Beroep tegen kampeerterrein aardbeienboerderij Arriën ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:4607, Raad van State, 05-08-2026, 202405311/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In het besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Ommen het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening [locatie 1] en [locatie 2] Arriën" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een agrarische bestemming op de [locatie 1] in Arriën. Op dit perceel is een aardbeienboerderij en een theeschenkerij aanwezig. Binnen de agrarische bestemming maakt dit bestemmingsplan de realisatie van een kampeerterrein met maximaal 16 kampeermiddelen mogelijk in aanvulling op de huidige agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in de mogelijkheid om een woning met bed- en breakfast te realiseren aan de [locatie 2] in Arriën. Voorheen vond op dit perceel detailhandel plaats.[appellant] woont tegenover het plangebied op [locatie 3]. Hij is het niet eens met dit besluit. Hij vreest onder meer voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van het plan en vindt dat hij onvoldoende is betrokken bij de voorbereiding van dat plan.
Kern van de zaak
Een omwonende aan de [locatie 3] in Arriën tekende beroep aan tegen een bestemmingsplan dat een kampeerterrein met maximaal 16 kampeermiddelen bij een aardbeienboerderij en een woning met bed & breakfast mogelijk maakt. Hij vreesde aantasting van zijn woon- en leefklimaat en vond dat hij onvoldoende was betrokken bij de planvoorbereiding.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond. De raad heeft binnen zijn beleidsruimte de betrokken belangen voldoende afgewogen en het bestemmingsplan is in overeenstemming met het recht bevonden.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak over een kleinschalig lokaal bestemmingsplan met beperkte precedentwerking; de uitkomst is rechtlijnig en bevat geen nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure is het oude recht (Wro) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 (nl. op 14 december 2023) ter inzage is gelegd.
- 2Het bestemmingsplan maakt een kampeerterrein met maximaal 16 kampeermiddelen mogelijk als nevenactiviteit bij een bestaande aardbeienboerderij en theeschenkerij.
- 3Tevens voorziet het plan in een woning met bed & breakfast op een locatie waar voorheen detailhandel plaatsvond.
- 4De Afdeling toetst slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht; de raad heeft beleidsruimte bij de afweging van ruimtelijke belangen.
- 5De bezwaren van appellant over aantasting woon- en leefklimaat en onvoldoende participatie hebben de bestuursrechter niet overtuigd.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: bij ontwerpplannen ter inzage gelegd vóór 1 januari 2024 blijft het oude Wro-recht integraal van toepassing. De marginale toetsingsruimte van de rechter ten aanzien van ruimtelijke-ordeningsbeslissingen van de gemeenteraad wordt herbevestigd.
Praktische impact
Het bestemmingsplan wordt onherroepelijk, waardoor de initiatiefnemer de aardbeienboerderij kan uitbreiden met een kampeerterrein en een woning met bed & breakfast kan realiseren. De appellant kan zijn bezwaren niet langer via de bestuursrechter effectueren.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector bevestigt deze uitspraak dat nevenactiviteiten zoals kleinschalig kamperen planologisch mogelijk kunnen worden gemaakt als onderdeel van een agrarische bestemming, mits de ruimtelijke afweging deugdelijk is gemotiveerd.
Samenvatting
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betreft een beroep van een omwonende in Arriën (Ommen) tegen een gemeentelijk bestemmingsplan. Het plan geeft een agrarische bestemming aan een perceel waarop een aardbeienboerderij en theeschenkerij zijn gevestigd, en maakt als nevenactiviteit een kampeerterrein met maximaal 16 kampeermiddelen mogelijk. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van een woning met bed & breakfast op een naburig perceel waar vroeger detailhandel plaatsvond. De appellant, die tegenover het plangebied woont, stelt dat zijn woon- en leefklimaat wordt aangetast en dat hij onvoldoende is betrokken bij de planvoorbereiding. Een eerste juridische vraag betrof het toepasselijke recht: omdat het ontwerpbestemmingsplan op 14 december 2023 ter inzage is gelegd — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — geldt op grond van artikel 4.6, derde lid, Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (de Wet ruimtelijke ordening) totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. De Afdeling toetst vervolgens of het besluit van de gemeenteraad in overeenstemming is met het recht, waarbij zij de raad de hem toekomende beleidsruimte laat bij het aanwijzen van bestemmingen en het afwegen van belangen. De beroepsgronden van appellant overtuigen de Afdeling niet: zij oordeelt dat de raad de betrokken belangen voldoende heeft gewogen en dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten vergoed. Met deze uitspraak wordt het bestemmingsplan onherroepelijk, zodat de beoogde ontwikkelingen doorgang kunnen vinden.