Raad van State: AVG geeft geen recht op bestuurlijke documenten
ECLI:NL:RVS:2026:483, Raad van State, 28-01-2026, 202400159/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij brieven van 24 december 2020 hebben verweerders, voor zover in hoger beroep aan de orde, het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten gedeeltelijk ingewilligd. Bij brief van 12 mei 2020 heeft [appellant] onder vermelding van de Algemene verordening gegevensbescherming, de sectorale wetten die van toepassing zijn op de convenantpartners van het Regionale Informatie- en Expertisecentrum Noord-Nederland en de Wet openbaarheid van bestuur verzocht om verstrekking van documenten over hem die berusten bij het RIEC Noord-Nederland. Bij brieven van 24 december 2020 hebben verweerders dat verzoek gedeeltelijk ingewilligd door een overzicht te verstrekken van de aanwezige persoonsgegevens van [appellant]. Verweerders hebben het verzoek afgewezen voor zover om inzage of openbaarmaking van bestuurlijke documenten wordt verzocht. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt, en beroep ingesteld tegen het niet-tijdig besluiten op het bezwaar. Tijdens die procedure hebben [appellant] en verweerders ingestemd met het instellen van rechtstreeks beroep.
Kern van de zaak
Appellant verzocht het RIEC Noord-Nederland om inzage in documenten over hem op grond van de AVG, sectorale wetten en de Wob. Verweerders verstrekten een overzicht van persoonsgegevens maar weigerden inzage in bestuurlijke documenten. Appellant stelde beroep in en betoogde dat de AVG hem recht geeft op die documenten.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het verzoek van appellant geen AVG-inzageverzoek is in de zin van artikel 15 AVG, omdat het verzoek gericht was op het verkrijgen van bestuurlijke documenten en niet op inzage in persoonsgegevens als zodanig. Artikel 15 AVG biedt geen grondslag voor inzage in bestuurlijke documenten.
Impactscore
MiddelDe uitspraak van de Raad van State bevestigt en verduidelijkt een belangrijke grens binnen het AVG-inzagerecht in de context van overheidssamenwerkingsverbanden, maar stelt geen nieuw richtinggevend rechtsbeginsel vast en sluit aan bij bestaande Europese en nationale jurisprudentie over de reikwijdte van artikel 15 AVG.
Belangrijkste punten
- 1Artikel 15 AVG geeft recht op inzage in persoonsgegevens, maar niet op inzage in of afgifte van bestuurlijke documenten als zodanig.
- 2De kwalificatie van een verzoek als AVG-verzoek hangt af van de bewoordingen en strekking: is het gericht op persoonsgegevens of op documenten?
- 3Het Wob-gedeelte van het verzoek was al afzonderlijk behandeld en het beroep daarover was ingetrokken na gedeeltelijke inwilliging.
- 4Rechtstreeks beroep was met instemming van partijen ingesteld, waardoor de bezwaarfase werd overgeslagen.
- 5De uitspraak verduidelijkt de grens tussen het inzagerecht onder de AVG en het recht op openbaarheid van bestuurlijke documenten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat het inzagerecht van artikel 15 AVG functioneel is begrensd tot persoonsgegevens zelf en niet kan worden ingezet als instrument om toegang te krijgen tot bestuurlijke dossiers of documenten. Dit heeft betekenis voor de uitleg van AVG-verzoeken gericht aan overheidsorganisaties zoals RIEC's.
Praktische impact
Burgers die inzage willen in bestuurlijke documenten over zichzelf bij samenwerkingsverbanden als RIEC's, kunnen dit niet bereiken via een AVG-inzageverzoek; zij zijn aangewezen op openbaarheids- of andere sectorale wetgeving.
Onderwerp-impact
Voor RIEC's en vergelijkbare informatiedeelplatformen betekent deze uitspraak dat AVG-verzoeken strikt kunnen worden afgebakend tot persoonsgegevens, zonder dat daarmee toegang tot het bredere dossier of convenant-documenten hoeft te worden verleend.
Samenvatting
In deze zaak had appellant bij brief van 12 mei 2020 het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Noord-Nederland (RIEC) verzocht om verstrekking van documenten over hem, met een beroep op de AVG, sectorale wetten en de Wet openbaarheid van bestuur. Verweerders voldeden gedeeltelijk aan het verzoek door een overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens die bij het RIEC aanwezig waren, maar weigerden inzage in de bestuurlijke documenten zelf. Na een procedure bij de rechtbank, waarbij partijen instemden met rechtstreeks beroep, oordeelde de rechtbank dat het resterende deel van het verzoek niet kon worden aangemerkt als een AVG-inzageverzoek. Uit de bewoordingen van het verzoek bleek namelijk dat het niet was gericht op het verkrijgen van inzage in persoonsgegevens als zodanig, maar op het verkrijgen van bestuurlijke documenten. Artikel 15 AVG, dat het recht op inzage in persoonsgegevens regelt, biedt daarvoor geen grondslag. De Raad van State bevestigt dit oordeel. Centraal staat de vraag naar de reikwijdte van het inzagerecht onder de AVG: dit recht is functioneel beperkt tot persoonsgegevens en strekt zich niet uit tot de bestuurlijke documenten waarin die gegevens zijn opgenomen. Het recht op toegang tot overheidsdocumenten valt onder de Wob (thans Woo) of sectorale wetgeving, niet onder de AVG. Het Wob-gedeelte van het verzoek was al eerder gedeeltelijk ingewilligd en het beroep daarover was door appellant ingetrokken. De uitspraak is praktisch relevant voor burgers en overheidsinstanties: wie inzage wil in bestuurlijke dossiers bij samenwerkingsverbanden als RIEC's, dient daarvoor de juiste juridische grondslag te kiezen. Een AVG-verzoek volstaat niet als het feitelijk is gericht op documentenopenbaarmaking.