JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4746Middel48/100

Beroep niet-ontvankelijk door te late ontvangst Zivver-bericht

ECLI:NL:RVS:2026:4746, Raad van State, 12-08-2026, 202503197/1/A2

Raad van StateUitspraak: 12 augustus 2026Publicatie: 12 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202503197/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Beroepstermijn
Exploitatievergunning
Zivver
Elektronische Bekendmaking
Artikel 2 14 Awb

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester van Utrecht aanvragen van [appellante] om een exploitatievergunning en een vergunning tot het uitoefenen van een horecabedrijf met terras aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Utrecht, ingewilligd. [appellante] exploiteert een horecabedrijf met een terras aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. Bij twee besluiten van 9 december 2022 heeft de burgemeester twee exploitatievergunningen en vergunningen op grond van de Alcoholwet verleend tot en met 30 juni 2031. [appellante] is het oneens met de duur van de vergunningen. Zij wil dat de vergunningen voor onbepaalde tijd worden verleend en heeft bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de burgemeester de bezwaren van [appellante] ongegrond verklaard en zijn besluiten van 9 december 2022 gehandhaafd. De burgemeester heeft het besluit op 27 juli 2023 met gebruik van het programma Zivver beveiligd en digitaal verzonden aan de toenmalige advocaat van [appellante]. [appellante] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij niet kenbaar heeft gemaakt dat zij voldoende bereikbaar is voor de ontvangst van een elektronisch verzonden bericht met gebruik van het programma Zivver.

Kern van de zaak

Horecaondernemer [appellante] in Utrecht ontving een besluit op bezwaar over de duur van haar exploitatievergunningen via het beveiligde berichtenprogramma Zivver. De advocaat opende het bericht pas op 25 september 2023, ruim na de verzending op 27 juli 2023, waardoor het beroep op 28 september 2023 te laat werd ingesteld.

Beslissing van de rechter

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zes-wekentermijn; de termijnoverschrijding werd niet verschoonbaar geacht. In hoger beroep betwist appellante of zij rechtsgeldig bereikbaar was voor elektronische verzending via Zivver op grond van artikel 2:14 Awb.

48van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een principiële vraag over elektronische bekendmaking via Zivver en de uitleg van artikel 2:14 Awb, maar de tekst is onvolledig en de einduitspraak van de Raad van State ontbreekt, wat een hogere score verhindert.

Belangrijkste punten

  • 1Burgemeester verzond besluit op bezwaar op 27 juli 2023 via Zivver; beroepstermijn van zes weken eindigde daarmee op 7 september 2023.
  • 2Advocaat opende het Zivver-bericht pas op 25 september 2023 en stelde op 28 september 2023 beroep in — te laat.
  • 3Appellante stelt dat zij niet kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn voor elektronische toezending via Zivver (artikel 2:14 Awb).
  • 4Kernvraag in hoger beroep: is elektronische verzending via Zivver rechtsgeldig als de ontvanger daarvoor geen expliciete toestemming heeft gegeven?
  • 5De uitspraak is nog niet volledig weergegeven; de eindconclusie van de Raad van State ontbreekt in de beschikbare tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak raakt de uitleg van artikel 2:14 Awb: wanneer mag een bestuursorgaan een besluit elektronisch verzenden via een beveiligd platform zoals Zivver, en welke vereisten gelden voor de bereikbaarheid van de geadresseerde? De uitkomst kan richtinggevend zijn voor de toelaatbaarheid van digitale besluitzending.

Praktische impact

Voor horecaondernemers en andere partijen die bezwaar maken betekent onduidelijkheid over elektronische bereikbaarheid een reëel risico op termijnverlies; advocaten en bestuursorganen moeten duidelijke afspraken maken over welk digitaal kanaal rechtsgeldig is.

Onderwerp-impact

Voor de horecasector illustreert dit de kwetsbaarheid bij digitale communicatie over vergunningbeslissingen; tijdige bewaking van alle digitale kanalen is essentieel om beroepstermijnen niet te missen.

Samenvatting

In deze zaak staat de vraag centraal of de burgemeester van Utrecht het besluit op bezwaar rechtsgeldig elektronisch heeft bekendgemaakt aan horecaondernemer [appellante] via het beveiligde berichtenplatform Zivver. De burgemeester had op 9 december 2022 twee exploitatievergunningen en Alcoholwetvergunningen verleend tot en met 30 juni 2031. Appellante maakte bezwaar omdat zij vergunningen voor onbepaalde tijd wenste. Het besluit op bezwaar van 27 juli 2023 verklaarde de bezwaren ongegrond. Dit besluit werd via Zivver verzonden aan de toenmalige advocaat van appellante. Normaal gesproken ontvangt de geadresseerde automatisch een e-mailnotificatie, maar de advocaat stelt dit nooit ontvangen te hebben. Pas op 25 september 2023, bij het inloggen voor een ander bericht, zag hij het besluit. Op 28 september 2023 werd beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk: het besluit was op 27 juli 2023 bekendgemaakt, de beroepstermijn van zes weken verstreek op 7 september 2023, en de overschrijding was niet verschoonbaar. In hoger beroep voert appellante aan dat zij nooit kenbaar heeft gemaakt voldoende bereikbaar te zijn voor elektronische toezending via Zivver, zoals vereist onder artikel 2:14 van de Awb. Daarmee betwist zij de rechtsgeldigheid van de elektronische bekendmaking zelf. De Raad van State dient te oordelen of de verzending via Zivver, zonder expliciete instemming of kenbaar gemaakte elektronische bereikbaarheid van de geadresseerde, een rechtsgeldige bekendmaking constitueert die de beroepstermijn doet aanvangen. De volledige tekst van de uitspraak ontbreekt, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State op basis van het beschikbare materiaal niet kan worden vastgesteld.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 27 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
48van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363, Raad van State, 09-09-2026, 202504077/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied