JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4954Laag12/100

Uitzetting vreemdeling opgeschort tot hoger beroep beslist

ECLI:NL:RVS:2026:4954, Raad van State, 26-08-2026, BRS.26.004309

Raad van StateUitspraak: 26 augustus 2026Publicatie: 24 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.004309
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Hoger Beroep
Asiel
Voorlopige Voorziening
Vreemdelingenrecht
Uitzetting

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd bij de Raad van State. Hij verzocht om niet te worden uitgezet hangende het hoger beroep en om recht op opvang en verstrekkingen. De zaak betreft een geschil met de minister van Asiel en Migratie.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €934,00; de doorslaggevende reden is dat op grond van de aangevoerde gronden aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.

12van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een routinematige procedurele voorlopige voorzieningsbeslissing zonder nieuwe rechtsregels; de uitkomst is gebaseerd op vaste Afdelingsjurisprudentie en heeft geen richtinggevende betekenis.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort totdat hoger beroep is afgerond
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen maakt deel uit van het verzoek, maar de beslissing vermeldt alleen de schorsing van uitzetting expliciet
  • 3Grondslag voor toewijzing is de vaste lijn van de Afdeling (uitspraak 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 4Minister van Asiel en Migratie draagt proceskosten van €934,00 (rechtsbijstand)
  • 5Uitspraak is procedurereel van aard; inhoudelijk oordeel over het hoger beroep volgt later

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak past de vaste Afdelingsrechtspraak toe over voorlopige voorzieningen in vreemdelingenzaken hangende hoger beroep en heeft beperkte zelfstandige precedentwerking. De beslissing bevestigt de bestaande praktijk dat bij voldoende aangevoerde gronden uitzetting wordt geschorst.

Praktische impact

De vreemdeling kan niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, wat hem feitelijke bescherming biedt gedurende de verdere procedure. De minister moet €934,00 aan proceskosten vergoeden.

Onderwerp-impact

In vreemdelingenzaken biedt deze uitspraak een standaard beschermingsmaatregel die voorkomt dat uitzetting plaatsvindt voordat de rechter inhoudelijk heeft geoordeeld, wat relevant is voor asiel- en migratiezaken in hoger beroep.

Samenvatting

In deze zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening. Hij wilde voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op zijn hoger beroep is beslist, en hij vroeg tevens om recht op opvang en verstrekkingen hangende die procedure. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Op basis van hetgeen door verzoeker is aangevoerd, en met verwijzing naar de vaste Afdelingslijn zoals neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), heeft de voorzieningenrechter bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op zijn hoger beroep is beslist. De uitspraak is van puur procedurele aard: er wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven over de gegrondheid van het hoger beroep of de onderliggende asiel- of migratiebeslissing. De beslissing strekt uitsluitend tot het bewaren van de status quo gedurende de lopende hoger beroepsprocedure, zodat de rechtspositie van verzoeker niet onomkeerbaar wordt aangetast voordat de rechter definitief heeft geoordeeld. De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €934,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak heeft beperkte zelfstandige juridische betekenis, aangezien zij de bestaande praktijk volgt. Voor de betrokken vreemdeling biedt zij echter directe en concrete bescherming: uitzetting is tijdelijk geblokkeerd in afwachting van een inhoudelijk oordeel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen