter zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de uitkomst past volledig binnen de gevestigde jurisprudentie omtrent het vereiste van spoedeisend belang in vreemdelingenzaken.

Belangrijkste punten

  • 1Verzoeker vroeg om schorsing van uitzetting en om opvang en verstrekkingen via een voorlopige voorziening
  • 2Voor toewijzing van een voorlopige voorziening is een spoedeisend belang vereist
  • 3Verzoeker heeft reeds rechtmatig verblijf op grond van art. 8 onder f sub 2 Vw 2000 gedurende de asielprocedure
  • 4Nu rechtmatig verblijf bestaat, ontbreekt het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening
  • 5De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een voorlopige voorziening in vreemdelingenzaken alleen kan worden toegewezen indien een concreet en actueel spoedeisend belang bestaat; dat belang ontbreekt wanneer de verzoeker reeds wettelijk beschermd verblijf geniet op grond van artikel 8 Vw 2000.

Praktische impact

Voor de verzoeker betekent de afwijzing dat hij vooralsnog geen extra rechtsbescherming via een voorlopige voorziening verkrijgt, maar hij loopt ook geen onmiddellijk uitzettingsrisico omdat zijn rechtmatig verblijf tijdens de asielprocedure door de wet is gewaarborgd.

Onderwerp-impact

Asielzoekers die in afwachting zijn van een beslissing op hun asielaanvraag dienen zich bewust te zijn dat het rechtmatig verblijf van artikel 8 Vw 2000 in de regel voldoende bescherming biedt en een afzonderlijk verzoek om een voorlopige voorziening in die fase niet-ontvankelijk of kansloos kan maken wegens ontbrekend spoedeisend belang.

Samenvatting

Een asielzoeker diende bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om een voorlopige voorziening in. Hij vroeg daarmee te bewerkstelligen dat hij niet zou worden uitgezet in afwachting van de uitkomst van zijn hoger beroep, en dat hij recht op opvang en verstrekkingen zou krijgen. De juridische vraag die centraal stond was of de verzoeker een voldoende spoedeisend belang had om een dergelijke voorlopige voorziening te rechtvaardigen. De voorzieningenrechter beantwoordde die vraag ontkennend. Op grond van artikel 8, aanhef en onder f, onderdeel 2, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft een asielzoeker rechtmatig verblijf in Nederland zolang op zijn asielaanvraag nog niet definitief is beslist. Nu de verzoeker zich in precies die situatie bevond, was er geen actueel gevaar op uitzetting en bestond er evenmin een acute nood aan opvang buiten de reguliere wettelijke waarborgen. Omdat het spoedeisend belang – een onmisbare voorwaarde voor het treffen van een voorlopige voorziening – ontbrak, werd het verzoek afgewezen. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is in lijn met de vaste rechtspraktijk in vreemdelingenzaken en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe. Praktisch gezien betekent de beslissing dat de verzoeker voorlopig geen aanvullende rechterlijke bescherming geniet via een voorlopige voorziening, maar dat hij tegelijkertijd ook niet kan worden uitgezet zolang zijn asielprocedure loopt, omdat de wettelijke bescherming van artikel 8 Vw 2000 daarvoor al zorgt. De uitspraak illustreert dat het instrument van de voorlopige voorziening in het vreemdelingenrecht geen toegevoegde waarde heeft wanneer de wet de betrokkene reeds afdoende beschermt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen