JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:48Laag28/100

RvS stuurt omgevingsvergunning Santpoort-Zuid terug voor heroverweging

ECLI:NL:RVS:2026:48, Raad van State, 14-01-2026, 202302657/1/R1

Raad van StateUitspraak: 14 januari 2026Publicatie: 5 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202302657/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vastgoed
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Bestemmingsplan
Legalisering
Afwijkingsbevoegdheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de woning op het perceel [locatie] in Santpoort-Zuid geweigerd. [wederpartij] is eigenaar van het perceel [locatie]. Het college heeft op 21 december 2018 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe woning en een vrijstaand bijgebouw op het perceel. [wederpartij] heeft de vergunde woning tijdens de bouw uitgebreid met een garage en bijkeuken die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning De gevelbekleding van de woning is doorgezet in de gevel van de garage en bijkeuken. Daardoor ontstaat optisch één geheel. Tussen de glazen wand van de woonkamer en de daartegenover gelegen muur van de nieuwe bebouwing bevindt zich een open doorgang. Deze doorgang is overdekt; door partijen wordt dat een overkapping genoemd. De aanvraag om een omgevingsvergunning die [wederpartij] op 12 april 2021 heeft ingediend dient ter legalisering van de uitbreiding van de woning. Het college is niet bereid om medewerking te verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan volgens hem in strijd is met het gemeentelijke beleid en er geen reden is om daarvan af te wijken.

Kern van de zaak

De eigenaar van een perceel in Santpoort-Zuid bouwde zonder vergunning een garage, bijkeuken en overkapping (92,9 m²) als uitbreiding op een eerder vergunde woning. Hij vroeg in 2021 een omgevingsvergunning aan ter legalisering. Het college en de rechtbank verschilden van inzicht over de beoordeling van het bouwplan in relatie tot het bestemmingsplan.

Beslissing van de rechter

De Raad van State stelt vast dat de rechtbank heeft nagelaten te beoordelen welke bouwmogelijkheden het bestemmingsplan op het perceel biedt, en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. De doorslaggevende reden is dat de bestuursrechter de beleidsvrijheid van het college en de evenredigheid van het besluit onvolledig heeft getoetst.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een casuïstische uitspraak over een individuele legaliseringsaanvraag waarbij de Afdeling een procedureel gebrek in de rechtbankuitspraak herstelt; er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld die breder doorwerken.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag dateert van 12 april 2021 (vóór inwerkingtreding), blijft de Wabo van toepassing tot onherroepelijkheid van het besluit.
  • 2Het bouwplan (garage, bijkeuken en overkapping, 92,9 m²) is in strijd met het bestemmingsplan; dit staat tussen partijen in hoger beroep niet ter discussie.
  • 3Het college heeft beleidsruimte bij de beslissing om al dan niet af te wijken van het bestemmingsplan en moet de betrokken belangen afwegen.
  • 4De bestuursrechter toetst of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen (evenredigheidstoets).
  • 5De rechtbank heeft ten onrechte niet beoordeeld welke bouwmogelijkheden het bestemmingsplan op het perceel toestaat, wat een essentieel onderdeel van de beoordeling is.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij legaliseringsverzoeken de rechter de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan volledig dient te beoordelen als onderdeel van de evenredigheidstoets van het afwijkingsbesluit. Tevens verduidelijkt de Afdeling het toepasselijke overgangsrecht bij aanvragen ingediend vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Praktische impact

De eigenaar van het perceel moet wachten op een nieuwe beslissing van het college, waarbij het volledige bestemmingsplankader opnieuw wordt betrokken. De legalisering van de uitbreiding is daarmee nog onzeker.

Onderwerp-impact

Voor omgevingsrechtelijke procedures over legaliseringsvergunningen benadrukt deze uitspraak dat rechters en bestuursorganen de bestaande bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan als referentiepunt moeten meenemen bij de beoordeling van een afwijkingsvergunning.

Samenvatting

In deze zaak bij de Raad van State staat de legalisering centraal van een uitbreiding die de eigenaar van een perceel in Santpoort-Zuid zonder vergunning heeft gerealiseerd aan een eerder vergunde woning. Het gaat om een garage, bijkeuken en overkapping met een gezamenlijke oppervlakte van 92,9 m², die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning. Op 12 april 2021 diende de eigenaar een aanvraag om omgevingsvergunning in ter legalisering van deze uitbreiding. Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, is op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet de Wabo van toepassing, en niet de nieuwe Omgevingswet. Vastgesteld is dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan; dit punt is in hoger beroep niet langer in geschil. De centrale juridische vraag is of het college terecht heeft geweigerd dan wel of het de afwijkingsbevoegdheid op juiste wijze heeft toegepast, en of de rechtbank dit besluit correct heeft getoetst. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank een essentieel onderdeel van de beoordeling heeft overgeslagen: zij heeft niet vastgesteld welke bouwmogelijkheden het bestemmingsplan op het perceel überhaupt toestaat. Dit is echter een noodzakelijk vertrekpunt voor de evenredigheidstoets, waarbij de rechter beoordeelt of de nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Het college beschikt bij de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid over beleidsruimte en dient de betrokken belangen af te wegen; de rechter toetst dit terughoudend maar wel volledig op evenredigheid. De zaak wordt terugverwezen voor een deugdelijke herbeoordeling, waarbij het bestemmingsplankader alsnog als referentie moet worden betrokken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:323Middel
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht

ECLI:NL:CBB:2026:323, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 25/232

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026ZorgHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1275Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1275, Hoge Raad, 10-07-2026, 26/01234

Hoge Raad10 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:19357Laag
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:19357, Rechtbank Den Haag, 10-07-2026, NL25.56506

Rechtbank Den Haag10 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied