RvS: gemeente Velsen terecht handhavend opgetreden bij illegale woninguitbreiding
ECLI:NL:RVS:2026:49, Raad van State, 14-01-2026, 202302658/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 21 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning bouwen en in stand laten van een uitbreiding van de woning op het perceel [locatie] in Santpoort-Zuid. Op 21 december 2018 heeft het college aan [appellant sub 2A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel. Deze vergunning is onherroepelijk. Bij een controle hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat de woning groter is uitgevoerd dan is vergund. De woning is uitgebreid met een garage en bijkeuken die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning. De gevelbekleding van de woning is doorgezet tot en met de garage en bijkeuken. Daardoor is optisch één geheel ontstaan. Tussen de glazen wand van de woonkamer en de verticale muur van de nieuwe bebouwing bevindt zich een open doorgang. Deze doorgang is overdekt; door partijen wordt dat een corridor of overkapping genoemd. De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.3a van de Wabo niet is overtreden.
Kern van de zaak
Eigenaren van een perceel in Santpoort-Zuid bouwden een woning groter dan vergund, met een garage, bijkeuken en overkapping zonder omgevingsvergunning. De gemeente Velsen legde een last onder dwangsom op. De eigenaren en de gemeente procedeerden over de rechtmatigheid van deze handhaving tot aan de Raad van State.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van de gemeente Velsen is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland vernietigd. Het beroep van de eigenaren tegen het handhavingsbesluit van 20 juni 2022 is ongegrond verklaard, wat betekent dat de last onder dwangsom in stand blijft omdat de uitbreiding zonder omgevingsvergunning is gerealiseerd.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is van belang voor handhavingspraktijk rondom omgevingsvergunningen en de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet, maar betreft een relatief casuïstische zaak zonder fundamentele nieuwe rechtsvragen.
Belangrijkste punten
- 1Op de vóór 1 januari 2024 opgelegde last onder dwangsom blijft het oude recht (Wabo) van toepassing op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet.
- 2De woning is uitgebreid met garage en bijkeuken zonder omgevingsvergunning, terwijl de verleende vergunning onherroepelijk en beperkt van omvang was.
- 3De uitbreiding vormt architectonisch en visueel één geheel met de vergunde woning, mede door doorgezette gevelbekleding en een overdekte overkapping.
- 4De gemeente was bevoegd en verplicht handhavend op te treden; het hoger beroep van de gemeente slaagt tegen de uitspraak van de rechtbank.
- 5Het incidenteel hoger beroep van de eigenaren is ongegrond verklaard.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat onder het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet het oude Wabo-regime van toepassing blijft op vóór 2024 opgelegde handhavingsbesluiten. Tevens wordt bevestigd dat visuele en architectonische eenheid met illegale aanbouwen kan bijdragen aan de kwalificatie als één bouwwerk waarvoor vergunningplicht geldt.
Praktische impact
De eigenaren dienen te voldoen aan de last onder dwangsom en moeten de illegale uitbreiding (garage, bijkeuken en overkapping) alsnog vergunnen of verwijderen. De gemeente Velsen ziet haar handhavingsbesluit in stand gehouden.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren van woningen die zonder vergunning zijn uitgebreid, onderstreept deze uitspraak dat ook visueel geïntegreerde aanbouwen als illegaal bouwwerk worden aangemerkt en dat handhaving standhoudt.
Samenvatting
Deze zaak betreft eigenaren van een perceel aan de [locatie] in Santpoort-Zuid die in strijd met hun verleende omgevingsvergunning een woning hebben uitgebreid met een garage, bijkeuken en overdekte overkapping, zonder daarvoor een aanvullende omgevingsvergunning te hebben verkregen. De gemeente Velsen constateerde bij controle dat de uitbreiding architectonisch en visueel één geheel vormt met de vergunde woning, doordat de gevelbekleding is doorgezet en een overdekte doorgang de bouwdelen verbindt. Het college legde op 21 maart 2021 een last onder dwangsom op, die na bezwaar bij besluit van 20 juni 2022 werd gehandhaafd. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van de eigenaren gegrond, waarop de gemeente in hoger beroep ging bij de Raad van State. De centrale juridische vraag betrof de rechtmatigheid van de handhaving en de vraag welk recht van toepassing is na inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat op grond van artikel 4.23 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (Wabo) van toepassing blijft op vóór de inwerkingtreding opgelegde lasten onder dwangsom. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de gemeente gegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van de eigenaren tegen het handhavingsbesluit van 20 juni 2022 wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt een later besluit van 27 mei 2024 vernietigd. De uitspraak bevestigt dat illegale uitbreidingen die visueel en bouwkundig opgaan in een vergund gebouw onder de vergunningplicht vallen, en dat de gemeente handhavend mag en moet optreden. Voor de praktijk betekent dit dat woningeigenaren ook bij esthetisch geïntegreerde uitbreidingen een afzonderlijke vergunning nodig hebben.