JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:475Laag28/100

Dolfinarium verliest beroep tegen dwangsom dolfijnencontact

ECLI:NL:CBB:2026:475, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 06-10-2026, 25/206

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 6 oktober 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:25/206
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Handhaving
Last Onder Dwangsom
Dolfinarium
Dierentuinvergunning
Dier Bezoekerscontact

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij een programma waarbij bezoekers bij dolfijnen in het water staan, kregen dolfijnen het commando om naar bezoekers toe te komen, zodat de bezoekers de dolfijnen konden aanraken. Dat staat de dierentuinvergunning niet toe. De staatssecretaris was daarom bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen aan het Dolfinarium.

Kern van de zaak

Het Dolfinarium maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door de staatssecretaris wegens overtreding van een voorschrift uit de dierentuinvergunning. Het geschil betreft het programmaonderdeel 'In het water bij de dolfijnen', waarbij bezoekers in contact kwamen met dolfijnen. De staatssecretaris oordeelde dat de uitvoering niet voldeed aan de vergunningsvoorwaarden.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder h, sub ii van de dierentuinvergunning heeft overtreden, waardoor de bevoegdheid tot het opleggen van de last onder dwangsom rechtmatig was.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke context van dierentuinvergunningen en betreft een sectorspecifiek handhavingsgeval zonder richtinggevende nieuwe rechtsvragen.

Belangrijkste punten

  • 1Het College bevestigt dat het Dolfinarium procesbelang heeft ondanks het verlopen van de dwangsom, omdat het zijn werkwijze wil terugdraaien
  • 2Artikel 2.2, onder h, sub ii van de dierentuinvergunning stelt strikte voorwaarden aan bezoekerscontact met dolfijnen, waaronder een hekafscheiding en begeleiding
  • 3De staatssecretaris was bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom na geconstateerde overtreding van de vergunningsvoorwaarden
  • 4Geen dwangsommen zijn daadwerkelijk ingevorderd, maar het inhoudelijke oordeel blijft relevant voor de toekomstige bedrijfsvoering
  • 5De uitspraak is gebaseerd op een rapport van bevindingen waaruit de overtreding bleek, al is de tekst van dat rapport in de beschikbare uitspraak onvolledig weergegeven

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat dierentuinvergunningen strikte operationele voorschriften bevatten die handhavingsrechtelijk afdwingbaar zijn, ook als geen dwangsommen zijn geïnd. Procesbelang kan blijven bestaan zolang een partij haar werkwijze wenst te wijzigen.

Praktische impact

Het Dolfinarium kan het programmaonderdeel 'In het water bij de dolfijnen' niet in de oorspronkelijke vorm hervatten zolang de vergunningsvoorwaarden niet worden gewijzigd. De aangepaste werkwijze blijft van kracht.

Onderwerp-impact

Voor dierentuinen en vergelijkbare inrichtingen onderstreept deze uitspraak dat bezoekers-diercontactprogramma's nauwkeurig binnen de grenzen van vergunningsvoorschriften moeten worden uitgevoerd, met concrete eisen aan afscheiding en begeleiding.

Samenvatting

Het Dolfinarium in Harderwijk ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een last onder dwangsom die de staatssecretaris had opgelegd wegens overtreding van een voorschrift uit de dierentuinvergunning. Het geschil spitste zich toe op het programmaonderdeel 'In het water bij de dolfijnen', waarbij bezoekers in waadbroeken in het water stonden en de dieren konden aanraken. Volgens artikel 2.2, onder h, sub ii van de dierentuinvergunning is dit uitsluitend toegestaan onder strikte voorwaarden: een hekafscheiding tussen bezoeker en dier, begeleiding door een medewerker, en de eis dat alleen dieren die zelf op bezoekers afkomen aan het programma deelnemen. Het College oordeelde ambtshalve dat het Dolfinarium nog steeds procesbelang had, hoewel de looptijd van één jaar van de last al verstreken was en geen dwangsommen waren ingevorderd. Het Dolfinarium had immers verklaard de naar aanleiding van de dwangsom doorgevoerde aanpassingen ongedaan te willen maken, zodat een inhoudelijk oordeel praktische betekenis behield. Inhoudelijk oordeelde het College dat de staatssecretaris terecht tot de conclusie was gekomen dat het Dolfinarium de vergunningsvoorwaarden had overtreden. Op basis van een rapport van bevindingen – waarvan de volledige tekst in de beschikbare uitspraak niet volledig is weergegeven – stond vast dat de feitelijke uitvoering van het programma niet voldeed aan de gestelde eisen. De bevoegdheid tot het opleggen van de last onder dwangsom was daarmee rechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard. Het Dolfinarium is niet in de gelegenheid zijn oorspronkelijke werkwijze te hervatten zonder aanpassing van de vergunning. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak benadrukt dat vergunningsvoorschriften voor dier-bezoekersinteractie in dierentuinen strikt worden gehandhaafd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 6 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:477

Dwangsom Dolfinarium vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek staatssecretaris

38/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Zorg
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:476

Dwangsom Dolfinarium vernietigd wegens onzorgvuldig onderzoek staatssecretaris

38/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:CBB:2026:483

Melkveehouderij verliest beroep tegen boete meststoffenoverschrijding

32/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:485

Verzoek voorlopige voorziening biocidenverslag niet-ontvankelijk verklaard

38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied