Raad van State: touringcar is arbeidsplaats, geen arbeidsmiddel
ECLI:NL:RVS:2026:4733, Raad van State, 12-08-2026, 202501348/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 28 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [bedrijf] een bestuurlijke boete opgelegd. [bedrijf] exploiteert een onderneming gericht op personenvervoer met touringcars. Een werknemer heeft op 8 maart 2022, terwijl hij stond te wachten op een groep schoolkinderen, contact gezocht met de werkplaats van [bedrijf]. Daarbij werd, op basis van telefonisch overleg, appberichten en foto’s van de binnenzijde van de wielkast van de touringcar, duidelijk dat een stabilisatorstang defect was. De werknemer heeft, nadat de kinderen waren ingestapt geprobeerd om met de bus te rijden. Omdat duidelijk werd dat er niet goed gestuurd kon worden, hebben de begeleiders van de schoolkinderen besloten om zelf vervangend vervoer te regelen. De werknemer is vervolgens uitgestapt en heeft zijn hoofd en bovenlichaam in de wielkast gestoken. Omdat de motor van de touringcar niet was uitgeschakeld en de luchtvering is gaan zakken, is hij bekneld geraakt en overleden als gevolg van het hierdoor opgelopen letsel. Volgens de rechtbank heeft de minister ten onrechte op basis van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit een bestuurlijke boete opgelegd. De touringcar werd namelijk gebruikt op de openbare weg voor het vervoer van personen en is daarom volgens de wetsgeschiedenis een arbeidsplaats en geen arbeidsmiddel. De minister betoogt in hoger beroep dat uit de wetsgeschiedenis wel blijkt dat de wetgever de door de rechtbank aangehaalde opvatting heeft verlaten.
Kern van de zaak
Een werknemer van een touringcarbedrijf overleed nadat hij zijn hoofd en bovenlichaam in een wielkast stak terwijl de motor niet was uitgeschakeld en de luchtvering zakte. De minister legde een bestuurlijke boete van €13.500 op wegens overtreding van artikel 7.5 lid 2 Arbobesluit (onderhoud aan niet-uitgeschakeld arbeidsmiddel). De rechtbank vernietigde de boete omdat de touringcar als arbeidsplaats en niet als arbeidsmiddel kwalificeert.
Beslissing van de rechter
De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak, waarbij de rechtbank de boete van €13.500 had vernietigd. De doorslaggevende reden is de kwalificatievraag of een touringcar die wordt gebruikt voor personenvervoer op de openbare weg een 'arbeidsmiddel' of een 'arbeidsplaats' is in de zin van het Arbobesluit, waarbij de wetsgeschiedenis een cruciale rol speelt. Vanwege onvolledigheid van de uitspraaktekst is de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig vast te stellen.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een sectorspecifieke kwalificatievraag binnen het arbeidsomstandighedenrecht met gevolgen voor de transportsector, maar heeft geen landelijk precedentwerking buiten die sector; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig waardoor de definitieve beslissing niet vaststaat.
Belangrijkste punten
- 1Werknemer overleed na beknelling door luchtvering terwijl motor touringcar in werking was en wielkast werd geïnspecteerd
- 2Minister legde bestuurlijke boete op van €13.500 wegens overtreding artikel 7.5 lid 2 Arbobesluit (onderhoud aan niet-uitgeschakeld arbeidsmiddel)
- 3Rechtbank vernietigde de boete: touringcar is arbeidsplaats, geen arbeidsmiddel, zodat artikel 7.5 lid 2 Arbobesluit niet van toepassing is
- 4Kernvraag: kwalificeert een touringcar voor personenvervoer op de openbare weg als 'arbeidsmiddel' of als 'arbeidsplaats' in de zin van het Arbobesluit
- 5Wetsgeschiedenis is bepalend voor de uitleg van het onderscheid tussen arbeidsplaats en arbeidsmiddel
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt het onderscheid tussen 'arbeidsmiddel' en 'arbeidsplaats' in het Arbobesluit voor voertuigen die worden ingezet voor personenvervoer, met directe gevolgen voor de toepasselijkheid van artikel 7.5 lid 2 Arbobesluit bij onderhoudswerkzaamheden. Dit onderscheid heeft brede betekenis voor handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie in de transportsector.
Praktische impact
Voor vervoersbedrijven die werken met touringcars en vergelijkbare voertuigen is van belang welke arboregels gelden bij (nood)reparaties onderweg; de kwalificatie als arbeidsplaats sluit toepassing van de strenge arbeidsmiddelregels voor uitschakeling uit, maar laat andere veiligheidsverplichtingen onverlet. De minister kan bij een voor hem ongunstige uitspraak geen boete opleggen op de huidige grondslag.
Onderwerp-impact
In de transportsector schept deze uitspraak duidelijkheid over de arborechterlijke status van voertuigen die primair dienen voor personenvervoer, wat relevant is voor chauffeurs en exploitanten die geconfronteerd worden met technische storingen tijdens ritten.
Samenvatting
Op 8 maart 2022 overleed een werknemer van een touringcarbedrijf onder dramatische omstandigheden. Terwijl hij wachtte op een groep schoolkinderen signaleerde hij een defecte stabilisatorstang. Na een poging om toch te rijden bleek de bus niet goed te sturen en zorgden de begeleiders voor vervangend vervoer. Vervolgens stak de werknemer zijn hoofd en bovenlichaam in de wielkast van de nog rijdende bus. Doordat de motor niet was uitgeschakeld en de luchtvering zakte, raakte hij bekneld en overleed hij aan de opgelopen letsels. De Nederlandse Arbeidsinspectie concludeerde dat sprake was van onderhoud- en reparatiewerkzaamheden aan een arbeidsmiddel dat niet was uitgeschakeld en drukloos gemaakt, in strijd met artikel 7.5 lid 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. De minister legde het touringcarbedrijf een bestuurlijke boete op van €13.500. In bezwaar handhaafde de minister dit besluit. De rechtbank vernietigde de boete. Zij oordeelde dat een touringcar die op de openbare weg wordt gebruikt voor personenvervoer volgens de wetsgeschiedenis moet worden aangemerkt als een 'arbeidsplaats' en niet als een 'arbeidsmiddel'. Artikel 7.5 lid 2 Arbobesluit is specifiek gericht op arbeidsmiddelen, zodat de grondslag voor de boete ontbreekt. De Raad van State behandelt het hoger beroep en buigt zich opnieuw over de centrale juridische vraag: hoe moet een touringcar worden gekwalificeerd in het licht van het Arbobesluit en de bijbehorende wetsgeschiedenis? Vanwege de onvolledigheid van de beschikbare uitspraaktekst is de definitieve beslissing van de Raad van State niet volledig kenbaar, maar de zaak is juridisch relevant voor de gehele transportsector omdat zij bepaalt welke arbo-verplichtingen gelden bij (nood)onderhoud aan voertuigen onderweg.