Melkveehouderij verliest beroep tegen boete meststoffenoverschrijding
ECLI:NL:CBB:2026:483, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06-10-2026, 25/589 en 24/996
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Mestboete wegens overschrijding gebruiksnormen. Waardering eindvoorraad, stikstofcorrectie, gebruiksnorm, vertrouwensbeginsel. Randvoorwaardenkorting.
Kern van de zaak
Een melkveehouderij kreeg van de minister een boete van €11.671,65 opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen (1.822 kg) en de fosfaatgebruiksnorm (39 kg) in 2022. Tevens werd de derogatievergunning voor 2022 ingetrokken. De melkveehouderij vocht de boete aan bij de rechtbank en vervolgens bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Beslissing van de rechter
Het College verklaart het beroep in zaak 24/996 (randvoorwaardenkorting) ongegrond en bevestigt in zaak 25/589 de uitspraak van de rechtbank waarbij de opgelegde boete in stand blijft. Doorslaggevend is dat de minister terecht de forfaitaire normen uit het Uitvoeringsbesluit en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet mocht hanteren, nu de melkveehouderij geen bedrijfsspecifieke gegevens heeft overgelegd die een afwijking van die normen aantonen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen bestaande jurisprudentie over de bewijslastverdeling bij forfaitaire mestnormen en heeft geen principieel nieuwe rechtsvraag beantwoord; de impact beperkt zich tot de betrokken melkveehouderij en vergelijkbare individuele gevallen.
Belangrijkste punten
- 1Overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen (1.822 kg) en fosfaatgebruiksnorm (39 kg) in 2022 vastgesteld door NVWA-toezichthouder.
- 2Minister mag uitgaan van forfaitaire normen uit het Uitvoeringsbesluit en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet bij gebreke van bedrijfsspecifieke tegenbewijs.
- 3Boete gematigd met 10% wegens tijdsverloop tussen rapport van bevindingen (30 juni 2023) en het boetebesluit (20 maart 2024).
- 4Beroep op Wageningen University & Research-rapport door melkveehouderij verwerpen; onvoldoende om de forfaitaire normen te weerleggen.
- 5Beoordeling van de boete is bepalend voor de randvoorwaardenkorting (zaak 24/996); nu de boete stand houdt, wordt ook de randvoorwaardenkorting bevestigd.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de bewijslast voor afwijking van forfaitaire mestnormen bij de ondernemer ligt: zonder concreet bedrijfsspecifiek bewijs kan de minister de forfaitaire normen hanteren als grondslag voor boeteoplegging op grond van de Meststoffenwet.
Praktische impact
Melkveehouders die menen dat de forfaitaire normen niet aansluiten bij hun bedrijfssituatie, dienen tijdig en proactief bedrijfsspecifieke gegevens te verzamelen en over te leggen, willen zij een boete wegens gebruiksnormoverschrijding succesvol aanvechten.
Onderwerp-impact
In de agrarische sector onderstreept deze uitspraak het belang van accurate mestadministratie en het bijhouden van bedrijfsspecifieke gegevens om te kunnen afwijken van de wettelijke forfaits bij derogatie en gebruiksnormen.
Samenvatting
Een melkveehouderij werd door de minister van Landbouw een boete van €11.671,65 opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen (met 1.822 kg) en de fosfaatgebruiksnorm (met 39 kg) in het kalenderjaar 2022. De overschrijdingen waren vastgesteld door een toezichthouder van de NVWA naar aanleiding van een onderzoek naar de naleving van de derogatievoorwaarden. Gelijktijdig werd de derogatievergunning voor 2022 ingetrokken. Omdat enige tijd verstreek tussen het rapport van bevindingen (30 juni 2023) en het boetebesluit (20 maart 2024), matigde de minister de boete met 10%. De melkveehouderij maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de minister terecht de forfaitaire normen uit het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet als uitgangspunt had genomen. De melkveehouderij had geen bedrijfsspecifieke gegevens overgelegd die aantoonden dat haar situatie afweek van die normen; een beroep op een rapport van Wageningen University & Research werd verworpen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde de uitspraak van de rechtbank in zaak 25/589 en verklaarde het beroep in zaak 24/996 — betreffende de daaruit voortvloeiende randvoorwaardenkorting — ongegrond. De juridische kern van de zaak is de bewijslastverdeling: wie de forfaitaire mestnormen wil weerleggen, moet concrete bedrijfsspecifieke gegevens aanleveren. Nu de melkveehouderij dat heeft nagelaten, blijft de boete in stand. De uitspraak bevestigt de staande lijn dat de overheid mag steunen op forfaits zolang de ondernemer geen afdoende tegenbewijs levert, en heeft daarmee vooral praktische betekenis voor melkveehouders in een vergelijkbare positie.