Verzoek voorlopige voorziening biocidenverslag niet-ontvankelijk verklaard
ECLI:NL:CBB:2026:485, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06-10-2026, 26/643
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is beoordelingsverslag van het Ctgb geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb en zijn het de beslissingen op de aanvragen om (verlengde) toelating door Ierland en Duitsland die de definitieve rechtspositie van verzoeker bepalen.
Kern van de zaak
LS heeft bezwaar gemaakt tegen een beoordelingsverslag van het Ctgb over de verlengingsaanvraag van het insecticide Lambdastar. LS verzocht de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven een voorlopige voorziening te treffen en het beoordelingsverslag te schorsen. De centrale juridische vraag was of het beoordelingsverslag een 'besluit' is in de zin van de Awb, en daarmee vatbaar voor bezwaar en beroep.
Beslissing van de rechter
De voorzieningenrechter buigt zich primair over de vraag of het beoordelingsverslag van het Ctgb als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb kan worden aangemerkt. De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening niet volledig kan worden vastgesteld; op basis van de beschikbare tekst is de ontvankelijkheidsvraag doorslaggevend voor de verdere behandeling.
Impactscore
MiddelDe uitspraak raakt een sectorspecifieke maar juridisch relevante vraag over de appellabiliteit van beoordelingsverslagen in Europees gereguleerde toelatingsprocedures; de impact is beperkt vanwege de voorlopige-voorzieningsprocedure en de onvolledigheid van de gepubliceerde tekst.
Belangrijkste punten
- 1Het Ctgb heeft als beoordelende lidstaat namens Nederland een beoordelingsverslag opgesteld voor de verlengingsaanvraag van Lambdastar, een insecticide op basis van lambda-cyhalothrin.
- 2Na de Brexit is Nederland aangewezen als vervangende beoordelende lidstaat voor een aanvraag die oorspronkelijk in het Verenigd Koninkrijk was ingediend.
- 3De voorzieningenrechter stelt ambtshalve de vraag of het beoordelingsverslag een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb, wat een voorwaarde is voor de ontvankelijkheid van bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening.
- 4Het Hof van Justitie-arrest 'Closer' wordt door de voorzieningenrechter relevant geacht en partijen zijn gevraagd zich hierover uit te laten.
- 5Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling; het onderzoek is schriftelijk gesloten op 28 september 2026.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak raakt aan de fundamentele vraag in het biocidenrecht of een beoordelingsverslag van een nationale bevoegde autoriteit in het kader van de Europese biocidenverordening als een appellabel besluit kwalificeert, met mogelijke gevolgen voor de rechtsbescherming van aanvragers in vergelijkbare procedures. Het arrest Closer van het HvJ EU speelt hierbij een sleutelrol.
Praktische impact
Voor LS betekent de uitkomst van de ontvankelijkheidsvraag alles: indien het beoordelingsverslag geen besluit is, staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open en kan het verslag niet worden geschorst. Voor het Ctgb bevestigt de procedure de onduidelijkheid over de rechtsstatus van tussentijdse beoordelingsdocumenten in Europese toelatingsprocedures.
Onderwerp-impact
In de biocidensector schept deze procedure precedentwerking over de vraag of nationale beoordelingsverslagen in Europese toelatingstrajecten vatbaar zijn voor bezwaar en beroep, wat direct relevant is voor fabrikanten van gewasbeschermings- en biocidenproducten die toelatingsprocedures doorlopen.
Samenvatting
Deze uitspraak van de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven betreft een verzoek om voorlopige voorziening in een geschil over een beoordelingsverslag van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het gaat om de verlengingsaanvraag van Lambdastar, een insecticide op basis van lambda-cyhalothrin, ingediend door LS op 27 juni 2019. De aanvraag was oorspronkelijk ingediend in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Ierland. Na de Brexit is Nederland aangewezen als de beoordelende lidstaat. Het Ctgb heeft het beoordelingsverslag afgerond op 22 juli 2026 en dit op 28 augustus 2026 geüpload in het Europese digitale platform CIRCABC. LS heeft bezwaar gemaakt tegen dit verslag en verzocht om schorsing ervan tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter stelt allereerst de fundamentele vraag aan de orde of het beoordelingsverslag kan worden aangemerkt als een 'besluit' in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Alleen indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, is bezwaar ontvankelijk en kan een voorlopige voorziening worden getroffen. Partijen zijn gevraagd zich schriftelijk uit te laten over deze ontvankelijkheidskwestie en over de betekenis van het arrest Closer van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat mogelijk relevant is voor de kwalificatie van dergelijke beoordelingsdocumenten in Europees gereguleerde toelatingsprocedures. Beide partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling. De gepubliceerde tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing niet volledig kan worden gereconstrueerd. Op basis van de beschikbare informatie staat vast dat de ontvankelijkheidsvraag de kern van de procedure vormt en dat het Unierechtelijke kader, met name het Closer-arrest, een centrale rol speelt in de beoordeling.