RvS herziet proceskosten bij kennisgeving vreemdelingenbewaring
ECLI:NL:RVS:2026:4927, Raad van State, 25-08-2026, BRS.26.003431
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 21 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in vreemdelingenbewaring gesteld.
Kern van de zaak
De minister van Justitie komt in hoger beroep op tegen een proceskostenveroordeling door de rechtbank. De rechtbank kende een advocaat 1 punt proceskosten toe bij een bewaring-kennisgeving op grond van artikel 94 Vw 2000. De minister stelt dat de kennisgeving een eigen proceshandeling van het bestuursorgaan is, waarvoor geen advocaatkosten kunnen worden vergoed.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Afdeling niet kan worden vastgesteld. De Afdeling formuleert echter de rechtsvraag: of de wetswijziging van artikel 94 lid 1 Vw 2000 per 12 juni 2026 aanleiding geeft anders te oordelen dan in ECLI:NL:RVS:2024:777 over proceskostenvergoeding bij een kennisgeving als rechtsingang.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een specifiek procedureel punt (proceskostenvergoeding bij kennisgeving) in het vreemdelingenrecht na een recente wetswijziging, met beperkte maar relevante impact voor de rechtspraktijk; de uitspraak is echter onvolledig weergegeven, wat de beoordeling bemoeilijkt.
Belangrijkste punten
- 1De Afdeling onderzoekt of de wetswijziging van artikel 94 lid 1 Vw 2000 per 12 juni 2026 een herijking rechtvaardigt van het proceskostenrecht bij bewaring-kennisgevingen
- 2Eerder (ECLI:NL:RVS:2024:777) oordeelde de Afdeling dat voor een kennisgeving geen punt proceskostenvergoeding kan worden toegekend, omdat de advocaat zelf geen proceshandeling verrichtte
- 3De minister betoogt dat een kennisgeving een proceshandeling van het bestuursorgaan zelf is en niet van de ingeschakelde rechtshulpverlener, zodat het Bpb geen grondslag biedt voor vergoeding
- 4De rechtbank had € 934,00 proceskosten toegekend op basis van 1 punt voor het indienen van een beroepschrift, gelijkgesteld aan de kennisgeving
- 5De uitspraak is onvolledig; de definitieve beslissing en motivering van de Afdeling ontbreken in de beschikbare tekst
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de reikwijdte van het Besluit proceskosten bestuursrecht in vreemdelingrechtelijke bewaringszaken, waarbij de wetswijziging van artikel 94 Vw 2000 per 12 juni 2026 mogelijk leidt tot een nieuwe lijn over toekenning van punten voor kennisgevingen. De uitkomst is op basis van de beschikbare tekst onzeker.
Praktische impact
Voor advocaten die vreemdelingen bijstaan in bewaringszaken is het van groot belang of en in welke omvang proceskosten kunnen worden vergoed wanneer de rechtsingang een kennisgeving is; een negatieve uitkomst betekent dat zij voor deze procedures geen vergoeding kunnen claimen.
Onderwerp-impact
In vreemdelingenbewaringszaken bepaalt deze uitspraak (zodra volledig) of de herziene wettelijke systematiek van artikel 94 Vw 2000 leidt tot een ruimere aanspraak op proceskostenvergoeding voor rechtsbijstandverleners.
Samenvatting
In deze hoger beroepszaak bij de Raad van State staat de vraag centraal of een advocaat recht heeft op proceskostenvergoeding wanneer de rechtsingang in een vreemdelingenbewaringszaak niet een door hemzelf ingesteld beroep is, maar een kennisgeving van het bestuursorgaan op grond van artikel 94 lid 1 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De rechtbank had de minister veroordeeld tot betaling van € 934,00 aan proceskosten, gelijkend op 1 punt voor het indienen van een beroepschrift, op basis van de wettelijke gelijkstelling van de kennisgeving met een door de vreemdeling ingesteld beroep. De minister bestrijdt dit in hoger beroep. Hij voert aan dat de kennisgeving een proceshandeling is die hij zelf als bestuursorgaan verricht en niet namens de vreemdeling door een ingeschakelde rechtshulpverlener. Het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) biedt volgens hem geen grondslag om daarvoor punten toe te kennen. Daartoe verwijst hij naar de eerdere uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:777), waarin al werd geoordeeld dat voor een kennisgeving geen punt kan worden toegekend nu de advocaat zelf geen proceshandeling had verricht. De Afdeling constateert dat per 12 juni 2026 artikel 94 lid 1 Vw 2000 is gewijzigd en stelt zich de vraag of deze wetswijziging aanleiding geeft om anders te oordelen dan in 2024. De uitspraak is helaas onvolledig aangeleverd, zodat de definitieve beslissing en de volledige motivering van de Afdeling niet kunnen worden vastgesteld. De zaak is niettemin relevant voor de rechtspraktijk in vreemdelingenbewaringszaken, omdat zij raakt aan de vergoeding van rechtsbijstand in een kwetsbaar rechtsgebied.