JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4971Laag12/100

Hoger beroep vreemdeling niet-ontvankelijk na vrijwillig vertrek naar Syrië

ECLI:NL:RVS:2026:4971, Raad van State, 27-08-2026, BRS.26.002920

Raad van StateUitspraak: 27 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:BRS.26.002920
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Niet Ontvankelijk
Vrijwillig Vertrek
Procesbelang
Vreemdeling
Vertrekverklaring

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 9 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling (appellant) had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing over zijn verblijfstitel in Nederland. Tijdens de procedure is appellant teruggekeerd naar Syrië, zijn land van herkomst. Bij vertrek heeft hij een vertrekverklaring ondertekend waarin hij instemde met beëindiging van alle lopende verblijfsprocedures.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De doorslaggevende reden is dat appellant door zijn vrijwillige terugkeer naar Syrië en de ondertekening van de vertrekverklaring geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige procedurele beslissing zonder nieuw rechtsoordeel; de niet-ontvankelijkverklaring wegens ontbreken van procesbelang na vrijwillig vertrek is vaste jurisprudentie en heeft geen bredere precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant is vrijwillig vertrokken naar Syrië, zijn land van herkomst, tijdens de lopende hogerberoepsprocedure
  • 2In de ondertekende vertrekverklaring heeft appellant expliciet ingestemd met beëindiging van alle openstaande verblijfsprocedures
  • 3Door het ontbreken van procesbelang is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard
  • 4De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden
  • 5De zaak is afgedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak bevestigt de vaste lijn dat een ondertekende vertrekverklaring met instemming tot beëindiging van procedures het procesbelang doet vervallen, waardoor inhoudelijke toetsing niet meer aan de orde komt. Het is een toepassing van het beginsel dat zonder (resterende) belang geen ontvankelijkheid bestaat.

Praktische impact

Voor vreemdelingen betekent dit dat het ondertekenen van een vertrekverklaring met een dergelijke clausule definitief afstand doet van lopende juridische procedures; terugkeer naar het herkomstland gecombineerd met zo'n verklaring blokkeert verdere rechtsbescherming in Nederland.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenrechtelijke procedures dienen advocaten hun cliënten expliciet te wijzen op de rechtsgevolgen van vertrekverklaringen, omdat instemming met beëindiging van procedures leidt tot onherroepelijk verlies van procesbelang in alle lopende verblijfszaken.

Samenvatting

In deze zaak had een vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen een beslissing van de minister over zijn verblijfstitel in Nederland. Zijn advocaat, gevestigd in Den Haag, had namens hem de hogerberoepsgronden ingediend. Tijdens de procedure deelde de minister de Afdeling mee dat appellant inmiddels was teruggekeerd naar Syrië, zijn land van herkomst. Daarbij was een vertrekverklaring ondertekend waarin appellant uitdrukkelijk had ingestemd met de beëindiging van alle nog openstaande procedures die betrekking hadden op het verkrijgen van een verblijfstitel in Nederland. De centrale juridische vraag was of appellant nog procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, nu hij vrijwillig was vertrokken en had ingestemd met beëindiging van zijn verblijfsprocedures. De Afdeling beantwoordde deze vraag ontkennend. Nu appellant zelf had ingestemd met het beëindigen van de verblijfsprocedures door het ondertekenen van de vertrekverklaring, ontbrak ieder belang bij verdere behandeling van het hoger beroep. Zonder procesbelang kan een rechtsmiddel niet ontvankelijk worden verklaard. De Afdeling verklaarde het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De zaak werd afgedaan door een enkelvoudige kamer. Deze uitspraak is een bevestiging van de vaste lijn in de jurisprudentie dat een vrijwillig vertrek naar het herkomstland, gecombineerd met een expliciete instemming tot beëindiging van verblijfsprocedures in een vertrekverklaring, het procesbelang volledig doet vervallen. Voor de rechtspraktijk onderstreept dit het belang van zorgvuldige voorlichting aan vreemdelingen over de rechtsgevolgen van het ondertekenen van dergelijke verklaringen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen