Stichting niet-ontvankelijk in straatnaamwijzigingsverzoek Delft
ECLI:NL:RVS:2026:473, Raad van State, 28-01-2026, 202401794/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij brief van 27 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft een verzoek van de Stichting voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft afgewezen. De Stichting heeft op 4 juli 2022 een verzoek gedaan voor het wijzigen van de straatnaam Coudenhovelaan in Delft in verband met de verplichtingen die het college volgens de Stichting op grond van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (hierna: Genocideverdrag) heeft. Volgens de Stichting wekt het in stand houden van deze straatnaam genocide in de hand. Het college heeft deze aanvraag van de Stichting met een brief van 27 september 2022 afgewezen. Het college heeft het bezwaar van de Stichting hiertegen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Stichting geen belanghebbende is, haar verzoek daarom niet is aan te merken als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb en de afwijzing daarvan dus ook geen besluit is.
Kern van de zaak
Een stichting gevestigd in Amsterdam verzocht het college van Delft de Coudenhovelaan te hernoemen, omdat de straatnaam volgens haar genocide in de hand werkt in strijd met het Genocideverdrag. Het college wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid. De stichting vocht dit aan bij de rechtbank en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt dat de stichting niet-ontvankelijk is verklaard in haar bezwaar, omdat zij geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb. Doorslaggevend is dat de stichting niet aan de Coudenhovelaan is gevestigd, geen direct geraakt belang heeft, en een te ruim en algemeen statutair doel heeft om als collectief belanghebbende te kwalificeren.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande, vaste jurisprudentie over het belanghebbendebegrip toe zonder nieuwe rechtsregels te stellen. De zaak heeft beperkte precedentwerking buiten de specifieke context van straatnaamverzoeken door algemeen georiënteerde stichtingen.
Belangrijkste punten
- 1Stichting gevestigd in Amsterdam, niet aan de Coudenhovelaan in Delft: geen persoonlijk geraakt belang (art. 1:2 lid 1 Awb).
- 2Statutair doel van de stichting is te ruim en algemeen geformuleerd om als voldoende specifiek collectief belang te gelden (art. 1:2 lid 3 Awb).
- 3Zonder belanghebbendheid is het verzoek geen aanvraag in de zin van art. 1:3 lid 3 Awb en de afwijzing geen voor bezwaar vatbaar besluit.
- 4Beroep op het Genocideverdrag als grondslag voor het verzoek wordt niet inhoudelijk beoordeeld vanwege de niet-ontvankelijkheid.
- 5Zowel rechtbank als Raad van State oordelen eensluidend over de niet-ontvankelijkheid.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het belanghebbendebegrip in de Awb: een te algemeen geformuleerd statutair doel volstaat niet voor collectieve belanghebbendheid, ook niet wanneer een beroep wordt gedaan op internationaalrechtelijke verplichtingen zoals het Genocideverdrag. Dit onderstreept de drempel voor stichtingen om als procesbevoegde partij op te treden in bestuursrechtelijke procedures.
Praktische impact
De stichting kan geen inhoudelijke rechterlijke toetsing afdwingen van de beslissing van het college over de straatnaam. Gemeenten behouden zo de ruimte om straatnaamverzoeken van organisaties zonder direct lokaal belang af te wijzen zonder dat dit tot een inhoudelijke bestuursrechtelijke procedure leidt.
Onderwerp-impact
Voor organisaties die strijden tegen genocide-gerelateerde symboliek in de publieke ruimte verduidelijkt deze uitspraak dat een beroep op internationaalrechtelijke verdragen onvoldoende is om de bestuursrechtelijke ontvankelijkheidsdrempel te overbruggen zonder een voldoende specifiek en rechtstreeks geraakt belang.
Samenvatting
Een in Amsterdam gevestigde stichting verzocht het college van burgemeester en wethouders van Delft in 2022 om de Coudenhovelaan te hernoemen. Zij stelde dat het handhaven van deze straatnaam genocide in de hand werkt en dat het college op grond van het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide gehouden is tot wijziging over te gaan. Het college wees het verzoek af en verklaarde vervolgens het bezwaar van de stichting niet-ontvankelijk, omdat zij geen belanghebbende zou zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bevestigde dit oordeel: de stichting is niet gevestigd aan de Coudenhovelaan en wordt daarmee niet in een eigen belang geraakt. Evenmin beschikt zij over een voldoende specifiek collectief belang als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, Awb, nu haar statutair doel te ruim en algemeen is omschreven. Zonder belanghebbendheid is het verzoek geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb en de afwijzing ervan geen voor bezwaar vatbaar besluit. De Raad van State bekrachtigt in hoger beroep dit oordeel volledig. De centrale juridische vraag is of de stichting als belanghebbende kan worden aangemerkt, wat bepalend is voor de vraag of een rechtsgeldig besluit is genomen en of bezwaar en beroep openstaan. De Raad van State komt tot de conclusie van niet-ontvankelijkheid, waardoor een inhoudelijke toets aan het Genocideverdrag achterwege blijft. De uitspraak illustreert de hoge drempel die het Awb-systeem stelt aan de procesbevoegdheid van stichtingen met een breed maatschappelijk doel: een algemeen geformuleerde doelstelling volstaat niet om als collectief belanghebbende te kwalificeren in een specifieke lokale bestuursrechtelijke kwestie. Organisaties die vergelijkbare procedures willen voeren, dienen een nauwer omschreven en rechtstreeks geraakt belang te kunnen aantonen.