JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4605Middel38/100

Raad van State vernietigt bestemmingsplan bedrijventerrein Panningen

ECLI:NL:RVS:2026:4605, Raad van State, 05-08-2026, 202303235/1/R1

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:202303235/1/R1
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Bouw
Redelijke Termijn
Omgevingswet Overgangsrecht
Bestemmingsplan
Bedrijventerrein
Wabo

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Maasbreeseweg 55 te Helden" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bedrijventerrein van Panningen mogelijk en biedt planologische ruimte voor diverse bedrijvigheid in de milieucategorieën 1, 2 en 3 op het perceel van een voormalige glastuinbouwlocatie met bedrijfswoning. Het plangebied ligt op de hoek van de Maasbreeseweg en Loo in Helden-Panningen, aangrenzend aan de oostzijde van het bestaande bedrijventerrein "Panningen". De locatie van de vroegere bedrijfswoning van het glastuinbouwbedrijf heeft in het plan een woonbestemming gekregen. Het gedeelte van het plangebied dat een bedrijfsbestemming heeft gekregen, heeft drie bouwvlakken. Initiatiefnemer van de herontwikkeling is [gemachtigde A], die haar bouwbedrijf naar het plangebied heeft verplaatst. De op 21 maart 2023 verleende omgevingsvergunning maakt de bouw van haar bedrijfsgebouw op het meest noordelijk gelegen bouwvlak mogelijk. Dit gebouw is inmiddels in gebruik ten behoeve van het bouwbedrijf.

Kern van de zaak

Appellanten gingen in beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan 'Maasbreeseweg 55 te Helden' door de gemeente Peel en Maas, dat uitbreiding van een bedrijventerrein op een voormalige glastuinbouwlocatie mogelijk maakt. Ook de bijbehorende omgevingsvergunningen stonden ter discussie. De initiatiefnemer wilde haar bouwbedrijf verplaatsen naar de nieuwe locatie.

Beslissing van de rechter

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep gegrond en vernietigt zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunningsbesluiten. Daarnaast wordt het verzoek om schadevergoeding toegewezen en dient de Staat der Nederlanden € 1.500,00 te betalen aan de appellanten, vermoedelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft lokale betekenis voor de gemeente Peel en Maas en de betrokken initiatiefnemer, maar bevestigt grotendeels bekende overgangsrechtelijke regels uit de Invoeringswet Omgevingswet zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. De volledige tekst van de inhoudelijke motivering ontbreekt, wat de beoordeling van de bredere impact beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Op deze procedure blijft het oude recht (Wet ruimtelijke ordening en Wabo) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (1 juli 2021) en de omgevingsvergunningsaanvraag vóór die datum is ingediend (22 juni 2021).
  • 2Het bestemmingsplan maakte uitbreiding van bedrijventerrein Panningen mogelijk voor milieucategorieën 1, 2 en 3 op een voormalige glastuinbouwlocatie.
  • 3Zowel het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad (21 maart 2023) als de omgevingsvergunningsbesluiten van B&W (8 maart 2024 en 21 maart 2023) worden vernietigd.
  • 4Schadevergoeding van € 1.500,00 wordt toegewezen ten laste van de Staat (minister van BZK), wat duidt op een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
  • 5De uitspraak illustreert het complexe overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet: voor plannen en vergunningen met ontwerp of aanvraag van vóór 1 januari 2024 blijft het oude recht gelden totdat de besluiten onherroepelijk zijn. De vernietiging van zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunningen legt de planologische basis voor de herontwikkeling volledig terug bij de gemeente.

Praktische impact

De uitbreiding van het bedrijventerrein in Helden-Panningen kan voorlopig niet doorgaan; de gemeente Peel en Maas zal opnieuw moeten beslissen over het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen. De initiatiefnemer ervaart verdere vertraging bij de verplaatsing van haar bouwbedrijf.

Onderwerp-impact

Voor projectontwikkelaars en gemeenten die werken met herontwikkeling van voormalige agrarische locaties naar bedrijventerreinen benadrukt deze uitspraak het belang van zorgvuldige plan- en vergunningprocedures onder het oude ruimtelijke ordeningsrecht.

Samenvatting

Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 augustus 2026 betreft een beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan 'Maasbreeseweg 55 te Helden', vastgesteld door de gemeenteraad van Peel en Maas op 21 maart 2023. Het plan maakte de uitbreiding van het bedrijventerrein Panningen mogelijk op een voormalige glastuinbouwlocatie aan de hoek van de Maasbreeseweg en Loo in Helden-Panningen, met ruimte voor bedrijven in de milieucategorieën 1, 2 en 3. De initiatiefnemer wenste haar bouwbedrijf naar deze locatie te verplaatsen. Appellanten kwamen op tegen zowel het bestemmingsplan als de bijbehorende omgevingsvergunningsbesluiten van B&W. Een centrale procedurele vraag betrof het toepasselijke recht na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De Afdeling stelt op grond van de Invoeringswet Omgevingswet vast dat het oude recht — de Wet ruimtelijke ordening en de Wabo — van toepassing blijft, omdat zowel het ontwerpplan (ter inzage gelegd op 1 juli 2021) als de omgevingsvergunningsaanvraag (ingediend op 22 juni 2021) dateren van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Afdeling verklaart het beroep gegrond en vernietigt het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad alsmede de twee omgevingsvergunningsbesluiten van B&W. Daarmee vervalt de planologische grondslag voor de beoogde herontwikkeling volledig. Bovendien wordt het verzoek om schadevergoeding toegewezen: de Staat der Nederlanden dient € 1.500,00 te betalen aan de vier appellanten, hetgeen duidt op een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet en heeft directe praktische gevolgen voor de gemeente en de initiatiefnemer, die opnieuw zullen moeten besluiten over de herontwikkeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 5 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4600, Raad van State, 05-08-2026, 202407120/1/A3

Raad van State5 aug 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4591Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4591, Raad van State, 05-08-2026, 202403948/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4609Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4609, Raad van State, 05-08-2026, 202404306/1/R4.

Raad van State5 aug 2026OverheidVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4455Middel
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4455, Raad van State, 05-08-2026, 202301742/1/R1

Raad van State5 aug 2026VergunningenRuimtelijke Ordening
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied