JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:470Laag28/100

Huisverbod moeder na mishandeling zoon terecht verlengd

ECLI:NL:RVS:2026:470, Raad van State, 28-01-2026, 202401885/1/A3

Raad van StateUitspraak: 28 januari 2026Publicatie: 28 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202401885/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Huiselijk Geweld
Burgemeester
Huisverbod
Wet Tijdelijk Huisverbod
Verlenging Huisverbod

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp het op 27 januari 2024 opgelegde huisverbod verlengd met achttien dagen tot 24 februari 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. [appellante] woont samen met haar zoon [zoon] van achttien jaar in een woning in Delfgauw. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

Kern van de zaak

Een moeder in Delfgauw sloeg haar 18-jarige zoon met een houten blok op zijn hoofd in aanwezigheid van de politie. De burgemeester legde een huisverbod van tien dagen op en verlengde dit met achttien dagen omdat er nog geen netwerkgesprek en veiligheidsafspraken tot stand waren gekomen. De moeder vocht het huisverbod en de verlenging aan.

Beslissing van de rechter

De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad van State niet volledig kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de Raad van State de rechtmatigheid van het opgelegde en verlengde huisverbod te beoordelen; de feiten (mishandeling, geen veiligheidsafspraken) lijken de grondslag voor het huisverbod en de verlenging te ondersteunen.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een relatief standaardtoepassing van de Wth in een individuele casus zonder aanwijzingen dat de Raad van State nieuwe rechtsregels stelt; de uitspraak is bovendien onvolledig aangeleverd, wat de beoordeling van de werkelijke impact beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Huisverbod opgelegd op grond van artikel 2 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod (Wth) wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de zoon
  • 2De moeder sloeg haar zoon met een houten blok in aanwezigheid van de politie; de strafzaak werd later geseponeerd maar dit laat de bestuursrechtelijke maatregel onverlet
  • 3Verlenging met achttien dagen toegestaan omdat geen netwerkgesprek had plaatsgevonden en er nog geen veiligheidsafspraken waren gemaakt
  • 4De burgemeester stelde dat de dreiging van gevaar voortduurde en hulpverlening moest worden opgestart
  • 5De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve rechterlijke beslissing en motivering niet volledig beoordeeld kunnen worden

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak bevestigt dat het ontbreken van veiligheidsafspraken en een netwerkgesprek na afloop van de initiële termijn een zelfstandige grond kan vormen voor verlenging van een huisverbod op grond van artikel 9 Wth. Het sepot in de strafzaak heeft geen directe doorwerking op de bestuursrechtelijke beoordeling van het huisverbod.

Praktische impact

Voor uithuisgeplaatste personen betekent dit dat een huisverbod kan worden verlengd zolang hulpverlening niet is opgestart en er geen veiligheidsafspraken zijn gemaakt, ook als er geen nieuw incident heeft plaatsgevonden. Burgemeesters hebben hiermee ruimte om verlengingen te rechtvaardigen op procesmatige gronden.

Onderwerp-impact

In huiselijk-geweldzaken benadrukt deze uitspraak het belang van tijdige hulpverlening en netwerkgesprekken; het uitblijven daarvan werkt in het nadeel van de uithuisgeplaatste persoon bij een verlengingsbeslissing.

Samenvatting

In deze zaak stond een door de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp opgelegd huisverbod centraal, gericht tegen een moeder die haar 18-jarige zoon in aanwezigheid van de politie met een houten blok op het hoofd had geslagen. Op grond van artikel 2 lid 1 van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) werd haar aanwezigheid in de woning als een ernstig en onmiddellijk gevaar voor haar zoon aangemerkt. Het aanvankelijke huisverbod van tien dagen werd verlengd met achttien dagen, tot 24 februari 2024, omdat er nog geen netwerkgesprek had plaatsgevonden en er geen veiligheidsafspraken tot stand waren gekomen. De burgemeester stelde dat de dreiging van gevaar voortduurde en dat hulpverlening moest worden opgestart om nieuwe spanningen te voorkomen. Hoewel de strafzaak tegen de moeder wegens mishandeling uiteindelijk werd geseponeerd, heeft dit geen directe invloed op de bestuursrechtelijke grondslag van het huisverbod: het gaat om een zelfstandige beoordeling van het gevaar ten tijde van het besluit. De centrale rechtsvraag betreft de rechtmatigheid van zowel het initiële huisverbod als de verlenging daarvan. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State en de volledige motivering niet kunnen worden vastgesteld. Op basis van de weergegeven feiten en het toepasselijke wettelijk kader lijken de gronden voor het huisverbod en de verlenging echter deugdelijk onderbouwd. De zaak illustreert dat bij de toepassing van de Wth het uitblijven van hulpverlening en veiligheidsafspraken zelfstandig een voortzetting van het gevaar kan onderbouwen, los van eventuele nieuwe incidenten of de uitkomst van een strafrechtelijke procedure.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437, Raad van State, 29-07-2026, 202504988/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4439Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3

Raad van State29 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied