JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:469Laag28/100

Huisverbod moeder verlengd na weigering hulpverlening

ECLI:NL:RVS:2026:469, Raad van State, 28-01-2026, 202401878/1/A3

Raad van StateUitspraak: 28 januari 2026Publicatie: 28 januari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202401878/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Zorg
Handhaving
Huiselijk Geweld
Burgemeester
Huisverbod
Wet Tijdelijk Huisverbod
Veilig Thuis

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp aan [appellante] een nieuw huisverbod opgelegd voor een periode van tien dagen, tot 4 maart 2024. De burgemeester heeft dit huisverbod opgelegd naar aanleiding van een incident dat op 26 januari 2024 heeft plaatsgevonden. [appellante] heeft [zoon] in het bijzijn van de politie met een houten blok of stok van dertig centimeter lang op zijn hoofd geslagen. Zij is voor mishandeling aangehouden. Bij [zoon] is geen letsel geconstateerd, maar hij heeft wel aangifte gedaan. Deze strafzaak tegen [appellante] is uiteindelijk geseponeerd. Omdat er na afloop van de termijn van tien dagen nog geen netwerkgesprek met [zoon] en [appellante] heeft plaatsgevonden waardoor er geen veiligheidsafspraken tot stand zijn gekomen, heeft de burgemeester het huisverbod verlengd voor de duur van achttien dagen, tot 24 februari 2024.

Kern van de zaak

Een moeder in Delfgauw sloeg haar 18-jarige zoon met een houten blok op zijn hoofd, waarna de burgemeester een huisverbod oplegde. Omdat de moeder niet meewerkte aan hulpverlening en de veiligheidssituatie verslechterde, werd het huisverbod verlengd en opnieuw opgelegd. De moeder ging in beroep tegen deze besluiten.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt een zaak over opeenvolgende huisverboden (tien dagen, verlengd met achttien dagen, gevolgd door een nieuw huisverbod van tien dagen) opgelegd door de burgemeester op grond van de Wet tijdelijk huisverbod. De tekst is onvolledig, waardoor de definitieve uitkomst van de uitspraak niet met zekerheid kan worden vastgesteld; de overwegingen beschrijven de feitelijke achtergrond en de gronden voor het (verlengde) huisverbod.

28van 100

Impactscore

Laag

De zaak betreft een casuïstische toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod zonder aanwijzingen dat fundamenteel nieuwe rechtsregels zijn gesteld; de uitspraak is bovendien onvolledig waardoor de definitieve beslissing onzeker is.

Belangrijkste punten

  • 1Burgemeester legde initieel huisverbod op na fysiek geweld: moeder sloeg zoon met houten blok op hoofd in bijzijn van politie
  • 2Huisverbod verlengd omdat geen netwerkgesprek en veiligheidsafspraken tot stand kwamen binnen de eerste termijn
  • 3Nieuw (tweede) huisverbod opgelegd omdat moeder niet meewerkte aan hulpverlening van Veilig Thuis Haaglanden
  • 4Hulpverlening vreesde dodelijke afloop: scherp mes werd bij de zoon op tafel aangetroffen
  • 5Strafzaak tegen moeder wegens mishandeling werd uiteindelijk geseponeerd, maar dit stond het bestuursrechtelijke huisverbod niet in de weg

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) bij volwassen kinderen en bevestigt dat gebrek aan medewerking aan hulpverlening een zelfstandige grond kan vormen voor verlenging en hernieuwde oplegging van een huisverbod. De onvolledige tekst laat onzeker of de Raad van State nadere rechtsregels heeft gesteld over de verhouding tussen sepot in de strafzaak en het bestuursrechtelijk huisverbod.

Praktische impact

Voor de moeder betekenden de aaneengesloten huisverboden dat zij gedurende bijna een maand niet thuis kon verblijven en geen contact mocht opnemen met haar zoon. Niet-medewerking aan hulpverlening blijkt in de praktijk een sterk argument voor de burgemeester om het huisverbod te continueren.

Onderwerp-impact

De uitspraak raakt de praktijk van huiselijk geweld-interventies en de samenwerking tussen bestuursrecht en hulpverlening (Veilig Thuis); burgemeesters worden bevestigd in hun bevoegdheid om bij uitblijvende veiligheidsafspraken door te gaan met huisverboden.

Samenvatting

In deze zaak oordeelt de Raad van State over een reeks huisverboden die de burgemeester van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft opgelegd aan een moeder die samenwoont met haar 18-jarige zoon in Delfgauw. Aanleiding was een incident op 26 januari 2024, waarbij de moeder haar zoon in aanwezigheid van de politie met een houten blok of stok op het hoofd sloeg. Hoewel er geen letsel werd geconstateerd, deed de zoon aangifte en werd de moeder aangehouden wegens mishandeling. De strafzaak werd later geseponeerd. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) legde de burgemeester een huisverbod op van tien dagen, inclusief een contactverbod met de zoon. Omdat er binnen die periode geen netwerkgesprek had plaatsgevonden en er geen veiligheidsafspraken tot stand waren gekomen, verlengde de burgemeester het huisverbod met achttien dagen. Aansluitend werd een geheel nieuw huisverbod van tien dagen opgelegd, omdat de onveiligheidssituatie was toegenomen: de moeder weigerde mee te werken aan gesprekken met Veilig Thuis Haaglanden en de betrokken hulpverlening. Bovendien had een hulpverlener een scherp mes bij de zoon op tafel zien liggen, wat aanleiding gaf tot ernstige zorgen over een mogelijke dodelijke afloop bij hereniging. De juridische vraag betreft of de opeenvolgende huisverboden rechtmatig waren, met name gelet op het sepot in de strafzaak en de vraag of niet-medewerking aan hulpverlening een voldoende grondslag vormt voor verlenging en hernieuwde oplegging. De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de uiteindelijke beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare overwegingen lijkt de nadruk te liggen op de verslechterde veiligheidssituatie als zelfstandige grond voor het optreden van de burgemeester.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4437, Raad van State, 29-07-2026, 202504988/1/A2

Raad van State29 jul 2026SchadevergoedingOverheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4404Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4404, Raad van State, 29-07-2026, 202407843/1/R3 en 202407846/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenMilieu
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4419Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4419, Raad van State, 29-07-2026, 202402095/1/R3

Raad van State29 jul 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4439Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4439, Raad van State, 29-07-2026, 202403626/1/R3

Raad van State29 jul 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied