JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:4603Laag22/100

Student verliest studiepunten Duurzaamheid na late registratiecorrectie UvA

ECLI:NL:RVS:2026:4603, Raad van State, 05-08-2026, 202601395/1/A2

Raad van StateUitspraak: 5 augustus 2026Publicatie: 5 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202601395/1/A2
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Onderwijs
Examencommissie
Hoger Onderwijs
Tentamenresultaat
Studiepunten
Whw

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij beslissing van 2 december 2025 heeft de examinator aan [appellant] voor het vak Duurzaamheid (3012DZH1VY) het resultaat NAV (niet aan verplichtingen voldaan) toegekend. Bij beslissing van 24 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. In het voorjaarsemester van studiejaar 2024-2025 heeft hij deelgenomen aan het vak Amsterdam Law Firm 2.2 (ALF 2.2). [appellant] heeft twee onderdelen van dit vak, namelijk ‘mondeling communiceren’ en ‘juridisch onderzoek doen’, niet behaald. Het voldoen aan alle toetsonderdelen van ALF 2.2 is voorwaarde om voor het vak Duurzaamheid 6 EC toegekend te kunnen krijgen. De registraties van de in het voorjaar behaalde resultaten zijn pas op 2 december 2025 in het cijfersysteem verwerkt. Het is voor [appellant] op dat moment pas duidelijk geworden dat hij voor het vak Duurzaamheid als resultaat NAV heeft gekregen waarmee de toekenning van studiepunten voor dat vak is komen te vervallen. [appellant] vindt het merkwaardig dat na vijf maanden het resultaat van het vak Duurzaamheid ten nadele van een student kan worden aangepast en heeft daarom administratief beroep ingesteld.

Kern van de zaak

Een student Rechtsgeleerdheid aan de UvA had twee onderdelen van het vak ALF 2.2 niet behaald, maar ontving aanvankelijk toch studiepunten voor het vak Duurzaamheid. Vijf maanden later corrigeerde de universiteit dit en verviel de toekenning van 6 EC. De student vond de late correctie onrechtmatig en stelde administratief beroep in.

Beslissing van de rechter

De Raad van State laat de beslissing van het College van Beroep voor de Examens (CBE) in stand, waarmee de correctie van het resultaat voor het vak Duurzaamheid wordt gehandhaafd. Doorslaggevend is dat de examinator wettelijk verplicht was het foutieve tentamenresultaat te herstellen op grond van artikel 7.12b WHW, en dat de student uit zijn eigen e-journal had kunnen en moeten afleiden dat hij niet aan de voorwaarden voldeed.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een relatief standaardtoepassing van artikel 7.12b WHW in een individuele studentenzaak zonder richtinggevende nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch van aard en heeft beperkte precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1De examinator was op grond van artikel 7.12b, eerste lid, WHW verplicht het foutief geregistreerde tentamenresultaat te corrigeren, ook vijf maanden later.
  • 2Het niet behalen van twee onderdelen van ALF 2.2 was kenbaar uit het e-journal van de student; onwetendheid komt voor zijn risico.
  • 3De correctie van de registratie van Duurzaamheid is niet onevenredig, ook al vergt het overdoen van ALF 2.2 een aanzienlijke tijdsinvestering.
  • 4Het CBE behandelde inhoudelijke bezwaren tegen de beoordeling van ALF 2.2 niet, omdat het beroep enkel gericht was tegen de correctie van Duurzaamheid en bezwaar tegen ALF 2.2 eerder had moeten worden ingesteld.
  • 5De uitspraak is gedeeltelijk weergegeven; de volledige redenering over de bekendmaking van het eindresultaat van ALF 2.2 ontbreekt in de beschikbare tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat onderwijsinstellingen wettelijk verplicht zijn foutieve tentamenregistraties te corrigeren, ook geruime tijd na de initiële registratie, en dat studenten geen beschermd vertrouwen kunnen ontlenen aan een administratieve vergissing die kenbaar onjuist was. Daarnaast wordt verduidelijkt dat bezwaar tegen een deelresultaat tijdig moet worden ingesteld en niet pas bij de gevolgen ervan.

Praktische impact

De student moet het vak ALF 2.2 opnieuw afronden om alsnog de 6 EC voor Duurzaamheid toegekend te krijgen, wat studievertraging tot gevolg heeft. Studenten worden hiermee gewaarschuwd actief hun e-journal te monitoren en tijdig bezwaar te maken tegen deelresultaten.

Onderwerp-impact

Voor het hoger onderwijs benadrukt deze uitspraak dat universiteiten registratiefouten mogen en moeten herstellen, maar dat de late correctie voor individuele studenten ingrijpende studievertraging kan veroorzaken zonder dat zij daartegen succesvol kunnen opkomen als de fout kenbaar was.

Samenvatting

Een student Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam had in het voorjaarsemester 2024-2025 deelgenomen aan het vak Amsterdam Law Firm 2.2 (ALF 2.2), maar twee onderdelen daarvan niet succesvol afgerond. Het succesvol afronden van ALF 2.2 was echter een voorwaarde voor de toekenning van 6 EC voor het vak Duurzaamheid. Desondanks werden de studiepunten voor Duurzaamheid aanvankelijk wel geregistreerd. Pas op 2 december 2025 — vijf maanden na het voorjaarsemester — werd dit gecorrigeerd en verviel de toekenning van de 6 EC. De student achtte deze late correctie onrechtmatig en stelde administratief beroep in bij het College van Beroep voor de Examens (CBE). Het CBE handhaafde de correctie, waarop de student hoger beroep instelde bij de Raad van State. De centrale juridische vraag was of de universiteit na vijf maanden nog bevoegd en verplicht was het foutieve resultaat te herstellen, en of dit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. De Raad van State laat de beslissing van het CBE in stand. De examinator was op grond van artikel 7.12b, eerste lid, WHW en het toepasselijke examenreglement verplicht het onjuiste tentamenresultaat te herstellen. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is geen sprake: hoewel het opnieuw moeten volgen van ALF 2.2 een aanzienlijke tijdsinvestering vergt, had de student uit zijn e-journal kunnen en moeten afleiden dat hij niet aan de voorwaarden voor Duurzaamheid voldeed. De administratieve vergissing was voor de student kenbaar, zodat hij er geen gerechtvaardigd vertrouwen aan kon ontlenen. Tevens oordeelt de Raad van State dat inhoudelijke bezwaren tegen de beoordeling van ALF 2.2 niet meer aan de orde konden komen, omdat het beroep uitsluitend gericht was tegen de correctie van Duurzaamheid en bezwaar tegen ALF 2.2 eerder had moeten worden ingesteld. De uitspraak onderstreept het belang van tijdige monitoring van studieresultaten en tijdig instellen van rechtsmiddelen tegen deelresultaten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Overheid
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1486

Hoge Raad verduidelijkt proceskostenvergoeding WOZ buiten no-cure-no-pay

62/100Bekijk
Hoge Raad·18 sep 2026
Bestuursrecht
Belastingrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:HR:2026:1494

Hoge Raad: Nederlandse proceskostenregeling niet in strijd met Unierecht

55/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·18 sep 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:RBDHA:2026:27307

Asielaanvraag Syriër afgewezen wegens ongeloofwaardige Al Nusra-verklaringen

18/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·16 sep 2026
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:RBDHA:2026:27080

Vreemdelingenbewaring asielzoeker rechtmatig bevonden, beroep ongegrond

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied