JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4944Laag18/100

Uitzetting vreemdeling opgeschort in afwachting hoger beroep

ECLI:NL:RVS:2026:4944, Raad van State, 26-08-2026, BRS.26.004327

Raad van StateUitspraak: 26 augustus 2026Publicatie: 24 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening
Zaaknummer:BRS.26.004327
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Vergunningen
Hoger Beroep
Asielrecht
Voorlopige Voorziening
Uitzetting
Opvang

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 24 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Kern van de zaak

Een vreemdeling heeft bij de voorzieningenrechter van de Raad van State een voorlopige voorziening aangevraagd om uitzetting te voorkomen en opvang te verkrijgen, in afwachting van de beslissing op zijn hoger beroep in een asielprocedure.

Beslissing van de rechter

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe: de vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 934,00. Doorslaggevend is de verwijzing naar vaste jurisprudentie (RvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een standaard procedurele tussenmaatregel in een individuele asielzaak zonder nieuwe rechtsontwikkeling; de uitkomst is routinematig en gebaseerd op vaste jurisprudentie.

Belangrijkste punten

  • 1Voorlopige voorziening toegewezen: uitzetting opgeschort totdat hoger beroep is afgerond
  • 2Verzoek om opvang en verstrekkingen mede onderdeel van het verzoek
  • 3Toepassing van vaste lijn uit RvS-uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457)
  • 4Minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot proceskosten van € 934,00
  • 5Uitspraak is beknopt; inhoudelijke motivering ontbreekt grotendeels in de gepubliceerde tekst

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste praktijk dat bij spoedeisend belang in asielzaken een voorlopige voorziening kan worden getroffen ter overbrugging van de hogerberoepsprocedure. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld.

Praktische impact

De vreemdeling wordt voorlopig beschermd tegen uitzetting en heeft recht op opvang en verstrekkingen gedurende de behandeling van het hoger beroep; de minister draagt de proceskosten.

Onderwerp-impact

In het vreemdelingenrecht bevestigt deze uitspraak het belang van de voorlopige voorzieningsprocedure als effectief rechtsmiddel om uitzetting tijdelijk te blokkeren bij een lopend hoger beroep.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen hangende zijn hoger beroep tegen een beslissing in zijn asielprocedure. Concreet vroeg hij te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist, en verzocht hij tevens om opvang en verstrekkingen gedurende die periode. De juridische vraag was of er voldoende spoedeisend belang aanwezig was om een voorlopige maatregel te rechtvaardigen. De voorzieningenrechter beantwoordde deze vraag bevestigend en wees het verzoek toe. Daarbij verwees hij naar de vaste uitspraaklijn van de Afdeling, neergelegd in de uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457), waaruit volgt onder welke omstandigheden een voorlopige voorziening in dit soort zaken wordt getroffen. Als gevolg hiervan is bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist. Daarnaast werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ten bedrage van € 934,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De gepubliceerde tekst van de uitspraak is beknopt en bevat geen uitgebreide inhoudelijke motivering; de toepassing van vaste jurisprudentie lijkt de voornaamste grondslag. De uitspraak heeft geen richtinggevend karakter en stelt geen nieuwe rechtsnormen, maar illustreert de beschermende functie van de voorlopige voorzieningsprocedure in het vreemdelingenrecht als tijdelijke waarborg tegen onomkeerbare gevolgen van uitzetting.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1467, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00945

Hoge Raad11 sep 2026OverheidVastgoed
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1440Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1440, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/00139

Hoge Raad11 sep 2026OverheidHandhaving
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1466Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1466, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/01038

Hoge Raad11 sep 2026ZorgFinanciele Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1439Laag
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1439, Hoge Raad, 11-09-2026, 25/03570

Hoge Raad11 sep 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied