JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4827Laag28/100

Hoger beroep Dublin-overdracht naar Frankrijk ongegrond verklaard

ECLI:NL:RVS:2026:4827, Raad van State, 20-08-2026, BRS.26.003620

Raad van StateUitspraak: 20 augustus 2026Publicatie: 18 augustus 2026
Procedure:Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zaaknummer:BRS.26.003620
Bestuursprocesrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Dublin Verordening
Voorlopige Voorziening
Landeninformatie
Opvangomstandigheden
Frankrijk

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 8 juni 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Kern van de zaak

Een asielzoeker ging in hoger beroep tegen een Dublin-overdracht naar Frankrijk en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij betoogde dat nieuwe landeninformatie (AIDA Country Report France 2025) een wezenlijk ander beeld geeft van de opvangomstandigheden in Frankrijk.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De Raad van State oordeelde dat het AIDA-rapport geen wezenlijk ander beeld schetst dan de landeninformatie die al was betrokken bij de eerdere uitspraak van 31 juli 2025 over opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak is een bevestiging van reeds bestaande jurisprudentie en bevat geen nieuwe rechtsoordelen; de verkorte motivering onderstreept dat het om een routinematige toepassing van bekende regels gaat.

Belangrijkste punten

  • 1De rechtsvraag over opvangvoorzieningen in Frankrijk voor Dublinclaimanten was al beantwoord in RvS 31 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3623)
  • 2Het AIDA Country Report France 2025 Update levert geen wezenlijk nieuw of ander beeld op ten opzichte van eerder betrokken landeninformatie
  • 3Toepassing van de verkorte motiveringsplicht op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000: geen vragen van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming
  • 4Ook geen vragen over uitleg of geldigheid van Unierecht (conform HvJ EU 24 maart 2026, Remling, C-2026:243)
  • 5Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen als gevolg van bevestiging van de rechtbankuitspraak

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de bestendige lijn van de Afdeling inzake Dublin-overdrachten naar Frankrijk en maakt duidelijk dat het AIDA 2025-rapport geen aanleiding geeft tot heroverweging. De verkorte afdoening ex artikel 91 lid 2 Vw 2000 sluit prejudiciële verwijzing aan het HvJ EU uit.

Praktische impact

Voor de betrokken asielzoeker betekent dit dat de overdracht naar Frankrijk kan doorgaan en zijn verblijf in Nederland niet langer wordt opgeschort. Toekomstige appellanten kunnen zich niet succesvol beroepen op het AIDA 2025-rapport als grond voor het tegenhouden van Dublin-overdrachten naar Frankrijk.

Onderwerp-impact

Deze uitspraak beperkt de ruimte voor asielzoekers om via nieuwe landeninformatie Dublin-overdrachten naar Frankrijk aan te vechten, en consolideert het beleid ten aanzien van de opvangstandaarden in dat land.

Samenvatting

In deze zaak ging een asielzoeker in hoger beroep bij de Raad van State tegen een rechterlijke uitspraak die zijn beroep tegen een Dublin-overdracht naar Frankrijk had verworpen. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om de overdracht op te schorten hangende het hoger beroep. Als grond voor het hoger beroep voerde appellant aan dat het AIDA Country Report: France 2025 Update een wezenlijk ander en zorgwekkender beeld schetst van de opvangomstandigheden voor Dublinclaimanten in Frankrijk dan de informatie waarop de eerdere rechtspraak was gebaseerd. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit betoog. De rechtsvraag over de opvangvoorzieningen in Frankrijk was reeds beantwoord in de uitspraak van 31 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3623). Het nieuwe AIDA-rapport schetste naar het oordeel van de Afdeling geen wezenlijk ander beeld dan de landeninformatie die bij die eerdere uitspraak al was betrokken. Er bestond daarmee geen aanleiding om de zaak opnieuw inhoudelijk te beoordelen. De Afdeling paste de verkorte motiveringsplicht toe op grond van artikel 91 lid 2 Vw 2000: het hogerberoepschrift stelde geen vragen die in het belang van de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoording behoefden. Evenmin waren er vragen over de uitleg of geldigheid van Unierecht, overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie van 24 maart 2026 in de zaak Remling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak consolideert de bestaande lijn dat Dublin-overdrachten naar Frankrijk toelaatbaar zijn en dat recent verschenen landeninformatierapporten deze lijn vooralsnog niet doorbreken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursprocesrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:485

Verzoek voorlopige voorziening biocidenverslag niet-ontvankelijk verklaard

38/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1589

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens kansloosheid

8/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:HR:2026:1603

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

22/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Belastingrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1598

Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen