Burgemeester Amsterdam moet meer documenten zoeken over spreekuur
ECLI:NL:RVS:2026:4606, Raad van State, 05-08-2026, 202501614/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 mei 2023 heeft de burgemeester van Amsterdam naar aanleiding van een verzoek van de stichting en [appellant] op grond van de Wet open overheid documenten openbaar gemaakt. De stichting heeft als doel het verkrijgen, in stand houden en onderhouden van monumenten in de zin van de Monumentenwet. [appellant] is bestuurslid van de stichting. De stichting en [appellant] hebben op 25 januari 2023 verzocht om openbaarmaking van informatie over een spreekuur dat vanaf 2019 in verschillende stadsdelen van de gemeente Amsterdam wordt gehouden om meer in contact te komen met Amsterdammers. De stichting en [appellant] willen - kortgezegd - informatie over de reden voor het instellen van het spreekuur, de wijze waarop het spreekuur wordt georganiseerd, de onderwerpen die sinds het instellen van het spreekuur zijn besproken en met hoeveel personen is gesproken. Ook willen de stichting en [appellant] weten welke medewerkers van de gemeente Amsterdam bij het spreekuur aanwezig zijn geweest en welke acties naar aanleiding van het spreekuur zijn genomen. De burgemeester heeft bij het besluit van 24 mei 2023 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.
Kern van de zaak
Een stichting en haar bestuurslid verzochten de burgemeester van Amsterdam om openbaarmaking van informatie over een buurtspreekkuur dat vanaf 2019 in diverse stadsdelen wordt gehouden. De burgemeester maakte documenten gedeeltelijk openbaar maar weigerde bepaalde informatie te verstrekken met een beroep op privacy en goed functioneren van de overheid. De rechtbank oordeelde dat er vermoedelijk meer documenten bestaan en droeg de burgemeester op een nieuw besluit te nemen.
Beslissing van de rechter
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat er meer relevante documenten onder de burgemeester berusten die binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, terwijl de gedeeltelijke weigering op grond van privacy en goed functioneren van de overheid wel standhield.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt bestaande Woo-jurisprudentie over de reikwijdte van zoekslagen en weigeringsgronden zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de impact is beperkt tot de specifieke zaak en vergelijkbare gemeentelijke Woo-verzoeken.
Belangrijkste punten
- 1De burgemeester heeft de zoekslag voldoende inzichtelijk gemaakt; extra zoektermen of uitzetten bij andere personen was niet vereist.
- 2Informatie is terecht onleesbaar gemaakt op grond van artikel 5.1 lid 2 sub e Woo (persoonlijke levenssfeer) en sub i Woo (goed functioneren overheid).
- 3De rechtbank oordeelde dat aannemelijk is dat meer documenten bestaan die onder het verzoek vallen; de burgemeester moet een nieuw besluit nemen.
- 4De Raad van State bevestigt het rechtbankoordeel volledig en verklaart het beroep ongegrond.
- 5De zaak illustreert de spanning tussen transparantie onder de Woo en de uitzonderingsgronden ter bescherming van privacy en bestuurlijk functioneren.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij Woo-verzoeken aannemelijk moeten maken dat hun zoekslag volledig is, en dat het enkele ontbreken van meer zoektermen niet onrechtmatig is zolang de zoekmethode deugdelijk is. De weigeringsgronden van artikel 5.1 lid 2 sub e en sub i Woo worden in dit geval als correct toegepast beoordeeld.
Praktische impact
De burgemeester van Amsterdam moet een aanvullend besluit nemen over mogelijk nog niet gevonden documenten over het buurtspreekkuur. Voor verzoekers betekent dit dat zij alsnog recht kunnen hebben op meer informatie, maar dat de reeds geweigerde en geanonimiseerde informatie niet alsnog openbaar hoeft te worden gemaakt.
Onderwerp-impact
Deze uitspraak is relevant voor overheden die worden geconfronteerd met Woo-verzoeken over informele bestuurlijke activiteiten zoals spreekuren en buurtcontacten, en benadrukt de verplichting tot een adequate en aantoonbaar volledige zoekslag.
Samenvatting
In deze zaak verzochten een monumentenstichting en haar bestuurslid de burgemeester van Amsterdam om openbaarmaking van informatie over een buurtspreekkuur dat de gemeente vanaf 2019 in verschillende stadsdelen organiseert. Zij wilden weten waarom het spreekuur is ingesteld, hoe het wordt georganiseerd, welke onderwerpen zijn besproken, hoeveel personen zijn gesproken, welke gemeentelijke medewerkers aanwezig waren en welke acties zijn ondernomen. De burgemeester maakte een deel van de documenten openbaar, maar maakte bepaalde informatie onleesbaar met een beroep op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 5.1 lid 2 sub e Woo) en het belang van het goed functioneren van de overheid (art. 5.1 lid 2 sub i Woo). Eén document werd volledig geweigerd. De rechtbank stelde vast dat de burgemeester de gehanteerde zoekslag voldoende inzichtelijk had gemaakt en niet gehouden was meer zoektermen te gebruiken of de zoekactie bij andere personen uit te zetten. De weigering van bepaalde informatie op grond van privacy en bestuurlijk functioneren werd eveneens rechtmatig bevonden. Echter, de rechtbank achtte het aannemelijk dat er nog meer documenten bestaan die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen, en droeg de burgemeester op een nieuw besluit te nemen. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank volledig en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak onderstreept dat bij Woo-verzoeken van bestuursorganen wordt verwacht dat zij een deugdelijke en inzichtelijke zoekslag uitvoeren, maar dat niet iedere denkbare zoekterm hoeft te worden gebruikt. Tegelijkertijd rust op het bestuursorgaan een plicht om aannemelijk te maken dat alle relevante documenten zijn gevonden, en bij twijfel daarover dient aanvullend onderzoek te volgen.